Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Ballastwaterbehandeling: Alfa Laval klaar voor 2020

BREDA

De IMO scherpt op 28 oktober 2020 de eisen voor ballastwaterbehandeling verder aan. Dan worden de zogenoemde D2+ normen van kracht. Alfa Laval meldt als eerste een systeem te hebben dat helemaal klaar is voor 2020.

1 / 1
Het PureBallast-systeem van Alfa Laval voldoet volgens de fabrikant aan de strengste eisen voor ballastwaterbehandeling. (Foto Alfa Laval)

Het PureBallast-systeem van Alfa Laval voldoet volgens de fabrikant aan de strengste eisen voor ballastwaterbehandeling. (Foto Alfa Laval)

  • In 2020 weer nieuwe eisen aan ballastwater-behandelsystemen

  • Strengere test- en controleprocedures 

Door Willem de Niet
Vooral de testeisen voor systemen worden strenger. ‘Op dit moment is het zo dat in de testperiode drie soorten water moeten worden getest. Daarvan moeten er tenminste twee voldoen aan de eisen. Het slechtste resultaat kun je laten vallen. Voor de nieuwe goedkeuring moet voor elk water een voldoende worden gescoord', legt Harm Schutte van Alfa Laval Benelux in Breda uit.

Maar ook op het gebied van controle en registratie zal er in de nieuwe richtlijnen het een en ander veranderen. ‘Als het systeem een kritische ondergrens bereikt of door een andere oorzaak niet naar behoren werkt, slaat het alarm en meldt dat het niet meer aan de compliance voldoet. Die melding wordt automatisch opgeslagen en kan door de mensen Port State Authority worden uitgelezen. Door de koppeling aan een GPS-systeem kunnen zo tijd en plaats worden bepaald. Het systeem moet deze gegevens twee jaar bewaren.

'Andere zaken die ook opgeslagen moeten blijven zijn de flow, de doorstroomsnelheid en de keren dat van een bypass is gebruik gemaakt. Vooral het gebruik maken van een bypass moet in een logboek worden bijgehouden. Dat kan gebeuren in het behandelsysteem, als het daar een voorziening voor heeft. De tijd van een ‘event' moet altijd nauwkeurig worden bijgehouden, als het systeem is gekoppeld aan een GPS-systeem zijn tijd en plaats zelf bekend.'

Heet water
Een andere wijziging tussen de situatie voor 28 oktober 2020 en daarna betreft de positie van de testlaboratoria. Tot nu toe mag worden getest in elk laboratorium dat een ISO-certificaat heeft voor biologische en macrobiologische proeven. Bij de regering van het land waar het laboratorium is gevestigd moet verder een kwaliteitsplan worden ingediend. Vanaf oktober 2020 mag alleen nog worden getest bij zogeheten Independent Labs, ook weer na goedkeuring door de betrokken regeringen.

De nieuwe systemen moeten, voor een volledige typegoedkeuring, kunnen functioneren in water tussen de 0 en 40 graden Celsius. In de huidige eisen wordt daarover niets gezegd. Voldoet een systeem niet aan die eis, dan wordt die beperking opgenomen in het Type Approval Certificate, waardoor het vaargebied kan worden beperkt.

In de aanloop naar certificering volgt, nadat alle componenten afzonderlijk zijn getest, het beproeven van de samengebouwde installatie in een container op het land. Tot nu toe moeten vijf testen met water van twee zoutgehaltes een voldoende scoren om verder te mogen gaan. In de nieuwe regels wordt geëist dat vijf testen worden uitgevoerd, waarbij voor alle waterkwaliteiten een voldoende dient te worden gescoord. Daarna volgen proeven onder praktijkomstandigheden, drie binnen zes maanden.

Minder aanbieders
Een nieuw punt is het onderdeel Systeem Ontwerp Beperkingen (System Design Limitations) waarin de kritische parameters worden vastgelegd. Die hebben bijvoorbeeld betrekking op de flow-rate, stroomsnelheid, de tijd tussen het innemen, behandelen en weer lozen van ballastwater en beperkingen door waterkwaliteit en -temperaturen en de transparantie van het water waardoor UV-licht niet voldoende kan doordringen.

Schutte en zijn collega's die met de systemen werken die in de wereld een belangrijke plaats innemen, verwachten dat de invoering van de nieuwe eisen nog een andere consequentie heeft: het aantal aanbieder zal fors kleiner worden. ‘Het ontwikkelen en laten testen van een nieuw systeem is een heel kostbare zaak. Er zijn natuurlijk bedrijven die het ontbreekt aan reserves om die kosten weer op te brengen. Die zullen dus van de markt verdwijnen.'
Momenteel zijn er wereldwijd tussen de 60 en 70 aanbieders van ballastwater-behandelsystemen.

UV of chloor
Andere geluiden van goed ingevoerde mensen die zich nog wat op de achtergrond willen houden, onderschrijven de woorden van Schutte, maar voegen eraan toe dat kleinere bedrijven wellicht worden opgekocht door partijen die er belang bij hebben de fabricage en levering van systemen in eigen hand te houden. Genoemd worden de Noorse Ulstein Group en de grote Zuid-Koreaanse werven. ‘Die kunnen zich zo wellicht op heel gunstige voorwaarden een plek in de markt veroveren.'

Van alle systemen die op de markt zijn is 40% gebaseerd op toepassing van UV-licht, nog eens 40% werkt op basis van chloor en de overige zijn verdeeld over inert gas, ozon en chloordioxyde. De capaciteiten van de systemen variëren van 12 tot 16.200 kubieke meter per uur.

  • NIEUW: Schuttevaer-dossier Ballastwater
Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook