Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Gronding Fiducia: Gemakzuchtig over Boels Plade

AMSTERDAM

Het Tuchtcollege voor de Scheepvaart in Amsterdam heeft kapitein C.N. v.d. M. 10 weken zijn vaarbevoegdheid ontnomen vanwege de gronding van de Fiducia in augustus 2017 bij het Deense Randers. Van de straf zijn vijf weken voorwaardelijk en er geldt een proeftijd van twee jaar.

1 / 1
De Fiducia vaart voor Amasus Shipping. (Archieffoto Bob van Raad)

De Fiducia vaart voor Amasus Shipping. (Archieffoto Bob van Raad)

  • Tuchtcollege straft kapitein Fiducia voor gronding

  • ‘Ik vond het risico niet zo groot'

Door Sander Klos
De Fiducia kwam op eigen kracht los en liep geen schade op. Het schip (2862 brt, 94,70 x 13,40 x volbeladen diepgang 5,70 meter) was met 1400 ton staal onderweg van Sevilla naar Randers in Denemarken. Zij voer 25 augustus 2017 vanaf 00:55 uur UTC in Deense wateren met circa 9,9 knopen richting Randers. Vanaf 01:22 liep de snelheid terug tot 7,5 knopen en 10 minuten later kwam het schip tot stilstand bij Boels Plade. De waterdiepte op de AIS-kaartbeelden was 5,50 meter. Uit de ECDIS van de Fiducia bleek dat het schip een rechte koers aanhield over Boels Plade, waarvan de aangegeven waterdieptes 5 à 5,60 meter bedroegen. De zeebodem bestond uit ‘sand' en het schip kwam stil te liggen in een waterdiepte van vijf meter.

De Inspecteur voor de Scheepvaart verweet V.d. M. dat hij ondanks het reële risico op een gronding geen reisvoorbereiding had opgemaakt die voldoet aan de normen van goed zeemanschap. ‘Er werden geen gegevens over diepgang, squat en UKC opgenomen. Betrokkene was zich bewust van het grondingsrisico, want hij had extra ballast gezet om sneller los te komen. Hij heeft geen actie ondernomen om het risico van gronding te elimineren of op zijn minst te verkleinen. Kort voor de gronding was betrokkene zich bewust van het feit dat het schip meer ging trillen door verminderde UKC, maar ondernam geen actie.'

‘Gemakzuchtig'
In de reisvoorbereiding voor de reis van Sevilla naar Randers, ondertekend door de chief officer en de master, stonden 177 waypoints met de aan te houden koersen. In de kolommen voor draught, squat en UKC was niets ingevuld.

De kapitein verklaarde een dag na de gronding dat de stuurman op wacht was, maar dat hij de route had gemaakt en gecontroleerd. ‘We liepen vast omdat ik te gemakzuchtig was geweest. Ik heb gedacht: er staat meestal wel wat meer water dan er op de kaart staat en als ik vastloop, dan is er nog geen nood. In de wateren rond Denemarken is de bodem hoofdzakelijk vlakke zandgrond. Er kan niet zoveel misgaan. Dat ik mij de risico's terdege heb gerealiseerd, mag blijken uit het feit dat ik een klein beetje ballast had gezet voordat we op ondiep water kwamen. Daardoor kwamen wij zonder hulp en zonder schade weer los.'

Tegenover de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) was de kapitein iets terughoudender. ‘We waren wat aan de late kant voor de ETA. Ik ben me wel bewust geweest van het risico, maar vond en vind nog steeds dat, gelet op de zandbodem in Deense wateren, een eventuele gronding zonder risico was. Ik lag in mijn kooi, maar was wel wakker. Ik voelde het schip al enige tijd trillen door een relatief kleine UKC. Ik had de stuurman opdracht moeten geven vaart te minderen, maar tegelijkertijd vond ik de risico's van een gronding niet zo groot. Het klopt dat in de reisvoorbereiding geen gegevens over tij, diepgang, UKC en squat zijn opgenomen. Juist omdat ik de risico's van een gronding niet zo hoog achtte, vond ik deze gegevens minder van belang. Ik ben misschien onvoorzichtig of gemakzuchtig geweest, maar ik vind absoluut niet dat ik roekeloos ben geweest.'

