Werk heeft bezieling nodig

Vroeger had je weinig keus. Je ging varen omdat er weinig ander werk te vinden was. Of je deed het omdat je het van huis uit had meegekregen. Hele families zaten er op de vaart. Sommigen gingen als jongen al mee en het sprak vanzelf dat ook zij zouden kiezen voor een maritieme loopbaan. Al bleef je matroos, je kon er tenminste een boterham mee verdienen.

Werk heeft bezieling nodig
  • ‘Tegenwoordig vooral bezig met enorme administratieve lasten’

  • ‘Vroeger koos het werk jou, in plaats van jij het werk’

Door Stefan Francke, waterbouwpastor
voor de Stichting Pastoraat Werkers Overzee


Tegenwoordig is het anders. Op de zeevaartschool steken nog maar weinig leerlingen hun hand op als je hun vraagt of ze familie op zee hebben. Het is hun eigen keus, dat ze willen gaan varen. Ze hebben deze studie gekozen omdat het werken op een schip hen aanspreekt. Je reist heel de wereld rond. Er zit avontuur bij. Het betaalt behoorlijk. En misschien kun je ooit wel hoofdmachinist of kapitein worden.

Miroslav Volf is een theoloog die over veel onderwerpen heeft geschreven. Hij is opgegroeid in voormalig communistisch Joegoslavië. Hij is één van de weinige theologen die een studie aan ‘werk’ hebben gewijd. Met zijn boek ‘Work in the Spirit. Toward a Theology of Work‘ (Werken in de Geest. Op weg naar een theologie van het werk) sluit Volf aan bij de hierboven gesignaleerde verschuiving als het om de keuze van het werk gaat. Vroeger was werk vooral een zaak van ‘roeping’. Daarmee bedoelt Volf dat het werk jou uitkoos, in plaats van jij het werk. Een mens moest nu eenmaal geld verdienen en dan mocht je blij zijn als je wat had. Tegenwoordig gaat het in werk meer om ‘charisma’, dat wil zeggen: om je talent. Je kiest werk waarvan je denkt dat het bij je past.

Hoofdpijntaken

Volgens Volf is het de bedoeling van de schepping dat een mens ‘enjoyment’ (vreugde) aan zijn of haar werk beleeft. Vogels bouwen hun nesten zonder bijgedachten, leeuwen jagen op een antilope puur om hun honger te stillen, maar voor mensen dient hun werk meer betekenis te hebben.

Anders wordt je baan iets waar je met frisse tegenzin tegenop ziet. In veel werk, zo constateert Volf, is echter sprake van vervreemding. In steeds meer banen doe je eigenlijk niet meer het werk waar je hart sneller van gaat kloppen.

Dat begon al bij de lopende band, waarbij de werknemer niet meer zag wat ‘ie nou eigenlijk maakte. En we zien het nu in onze maatschappij, waar men in het werk vooral bezig is met enorme administratieve lasten. De automatisering heeft ons misschien wel bevrijd van veel zwaar lichamelijk werk, maar ons er veel hoofdpijntaken voor teruggegeven.

Waarom moet dit?

Eén van de stellingen van het boek is dat mensen echt enthousiast – begeesterd – worden als de zin van wat je doet, duidelijk is. En dat je daar zelf verantwoordelijkheid voor draagt. Dat lijkt een open deur, maar het is toch ook een geregeld gehoord klacht van – toch hoogopgeleide – werkers aan boord: waarom moet dit? En waarom mogen we dit of dat niet zelf? Volgens Volf wordt in het streven naar efficiëntie van bedrijven het belang van de ‘geest’ gauw vergeten.

De geest of de ziel van een bedrijf (of schip) is ook moeilijk te meten. Maar feit is dat de meest succesvolle ondernemingen of bedrijfsonderdelen meestal niet het resultaat zijn van cijfermatig management, maar van ‘bezieling’ op de werkvloer.

Met behulp van de psycholoog Martin Seligman kan de gedachte van ‘enjoyment" verder worden uitgewerkt. Volgens hem moet werk plezierig, goed en zinvol zijn. Bij plezierig werk moet je denken aan: leuke collega’s, goede beloning, fijne werkomgeving, et cetera. Dit zijn ook belangrijke factoren voor een positief gevoel aan boord. Maar werk moet ook goed zijn, dat wil zeggen: het moet bij je passen, je moet de vrijheid hebben om zelf beslissingen te nemen, je moet je kunnen ontwikkelen. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, heb je de motivatie om wat te bereiken. Om ervoor te gaan. Anders gaan de maanden op zee lang duren.

Zinvol

Maar, zo stelt Seligman, werk moet ook zinvol zijn. Je moet wel het gevoel hebben dat jouw werk ertoe doet. Anders lijkt wat je doet op dat oude Griekse verhaal over Sisyfos, die als taak had een steen de berg op te rollen. Zodra hij bijna boven was, rolde de steen naar beneden en kon hij weer opnieuw beginnen. Soms moet je daarbij even van blikrichting veranderen. Een collega-havendominee merkte bijvoorbeeld een keer op: ‘Vandaag heb ik eigenlijk alleen maar 10 telefoonkaarten verkocht. Heb ik daarvoor nou dominee geworden? Maar toen bedacht ik bij mezelf: vandaag heb ik ervoor gezorgd dat 10 zeevarenden hun familie kunnen bellen.’

Waarom vaar je bijvoorbeeld als baggeraar ook alweer met die bakken zand telkens heen en weer? Als havens niet op diepte worden gehouden, kunnen er geen schepen meer naar binnen. En als er geen schepen meer naar binnen kunnen, stort de economie in elkaar. Terecht is ook de ‘enjoyment’ die de baggeraars voelen als er land is gewonnen: wij hebben de wereldkaart veranderd!

Het boek van Miroslav Volf ‘Work in the Spirit. Toward a Theology of Work’ is een uitgave Wipf and Stock Publishers en kost € 31,99.