Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

De dood was overal

Scheveningen

Europa herdacht in november het einde van de Eerste Wereldoorlog, nu 100 jaar geleden. De ‘Grote Oorlog’ kostte meer dan 10 miljoen mensen het leven. Hoewel Nederland neutraal bleef, vielen ook hier veel slachtoffers, vooral onder zeelieden en vissers. De Noordzee was tussen augustus 1914 en november 1918 zeer onveilig en in de jaren daarna was het gevaar niet geweken.

1 / 4
Waarschijnlijk is de zeillogger VL-54 op een mijn gelopen en met man en muis vergaan. (Schilderij A. van Roon)

Waarschijnlijk is de zeillogger VL-54 op een mijn gelopen en met man en muis vergaan. (Schilderij A. van Roon)

  • Scheveningen en Katwijk zwaar getroffen in Eerste Wereldoorlog
  • Vissers hadden keus en moesten naar zee

Door W.M. den Heijer
De gunstige visprijzen, goede besommingen en de daaruit voortvloeiende gages waren moeilijk te weerstaan in een tijd van schaarste. Maar er moest een hoge prijs voor worden betaald. Met name Katwijk en Scheveningen werden zwaar getroffen. Katwijk verloor in de Eerste Wereldoorlog 28 vissersvaartuigen. Scheveningen zelfs nog meer en met circa 340 omgekomen vissers is daar de zwaarste tol betaald.
 
Een monument in beide vissersplaatsen herinnert aan het leed van de families. Bij het vergaan van een bomschuit of zeillogger raakten complete gezinnen aan de bedelstaf, omdat de opvarenden doorgaans allemaal familie van elkaar waren of uit hetzelfde gezin kwamen. Het steunfonds dat er was, betaalde slechts een schamel bedrag per week uit.

Tieners
Op het monument in Scheveningen domineren lokale familienamen: Vrolijk, Spaans, Groen, Den Heijer, Van der Zwan, Plugge, Pronk, Van der Toorn, Korving, Taal, Rog en Van der Harst. Daarachter staan de leeftijden vermeld. Opvallend zijn de vele tieners op de lijst. Jonge knapen, kinderen nog, gingen op 11- en 12-jarige leeftijd al naar zee om het gezin financieel bij te staan.
 
Op 12 januari 1916 ging de 13-jarige Willem van der Zwan voor het eerst mee. Zijn 41-jarige vader maakte ook deel uit van de bemanning van de zeillogger SCH-414 Merwede I. Enkele dagen na hun vertrek spoelde bij IJmuiden een reddingsboei aan en bij Egmond een victualievaatje. Een andere Scheveningse logger trof enkele dagen later het stoffelijk overschot aan van opvarende Dirk Baak. Van de overige zeven bemanningsleden is nooit meer iets teruggevonden.

Gedenken
Gijsbert van der Toorn (70) begon in 2005 met een onderzoek naar de meldingen en verslagen van nimmer teruggekeerde vissersvaartuigen (bommen en zeilloggers) in de periode 1914-1918. ‘Hoewel lang geleden, blijft er toch altijd een hunkering naar een soort erkenning. Er is behoefte om dat verlies te gedenken’, verklaart Van der Toorn. Hoewel de meeste vaartuigen door oorlogshandelingen zijn vergaan, kwam het ook voor dat slecht weer een oorzaak was. Van der Toorn: ‘Dat blijft in sommige gevallen onduidelijk, zeker wanneer er geen getuigen zijn van het vergaan.’
 
In nogal wat publicaties is terug te vinden dat opvarenden van loggers die in de nabijheid visten, bij thuiskomst melding maakten van een ontploffing, vuur of een grote rookpluim. ‘Dat was vaak al voldoende om aan te nemen dat het schip op een mijn was gelopen.’ 

Mijnontploffing
Scheveningen en Katwijk kenden een grote vissersgemeenschap, waardoor velen emplooi zochten op vissersvaartuigen uit Vlaardingen, Maassluis en IJmuiden. Dat blijkt onder meer uit het vergaan van de IJM-291 Jean Paul van rederij M.B. Osendarp, waarop Scheveninger Leenderd Pronk (43) schipper was. Op 12 september 1918 zonk deze zeillogger na een mijnontploffing. Daarbij verloren 11 opvarenden uit Scheveningen en één uit Velseroord het leven. Vier tieners maakten deel uit van de bemanning: Leenderd Pronk (13), Arie Pronk (14), Dirk Pronk (16) zijn zonen van de schipper en de vierde tiener was de 17-jarige Willem den Heijer, wiens vader en jongere broer een jaar eerder met de SCH-183 op zee waren gebleven. ‘Kortom de Eerste Wereldoorlog heeft veel leed veroorzaakt in honderden vissersgezinnen’, aldus onderzoeker Van der Toorn.

Website
Landelijk heeft de Eerste Wereldoorlog ongeveer een kleine 1000 slachtoffers onder de vissers gemaakt. Van der Toorn heeft er veel tijd ingestoken om te achterhalen wat de oorzaken zijn van het vergaan van de vissersschepen uit Scheveningen, maar ook de vissers uit zijn geboorteplaats. ‘Ik ben er soms dagelijks mee bezig om de informatie zo nauwkeurig mogelijk op de site neer te zetten, zodra ik wat heb gevonden. Dat wordt door bezoekers op prijs gesteld en geeft per slot van rekening een goed beeld van het leed’, zo legt hij uit. In 1919 kwamen overigens nog 43 Scheveningse vissers om als gevolg van een mijnontploffing. En daar zou het niet bij blijven.
Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook