reportage

Enige ontgassingslocatie in Nederland, ATM Moerdijk, verwacht geen stormloop

De eerste fase van het landelijk verbod op varend ontgassen gaat 1 juli in en zorgen voor meer vraag naar ontgassingsinstallaties. Schuttevaer ging langs bij Afval Terminal Moerdijk (ATM) in Moerdijk, die op dit moment de enige vaste ontgassingsinstallatie exploiteert. ATM wil de capaciteit verhogen en straks drie in plaats van twee schepen tegelijk kunnen ontgassen. Danny van Leeuwen, die al 36 jaar bij ATM werkt, blikt vooruit in de aanloop naar het verbod.

ATM
Danny van Leeuwen op de steiger bij de ATM ontgassingsinstallatie voor schepen. Esther Geerts

Bij aankomst bij ATM Moerdijk via de weg zie je in eerste instantie geen schepen, maar een gigantische berg grond liggen. ‘ATM is de grootste afvalverwerker van Nederland. Er komt grond uit heel Europa naar ATM om te worden gereinigd, maar ook ander afval: chemisch afval, zoals verfblikken, nagellakflesjes, medicijnen en restlading van tankauto’s. Alles wat je in je gootsteenkastje hebt staan en de grondstoffen daarvoor’, vertelt Van Leeuwen, als supervisor verantwoordelijk voor alles wat met scheepvaart te maken heeft bij ATM.

Eigenlijk is het ontgassen van schepen dus meer een ‘side-business’ van ATM. ‘Het ontgassen is maar een klein stukje van wat we doen, maar wel eentje waar we de aandacht op hebben zitten, en we willen uitbreiden.’

Tekst gaat verder onder de foto

ATM Moerdijk vanuit de lucht
ATM Moerdijk vanuit de lucht, met rechts de steiger waar schepen aanmeren. Er loopt een leiding direct naar de incerator waar de gassen verbrand worden. Foto ATM

We lopen het terrein op. ‘Dat was vroeger eenvoudiger, toen liep ik zo met korte broek en T-shirtje het terrein op’, lacht Van Leeuwen. Nu heb je pasjes nodig, een overall, helm en veiligheidsschoenen. ‘Omdat ik hier al zolang werk, is dat best een omschakeling geweest.’

De ontgassingsinstallatie voor tankschepen is al zo’n 10 jaar in bedrijf. ‘Toen een verbod op varend ontgassen ter sprake kwam, hebben we binnen ATM zelf die ontgassings-unit ontwikkeld.’

Dat verbod is toen de benzinerichtlijn geworden, waarbij benzine niet meer mag worden ontgast naar de buitenlucht. ‘Op verzoek van de rederijen waarmee we samenwerkten en die bij ons kwamen schoonmaken, zijn we daarvoor een ontgassingsinstallatie gaan ontwikkelen.

‘Met een groepje mensen hebben we nagedacht hoe we dat zouden gaan doen. We hebben een grondreiniger. Daar zit al een heel grote incinerator (verbrandingsoven) achter. En die verbrandt alle gassen van ons terrein. We hebben daar toch capaciteit zat, dus we kunnen de gassen uit schepen daar ook wel bij doen, dachten we. Het veranderde in het proces verder eigenlijk niets. We hoefden alleen een pijpleiding aan te leggen, met een aantal veiligheidsmaatregelen.’

In de incinerator worden dus alle gassen van het terrein verbrand. In een controlekamer wordt alles via schermen in de gaten gehouden, ook het ontgassingsproces. ‘Hier kunnen we meten hoever we zijn. Is de tank onder de 10%, dan gaan we met de hand meten en is zo’n schip klaar. Alle dampen uit de pijp worden hier ook gemonitord. Dat is in feite gewoon schone lucht. Die wordt constant met meters gecheckt en die gegevens komen ook rechtstreeks bij de provincie terecht. Die kan kijken of we niet teveel uitstoten.’

Tekst gaat verder onder de foto

Hier komen ook de scheepsdampen uiteindelijk terecht, de incinerator waar alle gassen van ATM verbrand worden. Foto Esther Geerts

Vergunning loopt moeilijk

Momenteel kan ATM twee schepen tegelijk ontgassen. ‘Maar de visie van ATM was altijd, je moet niet iets bouwen voor nu, maar voor de toekomst. Dus het hele ontwerp is op drie ontgassers gebouwd. Op de pijpbrug is ruimte voor drie pijpen en drie aansluitingen op de incinerator. Uiteindelijk hebben we er twee direct aangelegd en de derde willen we deze zomer aanleggen.’

Theoretisch zou nog meer kunnen, mocht er vanuit de binnentankvaart veel meer vraag zijn, zegt van Leeuwen. ‘Maar het is in eerste instantie ingericht voor drie lijnen.’

Op de kade waar de derde ontgassingslocatie moet komen was vroeger een zandfabriek. ‘Die stopte en je kunt je buurman altijd maar één keer kopen, dus dat deden we een jaar of 10 geleden. Het komt nu goed van pas. We sorteren hier alleen wat grind en de kade gebruiken we nog helemaal niet.’

Tekst gaat verder onder de foto

Danny van Leeuwen op de kade waar de derde ontgassingsplek van ATM moet komen
Danny van Leeuwen op de kade waar de derde ontgassingsplek van ATM moet komen. Foto Esther Geerts

Het is nu alleen nog wachten op de benodigde vergunning. ATM diende de aanvraag in december 2023 in. ‘We ontgassen al jaren. Toch moet je weer een vergunning aanvragen. Dat is prima, maar we hebben al een vergunning voor twee lijnen, er komt alleen een derde bij. Je zou denken dat die aanvraag dan eenvoudiger en sneller gaat. Maar dat is niet zo. Je moet allerlei nieuwe metingen doen en nieuwe rapporten insturen. Moet je je voorstellen, je hebt twee auto’s thuis, en je koopt er nog een mooie sportwagen bij. En dan moet je daar een extra rijbewijs voor halen. Hetzelfde rijbewijs wat je al hebt. Dan zeg je, ja ik kan toch al autorijden?’

Dat procedures lang duren frustreert Van Leeuwen. ‘De BV Nederland zegt dat er ontgassingsunits moeten komen. Dan is er een firma hier op Moerdijk die zegt, wij gaan er eentje bouwen. Dan zou je zeggen, de overheid wil dat, die moet dat pushen. Maar overheden, de een wil het graag en de ander houdt het tegen’, verzucht hij.

Dat de vergunningaanvraag tijd kost heeft ook te maken met de nieuwe Omgevingswet, die 1 januari 2024 is ingevoerd, denkt Van Leeuwen. Maar ook de Natura 2000-wetgeving en CO2-uitstoot zijn een factor. Elk schip extra is meer uitstoot op het terrein. ‘Ik ga ervan uit dat de derde lijn er gewoon gaat komen. Ik promoot dat ook, want de branche roept echt om een extra ontgassingsplek.’

‘Kijk naar het hele plaatje’

Van Leeuwen verwacht niet dat de derde aansluiting voor de zomer klaar is. ‘Puur de aanleg kost al een maand of vier.’

Op het Hollands Diep liggen drie schepen te wachten om aan te meren. Van Leeuwen wijst ze aan. ‘We hebben het altijd heel druk. Aan de steiger kunnen vier schepen liggen. We ontvangen er zeven per dag. Dus elk schip moet na 12 uur van de steiger af, voor de volgende. Niet elk schip komt ontgassen. Het merendeel komt andere resten afgeven, of voor een schoonmaakbeurt. In doorsnee bedient ATM nu circa 200 schepen per maand. ‘Ontgassen gebeurt nog niet zo heel veel, zo’n 10 tot 12 keer per maand.’ Wat nog legaal in de buitenlucht mag, gebeurt ook daar.

Tekst gaat verder onder de foto

Tankschip aan de ontgasser bij ATM
Schip aan het ontgassen bij ATM. Foto Esther Geerts

Aan een van de twee ontgassingssteigers kan aan twee zijden een schip komen ontgassen, al kan er maar een tegelijk aansluiten op de installatie. Er zitten veiligheidsmaatregelen in het proces, maar niet tussen die twee schepen in, dus dan is er kans dat het ene gas in het andere schip wordt gepompt, met alle risico’s van dien. In de leidingen naar de incinerator zit een detonatiebeveiliging, waardoor geen vlam vanaf de incinerator het schip kan bereiken. De andere steiger is ouder en kleiner, daar kan op dit moment alleen aan de linkerkant worden ontgast. Volgend jaar wil ATM deze ook vernieuwen en verbreden, zodat er aan twee kanten een aansluiting op de ontgasser mogelijk is.

Relatief goedkoop en snel

‘Zo ongeveer de hele binnenvaart komt bij ATM voor het afgeven van afvalstoffen en schoonmaken van schepen. Ontgassen is hier relatief goedkoop en sneller dan bij een mobiele unit’, zegt Van Leeuwen.

Per schip duurt een ontgassing ongeveer 16 uur, afhankelijk van het schip en de lading. ‘Sommige moderne schepen zijn heel snel klaar. Maar er zijn ook schepen die wat ouder zijn. Daar blijven wat plasjes liggen en dan duurt het veel langer. De kosten zijn bij ATM 1,15 euro per kuub inhoud van de tanker die moet worden ontgast. ‘We houden het eenvoudig. Dan weet je van tevoren waar je aantoe bent. Het gaat niet om de tijd, maar om de kuubs. Die 1,15 euro vinden we een mooi tarief. Alle andere ontgassers kunnen het er niet voor doen. Dat verstevigt onze positie.’

ATM hoeft bijvoorbeeld geen brandstof toe te voegen om het verbrandingsproces draaiende te houden. De incinerator draait 24/7, ook op feestdagen en in de weekenden. ‘Bij een mobiele installatie met verbrandingsmotoren moet je wel brandstof toevoegen. In het begin heb je namelijk heel calorisch gas, waar die motoren wel op draaien, maar op een gegeven moment heb je bijna alleen maar lucht met heel weinig calorieën. Daar moet je dan brandstof bij doseren en dat kost ook weer geld.’

Het ontgassen gebeurt op losse basis. ‘We hebben geen contracten of afspraken, en dat willen we ook helemaal niet. We willen gewoon een vrije markt. De partijen die hier komen gaan misschien straks ook wel gebruik maken van een andere nieuwe unit, als die er is. Iedereen is vrij om te gaan, als je naar een concurrent wilt, prima, zijn we ook evengoeie vrienden.

‘Je hebt best weleens dat je hier vijf dagen moet wachten voordat je aan de beurt bent. Zo druk is het. Als je dan ergens anders kunt ontgassen ben je sneller aan de beurt. Op dat gebied is het goed als er een breder aanbod komt.’

Wie betaalt de rekening?

ATM is geen lid van de in Nederland gevestigde EVRA, de European Vapour Recovery Association, de brancheorganisatie van bedrijven die zich bezighouden met ontgassingsinstallaties. ‘Wij willen onze eigen koers varen en zij hebben een andere denkwijze. Kijk, we moeten dadelijk 1 tot 1,5 miljoen euro neerleggen om die pijpleiding aan te leggen om die derde kade te ontwikkelen. Dat investeren we zelf, en EVRA wil allemaal subsidies, wel 50 miljoen. Daar willen we niet mee in de groep zitten. Wij houden onze eigen broek wel op.’

Van Leeuwen begrijpt echter ook wel dat niet iedereen dezelfde middelen en mogelijkheden heeft als een groot bedrijf als ATM. ‘Voor een miljoen bouwen we nu een extra installatie. En de EVRA wil 50 miljoen euro hebben voor ontgassingsinstallaties. Dat is ten eerste heel veel geld en ten tweede is het natuurlijk zo, dat de uiteindelijke producenten moeten gaan betalen. En niet de overheid. De Shell en de Esso, de vervuilers die dat produceren, moeten gewoon voor de kosten opdraaien.’

‘1 juli gaat meevallen’

Vorig jaar kwam het verlossende woord van minister Harbers dat 1 juli 2024 de eerste fase van het CDNI-verdrag ingaat, waarbij vier gevaarlijke stoffen voortaan niet meer ontgast mogen worden naar de buitenlucht. Het aantal schepen dat moet ontgassen aan de wal gaat dus binnenkort toenemen, is de logische gedachte. ‘Maar ik denk dat het gaat meevallen’, zegt van Leeuwen. ‘De grootste bulk in de ladingstromen is benzine, benzeen en 10% benzeenhoudend en dat is al verboden om varend te ontgassen.’

Met fase I op 1 juli komt daar een aantal stoffen bij, zoals mengsels met meer dan 10% ethanol. Maar de meeste van die stoffen worden niet zo heel veel gevaren, zegt van Leeuwen. ‘Nafta (aardoliedestilaat) is wel een heel grote partij, maar verder valt het wel mee wat erbij komt.’

De minister wil fase 1 en fase 2 van het verbod op varend ontgassen vrijwel gelijktijdig laten ingaan, maar het is nog niet precies bekend wanneer de stoffen uit tabel II ook verboden worden te ontgassen.

Dedicated vervoer

Van Leeuwen verwacht dat schepen meer dedicated gaan varen, met opeenvolgend dezelfde lading. ‘Ik denk dat schepen die nu methanol varen en naar de buitenlucht ontgassen, dadelijk alleen maar methanol varen en niet meer hoeven te ontgassen. De markt past zich aan. Dat zagen we eerder ook met de Benzinerichtlijn. Uit de branche hoorde je destijds dat het om 900 schepen per jaar zou gaan, dus 80 schepen per maand. Nou als er drie kwamen ontgassen was het veel.’

Wel krijgt hij momenteel veel vragen binnen. ‘Alle grote rederijen vragen wat de mogelijkheden zijn, welke producten we kunnen ontgassen.’

Het ministerie gaat ervan uit dat er momenteel 5000 ontgassingen per jaar plaatsvinden. ‘Moet je nagaan dat je 5000 ontgassingen zou hebben, grof gezegd zijn dat er 400 in de maand. Wij doen er nu 10 bij ATM, dat is een enorm verschil. Dat het verbod bijna ingaat, is alleen maar goed. Je wilt niet meer alles naar buiten blazen. Sommige producten stinken gewoon enorm. Als je tijdens het varen die lucht eruit blaast geeft dat echt een vervelende geur. Dat is niet goed voor de mensen en niet voor het milieu.’