Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Wieger heeft een pontjacht

Puttershoek

Je verwacht het niet op een motorjacht: een Europanummer. Toch staat er met flinke plakletters het nummer 02322765 op de zijkanten van de BA-CO. Het is dan ook een bijzonder schip, deze uit de kluiten gewassen motorvlet van oud-binnenvaartschipper en pontbaas Wieger van der Werff.

1 / 1
Wieger van der Werff: ‘Dit schip moet destijds een vermogen hebben gekost. Maar bij Rijkswaterstaat mocht het kennelijk wat kosten.' (Foto Bart Oosterveld)

Wieger van der Werff: ‘Dit schip moet destijds een vermogen hebben gekost. Maar bij Rijkswaterstaat mocht het kennelijk wat kosten.' (Foto Bart Oosterveld)

  • ‘Wij gebruikten petroleumlampen op een tanker vol benzine'

  • ‘Afstoppen was taak van eerste matroos'

Door Bart Oosterveld
Van der Werff (73) werd geboren op Schiermonnikoog. En wie denkt, waar ken ik die naam toch van: zijn opa was de oprichter van het welbekende Hotel Van der Werff. Maar zijn ouders besloten eind jaren ‘50 naar het vasteland te verhuizen en de familie kwam terecht in Hendrik-Ido-Ambacht. Hoewel hij geen schipperskind was, solliciteerde Wieger toen hij 15 jaar oud was bij tankrederij Van Ommeren. Hij werd als scheepsjongen aangenomen en kwam te werken op een sleeptanker.

Van Ommeren had destijds niet minder dan 245 eigen schepen en zo'n 1500 man in dienst. Plus dat de arbeidsvoorwaarden rond 1960 tot de beste van het land behoorden. Wieger begon als scheepsjongen op een van de sleeptankers, die destijds nog in slepen van wel acht schepen door machtige sleepboten de Rijn opgetrokken werden. Ze waren met z'n vieren aan boord: de scheepsjongen,  een eerste en tweede matroos en een schipper.

Petroleumlampen
Een voordeel van de tanksleepvaart was dat er maar relatief korte dagen werden gemaakt. Zomers 14 uur per dag en van november tot maart zelfs maar 12 uur. Na de vaartijd werden de schepen losgegooid en op stroom ten anker gelegd. ‘Je kunt het je nu niet meer voorstellen', zegt Van der Werff, ‘maar als verlichting op een tanker vol met benzine gebruikten we petroleumlampen: een blauwe voor de gevaarlijke lading en een witte als ankerlicht. Daar liepen we zo mee over het dek. Achteraf gezien was dat toch wel behoorlijk gevaarlijk, denk ik.'

Hoe dan ook, tot een ontploffing is het destijds niet gekomen op het schip waarop hij voer. Hij klom op tot eerste matroos. Dat was in feite de belangrijkste functie, zegt Van der Werff. ‘Omdat we geen motor hadden moest het hele schip met staaldraad worden afgestopt. Dat was de taak van de eerste matroos. Met vijf, zes slagen om de bolder moest je 1800 ton zien stil te leggen. Je hele kleding kwam stijf te zitten met het vet dat erop was gesmeerd.'

Klipper Bracksand
Van der Werff haalde zijn papieren en bracht het tot kapitein op de scherp gesneden tanker Caucasia. Maar in 1974, na 15 jaar tankvaart, liet hij de wereld van het olievervoer voor wat hij was. Hij koos voor een bestaan dichter bij huis en werd pontbaas op het veer over de Oude Maas in Puttershoek. Daarmee kreeg hij ook vrije tijd. In 1976 viel zijn oog op een flinke klipper: de Soeza uit Vreeswijk. Hij kocht het schip, dat op dat moment nog in de vaart was als kleinste stukgoedboot van de NPRC. Maar door de opkomst van de container was er flink de klad in het stukgoed gekomen.

Van der Werff legde de klipper met toestemming van de burgemeester naast de veersteiger in Puttershoek. Het veer voer niet de hele dag en tijdens de pauzes had hij ruim de tijd om aan het schip te werken en het te restaureren tot zeilend bedrijfsvaartuig. Bracksand werd de nieuwe naam, naar de zandbank tussen Schier en Lauwersoog, een verwijzing uiteraard naar zijn geboortegrond. Charteren was niet te combineren met het leven als pontbaas. Maar dagtochten ging prima, dus voer de Bracksand vele jaren met maximaal 80 personen aan boord rondjes rond de Hoekse Waard.

Pontjacht
Aan alles komt een einde. In overleg met zijn vrouw besloot Van der Werff in 1996 de Bracksand te verruilen voor een motorschip. Dat werd de BA-CO, een oerdegelijk gebouwd voormalig dienstvaartuig van Rijkswaterstaat. Het werd in 1971 speciaal ontworpen als peilschip voor de bouw van de Oosterscheldekering. ‘Het moet destijds een vermogen hebben gekost', zegt Van der Werff. 'Maar bij Rijkswaterstaat mocht het kennelijk wat kosten.'

In plaats van het als jacht te gaan varen liet Van de Werff de BA-CO onder klasse brengen als dagpassagiersschip, zodat hij met passagiers kon blijven varen. Met de gemeente Puttershoek kwam hij overeen dat hij het schip - dat met radar was uitgerust - bij mist mocht inzetten in plaats van de gemeentelijke pont. Nu nog steeds vaart de BA-CO als gekeurd passagiersschip en pont rond. Een enkele keer valt hij met zijn schip nog weleens in als er een andere pont stuk is, of bij drukte. Begin vorige maand sprong Van der Werff bij op de verbinding Varik-Heerewaarden waar toen drukte was vanwege een 5 mei-fietstocht.

Aflosser
Van der Werff wil ook nog weleens aflossen. Niet meer op de gewone binnenvaart, maar wel op de pont. Wat hij laatst ook heeft gedaan: als derde patenthouder mee op een riviercruiseschip. Hij stapte op in Miltenberg op de Main en voer in vier dagen mee naar Amsterdam. Veel mag hij er niet over zeggen, want de rederij staat op strikte geheimhouding. 'Maar ik hoefde weinig te doen, er was lekker eten en het was erg interessant te zien hoe de besturing van zo'n schip met pods gaat.'

Scheepsgegevens
Scheepsnaam: BA-CO. Lengte: 13,50 meter. Breedte: 3,50 meter. Europanummer: 002322765 . Motor: DAF 825, 132 pk. Bouwjaar: 1971. Werf: Akerboom, Oegstgeest. Capaciteit: 30 personen.

Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook