Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Vrees voor domino-effect na omvallen Barkmeijer

STROOBOS

Wanneer een werf van het kaliber Barkmeijer bankroet gaat, heeft dat gevolgen voor de hele noordelijke scheepsbouw. De sector houdt z'n hart vast.

1 / 1
Op de helling bij de failliete Barkmeijer Shipyards ligt de HC Medway. (Foto De Vries Media)

Op de helling bij de failliete Barkmeijer Shipyards ligt de HC Medway. (Foto De Vries Media)

  • NMT-directeur: 'Er wordt in de sector intensief samengewerkt. Barkmeijer is een belangrijke hoofdaannemer in dat geheel.'

Door Loek Mulder
Op de helling bij de Barkmeijer Shipyards ligt de HC Medway. De sleephopperzuiger ligt klaar voor de tewaterlating die volgende week zou zijn. Maar die is voorlopig uitgesteld, evenals de bouw van het tweede schip uit dezelfde opdracht van de Britse reder Hanson UK, een order van zeventig miljoen euro.

Waarom ging Barkmeijer ten onder?

STROOBOS Acute nood ontstond toen huisbank Rabobank de kredietkraan dichtdraaide voor de afbouw van de HC Medway voor reder Hanson. Die stelde telkens extra eisen waardoor de kosten opliepen.

Barkmeijer had geld nodig om de kosten voor de extra bouwwerkzaamheden te betalen. Medewerkers hebben ook een ándere lezing. Zij zeggen dat Barkmeijer de klus voor te weinig geld heeft aangenomen.

Dit kwam bovenop de problemen waar de scheepswerf al mee kampte. Er liep een dispuut met een Kroatisch ondernemer over een bedrag van vijf miljoen euro. Dat gaat over de afbouw van de Joint Runner I die in Harlingen aan de kade ligt. Daarnaast was er een verliesgevend project met een ander schip. In 2017 leed Barkmeijer een verlies van 3,7 miljoen euro. Het jaar ervoor was met 1,8 miljoen euro in de min al niet veel beter. (LM)

Waar voorlopig ook weinig van zal komen, dat is de betaling van alle materialen en de manuren die specialistische toeleveranciers en onderaannemers in de bouw van het schip hebben gestoken.

Daaronder bevinden zich nogal wat noordelijke ondernemingen die door het faillissement een lelijke tik krijgen. Het is niet uit te sluiten dat ze in de val van Barkmeijer worden meegesleurd. Ook omdat de sector al sinds 2008 weinig florissante tijden beleeft en pas vanaf 2017 een lichte verbetering voelt.

Hecht verweven
Bijna 170 jaar bestaat Barkmeijer. De werf is het hart van een heel netwerk van bedrijven in de noordelijke scheepsbouwsector, een regionale bedrijfstak die al jaren onder druk staat. Alleen door zeer innovatieve schepen te bouwen weten de bedrijven de concurrentie vanuit lagelonenlanden te weerstaan en te overleven.

Hoe hecht de bedrijfstak onderling is verweven blijkt wel uit het rijtje bedrijven dat meewerkte aan de bouw van het baggerschip voor Hanson. Conoship in Groningen tekende mee aan het ontwerp van de innovatieve schepen. Staalbedrijf CIG in Groningen leverde scheepsbouwdelen en ook het constructiebedrijf Coops & Nieborg in Hoogezand was partij. Coops & Nieborg fabriceert kranen en luiken.

Wolfard en Wessels in Hoogezand ontwierp en installeerde de pijpleidingen in het schip. Alewijnse in Drachten deed het ontwerp en de uitvoering van de gehele elektrische installatie. Alles dat maar een beetje verstand van innovatieve scheepsbouw heeft, is wel op de een of andere manier bij Barkmeijer Shipyards betrokken.

Gemis
‘Laten we in hemelsnaam hopen dat de werf blijft doordraaien', zegt Conoship-directeur Geert Dokter. ‘Valt Barkmeijer weg, dan is dat een enorm gemis voor de noordelijke scheepsbouw.' Dokter noemt de Fries-Groningse scheepsbouwer ‘een kwaliteitswerf, bekend om de fantastische producten'.
Dokter: ‘Barkmeijer heeft een prominente positie in de regio. Met het faillissement verdwijnt een groot stuk capaciteit in de sector, waardoor de hele infrastructuur van toeleverende bedrijven eromheen wordt verzwakt en kennis wordt uitgedund.'

Vernieuwend zijn bijvoorbeeld de loodsboten die Barkmeijer bouwde. Of de baggerschepen die op vloeibaar aardgas (LNG) varen, ontworpen door een noordelijk scheepsbouwconsortium, onder leiding van Barkmeijer. ‘Technologische hoogstandjes', zegt Dokter.

Politiek moet in actie komen
‘Het is een spijtig verhaal dat we kennelijk niet in staat zijn met elkaar de scheepsbouw in de regio overeind te houden', stelt de Conoship-directeur. Hij vindt dat de politiek in actie moet komen om afglijden van de sector en verder baanverlies te voorkomen. ‘We redden het niet alleen. Er is wel het een en ander aan subsidies voor innovatieve projecten, maar dat vraagt om versterking.'

