Zware Kees: Aangroei

Het is een mooie dag, dus tijd om over de kade te slenteren. Mijn schip wordt gelost, maar daar ben ik niet voor nodig. Lopend langs de scheepszijde valt me op dat de anders zo strakke afscheiding van rompkleur naar antifouling er anders uitziet dan gebruikelijk. Het is namelijk groen en dat betekent dat het schip een baard heeft.

Voor walrotten die nu meteen aan scheerzeep en mes denken een korte verklaring. Een schip heeft een baard wanneer het onderwaterschip is aangegroeid door wier of pokken. Dat benadeelt de snelheid en daarom is een reder niet gecharmeerd van een baard. De kapitein mag een ringbaardje hebben, de schepen moeten glad als een pasgeboren baby zijn.
Ik krab nadenkend in mijn baard (geen wier) en besluit het kantoor officieel op de hoogte te stellen. Kan men achteraf, wanneer we een deadline missen, nooit zeggen: ‘Waarom heb je dat niet gemeld!?’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Wilt u onbeperkt lezen? Word abonnee en krijg toegang tot unieke maritieme vakinformatie waarmee u altijd up-to-date bent.

Abonneer