Wat eten we vandaag? Met z’n tienen aan de asperges

Op de Keistad van Lenie en Wim Peggeman wordt gezond gegeten. ‘We eten heel veel groente, bakken in olijfolie en gebruiken, behalve op ons eitje, bijna geen zout’, vertelt Lenie. Om het eten op smaak te brengen gebruik ik meestal zoiets als kerrie, nootmuskaat, dille, aardappelkruiden of een sausje. Daar zit denk ik wel al genoeg zout in. Op zondag kook ik meestal uitgebreider dan door de week. Nu er asperges zijn, eten we die vaak op zondag.’

Wat eten we vandaag?

Asperges van Lenie

Benodigdheden voor 10 personen:

  • 2 kilo asperges. Lenie koopt asperges het liefst geschild.
  • 400 gram ham in plakjes
  • 8 eieren
  • Saus voor asperges, uit een pakje

Bereiding:

Indien de asperges nog niet zijn geschild, schil ze dan met een dunschiller. Dat moet goed gebeuren, anders zijn ze na het koken taai. De kopjes hoeven niet te worden geschild.

Kook de asperges in circa 20 minuten in ruim water gaar. Kook de eieren hard. Als de asperges gaar zijn, rol ze dan in de plakjes ham. Maak het sausje volgens de aanwijzingen op de verpakking. Serveer de in plakjes ham gerolde asperges met de hardgekookte eieren en het sausje.

De familie Peggeman maakt bij de asperges meestal een biefstukje of een stukje zalm. Daarbij komen dan nog wat frietjes en appelcompote. En ijs als toetje.

Door

Erik van Huizen

Doordeweeks is Lenie alleen met haar man Wim aan boord van de 55 meter lange Keistad. ‘Meestal kook ik zelf, maar Wim kan ook lekker koken. Ik heb er geen hekel aan, maar ik kook wel omdat het moet. De anderen vinden het leuker om te koken. Niet alleen Wim, maar ook de kinderen. We houden allemaal vooral van verse groente en negen van de tien keer zit daar wel vlees bij.’

Lenie doet boodschappen op vrijdag, als ze de kinderen ophaalt van het internaat. Op maandag kijkt ze dan wat er over is van het weekeinde en vult ze de voorraad aan. ‘Ons vaargebied is heel erg ruim, maar het liefst varen we rond de kerk van Dordrecht, omdat daar de kinderen op het internaat zitten. Maar we komen ook wel in Duitsland en België. Momenteel zijn we bezig de Vecht uit te baggeren. De verwachting is dat dit in september volgend jaar klaar is.

‘Als we met z’n tweeën zijn eten we in de stuurhut, maar anders beneden.’ Als alle kinderen met de aanhang aan boord zijn, dan zijn ze op de Keistad met z’n tienen. ‘Mijn favoriete gerecht is iets wat ik snel kan klaarmaken. Bijvoorbeeld macaroni. Ik krijg dan soms wel moppers van de kinderen. Hebben ze die week al twee keer macaroni gegeten op het internaat of bij hun baas.’

Kinderen koken

Maar Lenie staat er niet alleen voor. ‘Onze zoon Johan kan met zijn vriendin erge lekkere dingen maken. En onze zoon Wilbert maakt graag applecrumble. Dat heeft hij geleerd op het internaat. Ik heb net appels, bloem, suiker, rum, ijs en slagroom ingeslagen, want hij wilt het zondag maken. Op het internaat mogen de kinderen één keer in de week zelf koken. En als ik Wilbert hoor, leeft hij zich dan ook helemaal in uit. Samen met zijn kamergenoten maakt hij dan bijvoorbeeld geflambeerde appeltjes met ijs en zalm met bosui. Misschien wel leuk om daar ook een rubriek van te maken: koken op het internaat.’

Ook de aanhang doet mee, zo is aanstaande schoondochter Petra net geslaagd voor haar banketbakkersopleiding. ‘Die maakt heerlijke taart. Samen met Petra maakt Johan zo een heerlijk viergangen-diner klaar voor iedereen. Gevulde tomaten met warme camembert en honing is zijn favoriet. Dat is wat mij betreft echt een aanrader.’

Wokken

Een voorafje komt op de Keistad meestal alleen tijdens de feestdagen op tafel. ‘En af en toe op zondag. Meestal een soepje of garnalencocktail. Ook meloen met rauwe ham is geliefd. Na de maaltijd hebben we wel altijd een toetje. Meestal vla of yoghurt met honing. Als ik erg veel zin heb, dan doen we warme appeltjes, met kaneel, suiker en rum, met een bolletje ijs.’

Eén keer per jaar gaan ze met z’n allen uit eten. ‘Meestal met Sinterklaas naar een wokrestaurant. Daar is voor elk wat wils en het is betaalbaar. Mijn man en ik eten samen ook weleens buiten de deur. Dan kiezen we voor een goed Nederlands restaurant. Want we zijn meer van de fijnproeverij, dan dat we gaan voor veel.’