Cees Rijkers en zijn Vuurtorenmuseum

Ons land is rijk aan maritieme historie en dus aan maritieme musea. Hele bekende en minder bekende. Weekblad Schuttevaer publiceert deze maanden een serie artikelen over een aantal van die musea. Deze week het vuurtorenmuseum dat Cees Rijkers heeft ingericht in zijn rijtjeshuis in Giessenburg. Hij staat deze week in Den Oever op de Visserijdagen.

Cees Rijkers

Door

Jacques Kraaijeveld

‘Ik zit met m’n museum niet op internet, ik moet de spullen kunnen aanraken en ruiken. Ik heb inmiddels wel een computer en ik weet hoe ik hem aan en uit moet zetten. Ik wil het laten zien en er over kunnen praten in direct persoonlijk contact. Zoals op exposities en beurzen. Deze week sta ik in Den Oever op de Visserijdagen."

Aan het woord: Cees Rijkers in Giessenburg. Zijn rijtjeshuis is grotendeels ingericht als vuurtorenmuseum. In zijn woonkamer, en op de eerste verdieping twee slaapkamers. Bijna zo vol dat je er het overzicht kwijt zou kunnen raken. Maar Cees niet, hij weet alles precies te staan, nauwkeurig bijgehouden en gerubriceerd.
‘Ik krijg steeds meer spullen. Op de meest vreemde manieren. Een mevrouw van adel uit Bloemendaal stuurt me een handdoek met washandje, met daarop een afbeelding van een vuurtoren. Een man op Terschelling had van tevoren geregeld dat ik de lampen van de vuurtoren zou krijgen, die hij nog had liggen, als hij zou komen te overlijden. Echte Philips lampen. En waar ik ook veel van krijg, dat zijn de kringloopwinkels. Soms heb ik dan bepaalde dingen wel eens dubbel, maar dat geeft niet. Als er op een beurs iets gejat wordt of er raakt iets kwijt of kapot, dan heb ik altijd een reserve.
‘Pas kwam ik een boek over vuurtorens tegen bij de kringloop in Leerdam, dat best duur is als ik het regulier zou bestellen. Ik zeg tegen die mevrouw: wat kost dat? Ze zegt: één euro vijfentwintig. Zo duur, reageer ik. Zij weer: Nou, je mag het ook voor 75 cent meenemen.’

Collectie

Rijkers beperkt zich wat zijn collectie betreft wel tot de vuurtorens van Nederland, België en Noord-Frankrijk tot Duinkerken, in totaal zijn dat er 66. Maar hij heeft informatie over praktisch alle vuurtorens ter wereld. Hij was medeoprichter van de Vuurtorenvereniging (www.vuurtorens.org) in 1994 en schreef in twee Australische bladen over zijn hobby. ‘In ons eigen land raken steeds meer vuurtorens toegankelijk, omdat Rijkswaterstaat ze afstoot. In de meeste kun je voor 1,50 euro terecht om die te bezoeken. Tot aan het lichthuis. De Brandaris wordt binnenkort bediend vanuit de zeevaartschool, dat is natuurlijk een stuk minder interessant, met een monitor voor je snufferd. Ik heb goede contacten met de marine en Rijkswaterstaat. Dat scheelt wel als er vlootdagen zijn, of andere happenings. Zo zorgt de marine voor gratis overnachting en eten en drinken tijdens de vlootdagen. Helaas zijn die er nog maar om de drie jaar…’

Zoon

‘Ze bieden wel eens ruimte aan waar ik het museum kan onderbrengen. Maar wat schiet ik er mee op, als ik bijvoorbeeld heen en weer naar Hoek van Holland moet reizen om aan mijn verzameling te werken, terwijl ik nu elke avond naar boven kan als er niks op televisie is. Bovendien neemt mijn zoon het museum over, als ik er niet meer ben op een dag. Voorlopig heb ik het er nog zo druk mee als een klein baasje. Elke dag gebeurt er wel iets waar ik mee aan de slag kan.’
Het Vuurtorenmuseum is gevestigd aan de Van Delftstraat 26 in Giessenburg.  

Cees Rijkers en zijn Vuurtorenmuseum | Schuttevaer.nl

Cees Rijkers en zijn Vuurtorenmuseum

Ons land is rijk aan maritieme historie en dus aan maritieme musea. Hele bekende en minder bekende. Weekblad Schuttevaer publiceert deze maanden een serie artikelen over een aantal van die musea. Deze week het vuurtorenmuseum dat Cees Rijkers heeft ingericht in zijn rijtjeshuis in Giessenburg. Hij staat deze week in Den Oever op de Visserijdagen.

Cees Rijkers

Door

Jacques Kraaijeveld

‘Ik zit met m’n museum niet op internet, ik moet de spullen kunnen aanraken en ruiken. Ik heb inmiddels wel een computer en ik weet hoe ik hem aan en uit moet zetten. Ik wil het laten zien en er over kunnen praten in direct persoonlijk contact. Zoals op exposities en beurzen. Deze week sta ik in Den Oever op de Visserijdagen."

Aan het woord: Cees Rijkers in Giessenburg. Zijn rijtjeshuis is grotendeels ingericht als vuurtorenmuseum. In zijn woonkamer, en op de eerste verdieping twee slaapkamers. Bijna zo vol dat je er het overzicht kwijt zou kunnen raken. Maar Cees niet, hij weet alles precies te staan, nauwkeurig bijgehouden en gerubriceerd.
‘Ik krijg steeds meer spullen. Op de meest vreemde manieren. Een mevrouw van adel uit Bloemendaal stuurt me een handdoek met washandje, met daarop een afbeelding van een vuurtoren. Een man op Terschelling had van tevoren geregeld dat ik de lampen van de vuurtoren zou krijgen, die hij nog had liggen, als hij zou komen te overlijden. Echte Philips lampen. En waar ik ook veel van krijg, dat zijn de kringloopwinkels. Soms heb ik dan bepaalde dingen wel eens dubbel, maar dat geeft niet. Als er op een beurs iets gejat wordt of er raakt iets kwijt of kapot, dan heb ik altijd een reserve.
‘Pas kwam ik een boek over vuurtorens tegen bij de kringloop in Leerdam, dat best duur is als ik het regulier zou bestellen. Ik zeg tegen die mevrouw: wat kost dat? Ze zegt: één euro vijfentwintig. Zo duur, reageer ik. Zij weer: Nou, je mag het ook voor 75 cent meenemen.’

Collectie

Rijkers beperkt zich wat zijn collectie betreft wel tot de vuurtorens van Nederland, België en Noord-Frankrijk tot Duinkerken, in totaal zijn dat er 66. Maar hij heeft informatie over praktisch alle vuurtorens ter wereld. Hij was medeoprichter van de Vuurtorenvereniging (www.vuurtorens.org) in 1994 en schreef in twee Australische bladen over zijn hobby. ‘In ons eigen land raken steeds meer vuurtorens toegankelijk, omdat Rijkswaterstaat ze afstoot. In de meeste kun je voor 1,50 euro terecht om die te bezoeken. Tot aan het lichthuis. De Brandaris wordt binnenkort bediend vanuit de zeevaartschool, dat is natuurlijk een stuk minder interessant, met een monitor voor je snufferd. Ik heb goede contacten met de marine en Rijkswaterstaat. Dat scheelt wel als er vlootdagen zijn, of andere happenings. Zo zorgt de marine voor gratis overnachting en eten en drinken tijdens de vlootdagen. Helaas zijn die er nog maar om de drie jaar…’

Zoon

‘Ze bieden wel eens ruimte aan waar ik het museum kan onderbrengen. Maar wat schiet ik er mee op, als ik bijvoorbeeld heen en weer naar Hoek van Holland moet reizen om aan mijn verzameling te werken, terwijl ik nu elke avond naar boven kan als er niks op televisie is. Bovendien neemt mijn zoon het museum over, als ik er niet meer ben op een dag. Voorlopig heb ik het er nog zo druk mee als een klein baasje. Elke dag gebeurt er wel iets waar ik mee aan de slag kan.’
Het Vuurtorenmuseum is gevestigd aan de Van Delftstraat 26 in Giessenburg.