SCHIPPERSZ op komst

Ik ben een schipperszoon. Van particulieren huize: ons schip was ons bestaan, tot aan de sloop, waarvan datum noch plaats bekend is. Achteraf lood om oud ijzer.

SCHIPPERSZ op komst

Door Karel Kersten
Ons schip: de Antoon. Sleepkempenaar, in zijn laatste jaren nog voorzien van een 120 pk DAF. We hadden ook nog even de Aleida Geertruida, een Hagenaar van 120 ton, eerst met zijschroef, vervolgens ook met DAF, 90 pk was meer dan genoeg – en naar de verdommenis ging ze toch wel.

Ons bestaan: oude vader, sterke moeder, tien zussen, vier broers, ik was de jongste. Ons schip was gevorderd, we waren van lijdend Rotterdam naar leefbaar Oss verhuisd. Mijn moeder was 43 jaar toen ze mij baarde – god zij dank een jongen (of ze dat gedacht heeft weet ik niet, maar het ligt wel voor de hand, gezien de vijf zusjes die mij vooraf gingen).
Het gezin was druk en gelukkig. Ik ook, met dank aan mijn broers vooral, die verhalen vertelden. Verhalen van de vaart.

Eigen weg

Drie van de broers waren schipper op ons schip, bij twee van hen was ik matroos. Wat aan mijn varend bestaan vooraf ging heb ik beschreven in een 36-delige serie voor het Brabants Dagblad, "‘t Menneke" (2008). In de laatste aflevering beschrijf ik het afscheid van Oss, met deze slot-alinea:
‘Geffen blijft links liggen, Den Bosch nadert. Voor de wal bij Koudijs Veevoeders lonken graanschepen – de Drie Gebroeders, de Vertrouwen. Daar, weet ’t Menneke, ligt zijn bestemming. Hij gaat zijn eigen weg.’ De weg naar de Antoon, voor eigen verhalen van de vaart. Vanaf volgende week in Schuttevaer, het enige echte schippersblad, waarvoor ik eerder heb mogen schrijven. Als schipperszoon-journalist, want daarheen heeft ‘mijn eigen weg’ me uiteindelijk gevoerd.

Het was ten tijde van de historische acties voor het behoud van de Evenredige Vrachtverdeling (1975). Ik deed er verslag van voor de kranten van Brabant Pers, heb ‘Blokkade’ geschreven, uitgegeven door de Onafhankelijke Nederlandse Schippersvakbond ONS (voorloper van de Koninklijke BLN-Schuttevaer), kwam in contact met hoofdredacteur Hylke Speerstra van Schuttevaer, en met zijn redacteuren onder wie Dirk van der Meulen, de huidige hoofdredacteur.

Ik mocht mooie producties leveren, zoals de special Varend Bestaan (november 1982), en journalistieke onderzoeken met gevolgen zoals de grindhandel in Limburg, waarvoor Schuttevaer een proces aan zijn broek kreeg. Daar was ik met Hylke en Dirk, rechtbank Den Bosch, en Schuttevaer heeft die zaak gewonnen – het is maar dat u het weet.

Schippersz

Maar de werkelijke reden om dit allemaal te vertellen is gelegen in het oprechte streven om de lezer mee te nemen in de verhalen. Ze zijn aan authentieke bronnen ontsproten, opgeslagen in dierbare herinneringen, en voor nu en later opgeschreven door een schipperszoon, zich noemende: Schippersz.
Ik ben Schippersz.