‘Kortste weg'
Op de zitting noemde V.d. M. nog enkele redenen voor zijn optreden. ‘Ik probeer altijd de kortste weg te nemen en geen mijl teveel te varen; dat kan dan ook over een ondiepte gaan. Elke mijl extra kost brandstof. Ik had Boels Plade gezien met waterdieptes van circa 5 meter en had bewust de route daar overheen gepland omdat ik schatte dat het risico op gronden heel klein was. Het is voor mij niet ongewoon om in ondiep water te varen. Het is een kwestie van risicoanalyse. Als de bodem vlak en zanderig is en niet steil oploopt, kan er niet zoveel gebeuren als je grondt of raakt. Het risico van voorwerpen op de zeebodem schatte ik laag in. Achteraf gezien had ik beter tegen de stuurman kunnen zeggen dat hij boven de ondiepte snelheid moest verminderen.

‘Ik zet in de reisvoorbereiding nooit diepgang, squat en UKC. Daar werken we niet mee. Volgens de AIS-gegevens van de Deense autoriteiten is op de ondiepte met een fikse vaart gevaren (7,5 knopen). Dat is echter lang geen topsnelheid. Ik weet niet wat de squat van het beladen schip daar is bij 7,5 knopen. We varen vaak op laag water. Op het IJsselmeer en op de Trent bijvoorbeeld. Dan houden we wel een lagere snelheid aan, bijvoorbeeld vijf of zes knopen.

‘De actuele diepgang is opgenomen toen het schip was losgekomen: voor 5,50, achter 5,45 meter. Die gegevens kunnen op dit schip op afstand worden afgelezen. Achteraf gezien, met de wetenschap van nu, had ik het anders moeten doen en had ik wel snelheid verminderd. Ik ben nonchalant geweest. Het had niet moeten gebeuren.'

Hoezo zuiniger?
Het Tuchtcollege zag het wat strakker. ‘Betrokkene heeft ten onrechte de route gepland over Boels Plade. Uit de diepgang van de Fiducia en de waterdieptes blijkt zonneklaar dat het risico op een gronding zeer aanzienlijk was, ook zonder de extra inzinking door squat en door inname van extra ballast. Aan deze squat en de UKC heeft betrokkene - eveneens ten onrechte - geen enkele aandacht besteed. De daar te verwachten squat was hem niet eens bekend.

‘Toen betrokkene die nacht voelde dat het schip ging trillen - wat wees op een geringe UKC - had hij de stuurman opdracht moeten geven snelheid te verminderen of, voor zover nog mogelijk, de route te verleggen. Hij heeft dat, kennelijk bewust, nagelaten.

‘Het college vindt niet dat de gronding zonder risico was. Harde voorwerpen op de zeebodem (stenen, verloren lading, ankers) kunnen niet als louter denkbeeldig buiten beschouwing worden gelaten. Zulke voorwerpen kunnen gaten of scheuren in de romp veroorzaken, wat het drijfvermogen van het schip aantast en schadelijke stoffen in zee kan doen belanden. Ook kon de zeebodem plaatselijk minder vlak en zacht zijn (de ECDIS-kaart meldde behalve ‘sand' ook ‘cobbles').'

Dat het varen over de ondiepte mogelijk brandstof bespaarde, acht het college niet steekhoudend voor de routekeus, ‘waarbij het overigens de vraag is of werkelijk minder brandstof wordt verbruikt bij het varen met een (zeer) geringe UKC. Ook tijdsdruk is geen deugdelijke reden.'

Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook