Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Vrij-man blij-man in sleepwerk

Zaanstad

Sleepbootschipper Jim van Vliet is nog steeds verliefd op zijn bootje. Dat ‘bootje’ is de Kroonwijk. Een sleepboot uit 1956, gekocht van de KNSM. Prachtig mooi. Al is hij blij dat de Kromhout is vervangen door een Caterpillar. ‘Want die Kromhout, dat vond ik maar een amechtige, rottige tweetakt.’

1 / 1
Jim van Vliet verveelt zich nooit op de Kroonwijk. ‘Ik kan heel goed wachten. Ik ga gewoon vogeltjes kijken.’ (Foto Corine Nijenhuis)

Jim van Vliet verveelt zich nooit op de Kroonwijk. ‘Ik kan heel goed wachten. Ik ga gewoon vogeltjes kijken.’ (Foto Corine Nijenhuis)

  • Jim van Vliet verkoopt zijn boot nooit
  • ‘Respect voor sleepschippers’
  • ‘Dan spelen we wie het best kan liegen’
  • ‘Met 10 man op een coaster van 50 meter’

Door Corine Nijenhuis

Hoe word je schipper? Volgens Jim (73) is het doodeenvoudig: ‘Je begint met varen op een vlotje. Dat wordt een roeiboot. Dan een kano en daarna een zeilbootje.’ En als je vervolgens bij een houtzagerij gaat werken waar het water vol ligt met dekschuiten, slepertjes en opduwers, ‘dan raak je vanzelf begiftigd’.

Hij groeide op in de Zaanstreek waar zijn vader een houtzagerij had. Voordat Jim er mocht komen werken, moest hij eerst elders als ‘volontair’ in de leer. Bij een ouderwetse houtzagerij. Jim zaagde er balken met staande raamzagen op stoom: ‘Een fantastisch mooi vak, maar ten dode opgeschreven.’

Met de nodige ervaring stapte hij in zijn vaders bedrijf. Dat bleek niet eenvoudig. Want diens houtzagerij leverde aan kleine aannemers: ‘Zwakke broeders die niet snel betaalden. Mijn vader werd een bank van lening.’ En hoewel Van Vliet Sr er een hoop zorg van had, veranderde hij zijn bedrijfsvoering niet. Hoezeer zijn zoon ook aandrong. Uiteindelijk kon Jim weinig anders dan vertrekken. Hij meldde zich bij scheepsbevrachter Jan Tavenier. Jim ging de kustvaart in.


Naar zee  

Hij was nog geen 20 en kon direct beginnen als lichtmatroos. Op een houtcoaster naar Zweden. Jim heeft er goeie herinneringen aan. ‘We zaten met 10 man op een bootje van 50 meter. Sliepen met vier matrozen in een hok in het achteronder, boven de schroef. Zes uur op, zes uur af. Als je pech had, haalde je dat nooit.’

Want of je nou wacht had of niet; alle matrozen hielpen het schip zeeklaar te maken. Bij IJmuiden, bij Delfzijl en bij de Oostzee opnieuw. Op de heenreis vervoerde de coaster zout, dat in diverse Zweedse havens werd gelost. Daarna werd er hout geladen. ‘Plankie voor plankie, in het ruim en de gangboorden, tot de brug aan toe.’ Er moesten drie dekkleden over, want Tavenier garandeerde een droge deklast. Zwaar werk: ‘In de winter moest je de kleden met een hamer openslaan.’

Toen Tavenier Portugese vissers als goedkope werkkrachten ging aannemen, hield Jim het voor gezien bij de kustvaart. Hij ging terug naar de houthandel van zijn vader. Daar bleek niks veranderd. Jim kon het niet aanzien: ‘Die man had zoveel zorgen. Uiteindelijk heb ik hem op weg geholpen naar het end.’ De verkoop van de houtzagerij was een verlossing. Voor Van Vliet Sr, maar ook voor Jim. Want met het geld dat zijn aandeel opleverde, kon hij een schip kopen. Een sleepboot.


Nieuwe liefde

Die keuze maakte hij niet toevallig. Want Jim wilde een boot waarmee hij kon werken én op wonen. Zijn vrouw was verliefd geworden op een ander. Na de scheiding hield zij het huis: ‘En stond ik op straat.’ De Kroonwijk werd zijn nieuwe liefde, zijn sleepbedrijf de nieuwe toekomst. Toen hij eenmaal was begonnen, voelde hij zich bevrijd: ‘Ik was vrij-man blij-man. Met een boekhouding die in een sigarenkissie paste.’

Hij begon in de bagger. Bij Van der Laan: ‘Rondjes baggeren. Deden we negen maanden over. We begonnen bij de IJ-geul, dan Muiden, dan alle haveningangen op de Randmeren. Langs de Friese kust en via de andere kant terug.’ Hij leerde slepen in het baggerwerk. ‘Daar heb je zulke banden langszij, dus kon ik het een beetje onder de knie krijgen.’

Geen overbodige luxe in de schipperswereld, waarin hij vervolgens terechtkwam; die van de sleepschepen. Bij zijn eerste sleepopdracht kreeg hij meteen zijn vuurdoop. De Kempenaar lag te wachten in Utrecht. Het schip was spic-en-span. Jim meerde aan, stootte met een band tegen de geschilderde romp. Er ging een deurtje open, er verscheen een keurige vrouw. ‘Ik kom je halen’, zei Jim, ‘voor de sleep.’ De weduwe keek hem eens aan. ‘Nou’, antwoordde ze, ‘niet met jou.’ Voor ze deur sloot, zei ze: ‘jij bent veel te wild.’

Uiteindelijk kwam het goed. Jim sleepte de Kempenaar meermaals. Dan kreeg hij een kwartje fooi. ‘Om een borreltje te halen zei ze dan.’


Sleepschippers

Hij heeft respect voor de sleepschippers van weleer. ‘Als je het over varen hebt; zíj konden varen. Zo behendig met trossen en ankers.’ Hij zag sleepschippers in havens hun geladen schepen verhalen. Dan wrikten ze hun vletje naar een paal waar ze een staaldraad omlegden. Met de verhaalkop op de hulpmotor trokken ze zich vervolgens vooruit. Zo scharrelden ze de haven door. Er kwam geen sleepboot bij. Jim houdt van de kalme mentaliteit. Toen hij een zware Dortmunder vol rijst sleepte, riep hij naar de schipper: ‘We gaan niet erg hard hè?’ De schipper lachte vriendelijk: ‘We gáán toch?’

Het was geweldig werk. ‘Maar je hield er geen kwartje aan over.’

Dat gaf problemen als er moest worden geïnvesteerd. Toen eindelijk die Kromhout eruit klapte bijvoorbeeld. Jim kocht een Caterpillar die hij zelf inbouwde. Hij deed er acht weken over: ‘Ik moest steeds het wiel uitvinden.’ Maar met de 365 pk was hij blij: ‘Dan doe je wel mee.’


Geduld

Toen de sleepschepen verdwenen, ging Jim in het aannemerswerk. Kranen, zandzuigers, maar ook zeeschepen waar Kroonwijk soms achterstevoren achter hangt. Jim houdt van afwisseling, al geldt overal dezelfde gouden regel: slepen is drijven. ‘Het is als biljarten, je legt de keu aan en denkt, daar gaat ie heen.’ En altijd reserves inbouwen bij het manoeuvreren: ‘Als dit niet lukt, dan kun je dat nog.’

Jim verveelt zich nooit. Van zijn vader leerde hij ‘zijn omgeving uit te buiten’. Sta je in de file op de gracht? Dan ga je geveltjes kijken. Jim doet hetzelfde op het water. ‘Ik kan heel goed wachten. Ik ga gewoon vogeltjes kijken.’

Dat doet hij samen met zijn matroos Gerard. ‘Een heerlijke man. Hij heeft maar één versnelling.’ Hij is goed gezelschap. Wanneer Kroonwijk sleept op de Maasvlakte, zitten ze ‘s avonds samen in de stuurhut en kijken over de verlaten haven met enkel kranen en containers. ‘Dan spelen we wie het best kan liegen.’


Mank been

Jim denkt niet aan stoppen: ‘Ik ga door tot ik niet meer kan.’ Wel is hij voorzichtiger dan vroeger, een rugoperatie bezorgde hem een mank been. ‘Ik ren niet meer de stuurhut uit, het gangboord door.’ Dat doet Gerard voor hem. ‘Al is dat dus in de eerste versnelling.’

Jim zelf doet waar hij het best in is: sleepwerk. Met de Kroonwijk. En als hij ooit wordt afgekeurd? Dan gaat hij varen in Denemarken. Voor z’n plezier. ‘Want dat bootje verkopen? Nooit.’

Reacties (1)

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

  • Harry de de Groot

    "Sleepbootschipper", er staat toch duidelijk Kapt. J. van Vliet op de stuurhut....

Lees ook

Nieuwe vacatures meer (0)... RSS

LinksRechts