Spes Nostra was betaling in natura

Jan Ipema en Liesbeth Munnik varen op de Kempenaar Spes Nostra. Het echtpaar heeft drie dochters, twee daarvan kozen ook voor een bestaan in de binnenvaart. De Spes Nostra is trouwens gebouwd als oorlogsbetaling in natura.

Jan Ipema

Door

Henriette Driesen-Joanknecht

‘Dit schip is in 1923 in Kiel gebouwd als oorlogsbetaling voor de schuld van de Eerste Wereldoorlog aan België. Op die manier zijn meerdere schepen voor België gebouwd. Dat was destijds gebruikelijk, geld hadden de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog niet, maar schepen bouwen konden ze wel. Als het goed is, zijn er nog steeds zusterschepen in de vaart.

  • Schipper Ipema ziet toekomst Kempenaar somber in

De kwaliteit van de casco’s was dus goed’, vertelt Jan.

Hij is zelf van de wal en wilde graag gaan varen, maar op de havo hadden ze het alleen over de zeevaart. Liesbeth was een schippersdochter. ‘Ik ontmoette hem toen ik nog op school zat. Hij zag de binnenvaart en vond het het einde. Ik heb eerst nog een jaar bij mijn ouders aan boord gevaren en een jaar in een bejaardentehuis gewerkt. Na ons trouwen zijn we in 1979 gaan varen’, herinnert ze zich.

Dochters

Twee van hun dochters traden in de voetsporen van hun ouders en gingen na het vmbo naar het STC in Rotterdam, waar ze het mbo-binnenvaart volgden. De oudste, Nathalie, vaart met haar gezin op de Stiro. De middelste, Linda is stuurman op het passagiersschip Grace Kelly. Hun jongste dochter Allyson is een heel ander type, vertelt Liesbeth. ‘De jongste zit op het vwo. Die heeft geen enkele interesse in varen. Zij wil graag lezen en onderzoeken, dan ga je niet uren op een massa uitkijken. Ze denkt erover om biologie te gaan studeren. Dat is een heel ander kind.’

  • ‘Ons eerste schip is weer onder zeil gebracht’

De eigenaren van de Spes Nostra zijn lid van de Christelijke Bond van Ondernemers in de Binnenvaart (CBOB) en Koninklijke Schuttevaer en steunen het Bureau Voorlichting Binnenvaart. Jan zat ooit in het bestuur van Schuttevaer-afdeling Rijnstreek. ‘Ik ben ermee gestopt, omdat het op dat moment niet te combineren was met varen. Nu ben ik nergens actief in. Ik ga bij Schuttevaer wel naar alle vergaderingen.’

Vaargebied

De Spes Nostra vaart de laatste tijd meestal binnenlands, omdat dat zo uitkomt. Plaatsen als Helmond, Veghel en Oss doet zij veel aan. In hun vaargebied is behoefte aan afgiftepunten voor klein chemisch afval (KCA) en ligplaatsen. ‘Tussen het Noordergat van de Vissen en Lith zijn geen overnachtingsmogelijkheden. Dat is lastig voor ons soort schepen. Meer afgiftepunten voor chemisch afval en bilge zouden in ons vaargebied ook handig zijn. KCA kun je in Houten en Willemstad kwijt en de rest moet je afgeven aan bilgeboten, maar die moeten er dan wel zijn. Oss is bijvoorbeeld een grote haven aan het worden, maar er is daar niks op dat gebied. Op de Maasroute, tussen Dordt en Maasbracht, kun je ook geen KCA en bilge kwijt’, constateren ze.

Somber

De toekomst voor hun scheepstype zien ze somber in. ‘De omlegging van de Zuid-Willemsvaart is voor onze schepen een nadeel. Ik weet dat ik er een hoop mensen mee tegen de haren strijk, maar voor het werk wat er is zijn er teveel schepen in deze maat’, concludeert Jan.

Jan en Liesbeth begonnen in 1979 op een gemotoriseerde klipper, de Linquenda en kochten in 1990 een kastje van 48 meter dat ze Spes Nostra noemden. In 2001 kwam deze Spes Nostra. Hun eerste schip is intussen weer onder zeil gebracht. ‘Oorspronkelijk was het een eenmaster. Het is nu de tweemaster Antoinette R, die altijd in Kampen ligt. Tijdens de Volvorace zijn we erop wezen kijken. Dat was een bijzondere ervaring.’

Scheepsgegevens

Scheepsnaam: Spes Nostra. Lengte: 56 meter. Breedte: 6,60 meter. Diepgang: 2,50 meter. Tonnage: 633. Europanummer: 3280180. Motor: Volvo, 367 pk. Thuishaven: Haarlem. Bouwjaar: 1923. Eigenaar: Jan Ipema.