Het is een oproep die gesteund wordt door Wytze Rijke van het Technologie Centrum Noord-Nederland (TCNN) dat is betrokken bij innovatieprojecten in de scheepsbouw. Hij maakt zich zorgen over de teloorgang van kennis voor de noordelijke scheepsbouw. ‘Komt er geen doorstart, dan zou dat heel erg zonde zijn. Dan is de politiek aan zet. Er zit veel gebundelde kennis bij Barkmeijer. Dat moet niet verdwijnen.'

Stevige tik
Ook Wolfard en Wessels en Barkmeijer doen al jarenlang zaken met elkaar. De Hoogezandster onderneming laat weten dat het faillissement een stevige tik betekent voor het bedrijf, dat zelf twee jaar geleden failliet ging en een doorstart kon maken. Ook al is Barkmeijer een belangrijke klant, Wolfard en Wessels denkt de klap te kunnen opvangen. Het bedrijf is na het eigen bankroet gekocht door Salor Spakenburg en zou er nu beter voor staan.

Operationeel manager Martin Terpstra van Alewijnse Noord In Drachten heeft het over ‘een enorme klap' voor de scheepsbouw in de regio. ‘We werken al meer dan veertig jaar samen. Iedereen is enorm betrokken, het hakt er geweldig in. We zullen op zoek moeten naar andere projecten waar we onze mensen op kunnen zetten.'

Bij Alewijnse zagen ze wel dat het moeizaam ging in Stroobos. ‘Maar we hielden toch voortdurend de hoop dat er een oplossing zou komen. Het nieuws van dinsdag kwam als een verrassing.' Het omvallen van Barkmeijer zou volgens Terpstra zomaar ook andere bedrijven mee naar beneden kunnen trekken.

Curator zet in op doorstart
Hoe het afloopt hangt zeker ook af van het slagen van de missie van curator Marco Kalmijn. Die zet in op een volledige doorstart van Barkmeijer en behoud van de 110 banen. ‘Dat zal niet eenvoudig zijn. Het faillissement was voor de markt onverwacht. Partijen waren er totaal niet op voorbereid. Het is dus afwachten wat er uit de markt komt.'

Barkmeijer is daarbij een dusdanig groot bedrijf dat alleen een vergelijkbaar grote onderneming in staat zal zijn de werf in zijn geheel over te nemen. ‘Bovendien zijn we afhankelijk van wat de banken bereid zijn te doen en van de bereidheid van onderaannemers om door te gaan', vult Kalmijn aan. Mocht een overname in z'n geheel niet slagen dan is ook verkoop in delen een optie.

Zorgelijk voor onderaannemers
Het Barkmeijer-personeel is de komende zes weken nog verzekerd van loon. Ze werken voorlopig ook door. De onderaannemers kunnen niet rekenen op betaling van hun uitstaande rekeningen. ‘Of dat alsnog gaat lukken is afhankelijk van het slagen van een overname', zegt de curator. ‘Dat het voor hen zorgelijk is, dat staat vast. In hoeverre ze in staat zijn de klappen op te vangen, kan ik nu niet overzien.'

Direct na het bekend worden van het faillissement hebben verschillende leveranciers nog geprobeerd spullen terug te halen, maar daar is door de curator een stokje voor gestoken.

Belangrijke hoofdaannemer
Vanuit Netherlands Maritime Technology, de brancheorganisatie voor de scheepvaart, worden de verwikkelingen aan het Van Starkenborgkanaal met zorg gevolgd. 'Er wordt in de sector intensief samengewerkt. Barkmeijer is een belangrijke hoofdaannemer in dat geheel. Gaat die failliet dan zullen anderen eronder lijden', vat directeur Roel de Graaf de NMT-zorgen samen.

‘Daarbij is dit bijzonder slecht voor de uitstraling van de sector. Om medewerkers te werven is een positief beeld nodig. We zien het aanbod van goede mensen al jaren teruglopen, terwijl het kennisniveau in de sector juist toeneemt.' Ook worden banken volgens De Graaf kopschuw door berichten over faillissementen, waardoor de miljoenen kostende bouw van schepen nog weer lastiger wordt.

Innovatiekracht
Een gezonde bedrijfstak met voldoende weerstand heeft een bepaalde omvang nodig. Volgens de Graaf heeft de scheepsbouw al een jaar of tien die kritische massa niet meer. ‘Maar scheepsbouwers zijn creatieve mensen die iedere keer weer iets nieuws verzinnen en daardoor overeind blijven. Die innovatiekracht is de reden dat ze er nog zijn.'

De Graaf schetst de ontwikkeling van de scheepsbouw als een flauwe lijn naar beneden. ‘Er is een kans dat we sneller afglijden, maar die kans is wat mij betreft klein. We weten ons toch telkens te herstellen. En de noordelijke scheepsbouwers excelleren in een aantal takken, denk aan short-sea shipping waar Royal Bodewes, Ferus Smit en Niestern Sander echt heel goed presteren. Af en toe valt een stukje van de sector weg, maar ik zie de zaak nog niet omvallen.'  

Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook