ASV ongerust over vergroeningsplannen

De Algemeene Schippersvereeniging (ASV) heeft op de valreep van 2018 een brief geschreven aan minister Cora van Nieuwenhuizen, waarin de schippersbond zijn zorgen uit over de vergroeningsvoorstellen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Aanleiding is volgens de ASV het door het ministerie verspreide ‘Position Paper’ waarin het ministerie haar visie op vergroening van de binnenvaartsector beschrijft. Dit stuk roept vragen op bij de ASV, die de bond intussen heeft gesteld aan de projectleider Green Deal. Maar daarop is volgens de ASV geen inhoudelijk antwoord gekomen. Daarnaast heeft de bond zelf enkele voorstellen gedaan betreffende vergroening. ‘Want als het position paper van het ministerie de basis moet zijn hoe de binnenvaart naar een emissievrije tweede helft van de 21ste eeuw moet evolueren, dan stelt de ASV er de nodige vraagtekens bij en wijzen wij op een aantal verkeerde denkrichtingen’, aldus de ASV in een persbericht. ‘Wij zien een geïndustrialiseerde vloot van grote eenheden op enkele grote vaarwegen overblijven en een grote toename van het landverkeer vanwege het in onbruik raken van driekwart van het huidige vaarwegennet, mét onze collega’s, die met de teloorgang van hun bedrijven de rekening betalen voor een klimaat, waar ze veel voor hadden kunnen betekenen.’

Speerpunten

‘Speerpunten in onze opstelling in het klimaatoverleg en in de huidige Green Deal gesprekken zijn, samengevat en cumulatief:

– een basis voor het voortbestaan van de kleinere binnenvaartvloot (<1500 ton) middels uitvoering van de daartoe met grote meerderheid aangenomen Kamermoties of vergelijkbaar beleid;

– Als er een vergroeningsfonds zou komen moet dit fonds worden gevoed uit een toeslag op vervoer, te betalen door de opdrachtgever;

– Een financieringsbeleid bij banken, waarbij niet als primaire eis een vergroeningsplan het breekpunt is;

– Een vervoerskeuze-beleid bij verladers, niet louter gebaseerd op normstelling of  langlopende contracten, maar op werkelijke vergroening en kostendekkende tarieven;

– Beoordeling en erkenning in wetgeving van het groene aspect van een binnenvaartonderneming op basis van de werkelijke CO2-emissie (dus effectieve brandstofverbruik) en voor wat betreft de andere emissie-bestanddelen ‘meting aan de pijp’;

Hervorming van het Green Award systeem;

– Geen restrictief beleid van binnenhavens of milieuzones op basis van normstelling of (achterhaalde) CCR2-eisen;

– Stimuleren van vergroening op basis van de volledige ecologische footprint;

Stimulering van vergroening (minder lege kilometers) door verbetering van de markttransparantie middels een Agora of vergelijkbaar marktinformatiesysteem;

Internationale beschikbaarheid van alternatieve energiedragers en een internationaal gelijk speelveld.’ (PN)