Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Geschiedenis Ambulant: Op de wind, samen met familie

ROTTERDAM

De schipperswereld is klein: veel schippers kennen elkaar. Maar de tijd drijft hen uiteen. Eenmaal uit de vaart, verbreekt vaak het contact. Tenzij het toeval toeslaat. En oud-schippers elkaar na jaren terugvinden. Dat gebeurde bij Harmen Bergsma en Dingena de Voogd van der Straaten

1 / 3
Jan De Voogd van der Straaten bleef met de Ambulant varen tot zijn pensionering in 1998. (Foto familie De Voogd van der Straaten)

Jan De Voogd van der Straaten bleef met de Ambulant varen tot zijn pensionering in 1998. (Foto familie De Voogd van der Straaten)

  • Jans troost was zijn moeders trots

Door Corine Nijenhuis
In de rubriek ‘Schippers van weleer' werd hij herkend als de zetschipper van de Ambulant, eind jaren ‘40. Ambulant was de zeilkast van Dingena's ouders. Harmen en Dingena ontmoetten elkaar onlangs opnieuw, 69 jaar na de laatste keer. Het leverde dit portret van de zeilkast Ambulant op.

In de collectie van het Maritiem Museum bevindt zich een scheepsmodel van een ijzeren sleepschip. Dat schip was in 1910 van de helling gegleden, bij scheepswerf Van Suijlekom in Raamsdonkveer. De kast was van flink formaat: 40,17 meter lang, 6,60 meter breed, het kon de Friese wateren niet op. Gelukkig werd menige sluis vergroot. Want de sleepkast was in 1911 getuigd en de tweemaster zeilde het liefst op open water zoals het IJsselmeer. Het scheepsmodel laat een groot aantal lieren zien. Die waren nodig om het zeilschip met twee man te varen.

Ziekelijk
In 1927 kwam ze in bezit van de familie De Voogd van der Straaten. Dingena's vader kocht het schip met hulp van zijn ouders. Diens moeder vond dat de scheepsnaam daarom een samenstelling moest zijn, maar zijn vader vond de naam ‘JaDi', naar Jan en Dingena, maar niks. Het schip moest ‘Ambulant' heten: niet gebonden aan een vaste plaats. De naam is nooit meer gewijzigd.

Het eerste jaar voer vader De Voogd van der Straaten met zijn zus, daarna kwam zijn bruid aan boord. Omdat hartproblemen haar het varen onmogelijk maakten, ging er een knecht mee. De Ambulant voer vaak schelpen, volgetuigd zeilde ze over de Waddenzee. Maar op de kanalen ging dat lastiger, daarom liet vader in 1930 een zijschroef monteren. In datzelfde jaar werd zoon Jan geboren. Dochters Nellie en Dingena kwamen één en vier jaar later. De oudsten gingen naar school tot de oorlog uitbrak, toen moesten ze terug aan boord. Vader was in de oorlog blij dat de Ambulant getuigd was; hij had weinig last van de gasolie-schaarste en zeilde gewoon door. Tot 1944, het jaar waarin alles veranderde.

Plotselinge dood
Tijdens het lossen in Culemborg kreeg vader buikpijn. Toen dat niet overging belandde hij op donderdag in het ziekenhuis en op zondag was hij al overleden. Tijd om te rouwen was er niet. De Ambulant moest weg uit Culemborg, zo waarschuwde Dingena's oma. Als schipperse zag zij het gevaar van de gefrustreerde Duitsers, die steeds meer schepen confisqueerden. De Ambulant voer naar Vreeswijk, waar ze alsnog werd gevorderd. Het vaderloze gezin stond op straat. Ze mochten in een klein scheepje van een aannemer. Het werd door zijn werkmannen als slaap- en ontbijtruimte gebruikt. Maar na 14 dagen kwam de vijand terug om ook dat schip te confisqueren. Wanhopig ging Dingena's opa langs de huizen, kleinzoon Jan aan de hand. Een meevoelende vrouw nam hen in huis, het gezin zat de oorlog uit in twee geleende kamers.

Advertentie
De Ambulant werd teruggevonden in Amsterdam, zwaar gehavend. In Vreeswijk ging ze de helling op, maar het duurde lang voor ze weer varen kon; materiaal was er nauwelijks. Opa was een grote steun voor Dingena's moeder, die niet alleen weduwe was geworden, maar ook met grote gezondheidsproblemen kampte. Desalniettemin wilde ze de Ambulant weer in het water krijgen. Voor zoon Jan, want die wilde varen. Het was een weloverwogen beslissing, al had moeder het liefst aan de wal gewoond en haar zoon naar een ambachtsschool gestuurd. Toen het schip klaar was, werd er een zetschipper aangetrokken. Die zou Jan, net 16, leren varen. Maar de zetschipper en zijn vrouw kregen een kind en met een baby was het slecht wonen in een vooronder waar de zijschroef-motor boven stond. Na een jaar namen ze afscheid van het gezin en de Ambulant.

Harmen Bergsma zag de advertentie in 1947 in de Schuttevaer. Er werd om een zeilende zetschipper gevraagd. De Ambulant was nog getuigd en Jan moest zeilen leren. Harmen was zeer geschikt. Ervaren door zijn vaders zeilend vrachtschip, met zelfs een zeildiploma op zak. Hij was 22, maar vijf jaar ouder dan Jan, ze konden prima overweg. Al spoedig voeren ze gelijkwaardig, op open water onder zeil. Dan had Dingena het moeilijk, ze was snel zeeziek. En angstig, hoewel dat overging als Urk of Marken in beeld kwam. Dan was het schip zichtbaar en zouden ze worden gered, mocht het zinken. In de late herfst voeren ze de bietencampagne. Onder zeil, over de nog open Zeeuwse zeearmen. Vanuit diverse getijdehavens, altijd op Dinteloord. Maar nooit op zondag, want dan lag de Ambulant stil. Dan las moeder de preek voor en werd er gezongen. Bij daglicht de versjes uit de Bijbel, in het donker de liedjes die ze uit het hoofd kenden. Want de familie was zuinig met de lamp.

Verbouwing

Twee jaar bleef Harmen zetschipper, toen kon Jan het alleen. Hij voer verder met Nellie en Dingena. Ze waren 19, 18 en 15. Ze moesten wel, er moest verdiend worden. Want moeder werd een jaar opgenomen in het ziekenhuis en toen ze herstelde, verbleef ze nog lang in een verpleegtehuis. De familie was niet verzekerd, alles moest worden betaald. Ook moest er worden gespaard. Voor de motorisering van de Ambulant. En voor een nieuw stuurhuis, een andere roef. Dingena wist niet wat ze zag toen ze met Pasen 1952 weer aan boord kwam. Het was prachtig.

Ze voeren gezamenlijk tot 1954, toen ging Jan trouwen. Hij bleef op de Ambulant, zijn zusters gingen bij opa wonen, in Sint-Annaland. Zij zorgden voor moeder, die blind was geworden door staar. Nadat een operatie het licht in één oog terugbracht, konden de meisjes trouwen. Beiden met schippers.

 

Trots

Jan voer door tot zijn pensionering in 1998. De Ambulant was negen meter verlengd en nog immer een plaatje. Hij was verheugd het schip te kunnen verkopen aan twee mannen die haar weer in oorspronkelijke, getuigde staat zouden brengen. Maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan werd ze gesloopt. Jan had er veel verdriet van. De Ambulant was zijn enige schip: hij heeft er zijn hele leven op gevaren. Zijn troost was zijn moeders trots. Op haar zoon die de Ambulant voer zoals haar man had gedaan. Op de wind. Samen met de familie.

Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook