WOII

Onderzoek naar zinken koopvaardijschip Van Imhoff in 1942 begonnen

Ruim tachtig jaar na de ondergang van het koopvaardijschip Van Imhoff in de buurt van Sumatra, waarbij meer dan vierhonderd geïnterneerde Duitse en Oostenrijkse burgers omkwamen, is het onderzoek naar de ramp begonnen. Over twee jaar is het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) hiermee klaar, meldt het ministerie van Defensie.

De Nederlandse regering vorderde bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de schepen van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij, waaronder de Van Imhoff. (Foto Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

Naast het zinken van het schip en de nasleep voor overlevenden en nabestaanden, onderzoekt het NIMH ook de internering van Duitse en Oostenrijkse burgers in Nederlands-Indië vanaf mei 1940. Zij werden door het koloniale bestuur opgesloten na de Duitse inval in Nederland. Het betrof onder anderen planters, klerken, handelaren en missionarissen.

Japans vliegtuig

Met het oog op de Japanse opmars werd besloten de geïnterneerden over te brengen naar Brits-Indië. Het Nederlandse stoomschip werd onderweg door een Japans vliegtuig tot zinken gebracht. De kapitein gaf de bemanning opdracht het schip te verlaten, maar liet de 477 Duitsers en Oostenrijkers onder dek over aan hun lot. De meesten verdronken.

Het onderzoek moet leiden tot rehabilitatie van de slachtoffers. Nabestaanden pleiten hier al jaren voor. Na de oorlog verdween de zaak in de doofpot.

Lees ook:

Onderzoek naar scheepsramp Van Imhoff

Na 107 jaar vinden onderzoekers gezonken Endurance bij Antarctica