Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Nederlandse offshore: Sterker uit de strijd

DEN HELDER

Heeft de Nederlandse offshore-sector na jaren van diepe recessie haar internationale toppositie weten te behouden of is zij uit de eredivisie met vooraanstaande landen als de Verenigde Staten, Engeland en Noorwegen verdwenen? Er zijn in de voorbije crisisjaren veel banen verloren gegaan en schepen gesloopt of opgelegd. Maar er is ook flink geïnvesteerd en er zijn nieuwe activiteiten ontplooid in de windenergiesector en de platform-ontmantelingsmarkt.

1 / 2
Achter elkaar afgemeerd aan de Nieuwediepkade in Den Helder, de Kasteelborg, Kroonborg en Kolga. (Foto PAS Publicaties)

Achter elkaar afgemeerd aan de Nieuwediepkade in Den Helder, de Kasteelborg, Kroonborg en Kolga. (Foto PAS Publicaties)

  • Nederlandse offshore-sector heeft veel geïnvesteerd in periode van recessie

  • Toppositie blijft behouden

Door Paul Schaap
De grootste en meest gedurfde investeringen zijn de afgelopen vier jaar gedaan door toonaangevende offshore-aannemers als Allseas en Heerema Marine Contractors. De plannen hiervoor stonden overigens al ver voor het uitbreken van de crisis in 2014 op stapel. De uitvoering zou toch doorgaan, maar liep wel vertraging op. Zo had Allseas bijvoorbeeld al in 2010 opdracht verleend voor de bouw van het allergrootste offshore-supportvaartuig ter wereld. Dit vaartuig kreeg de naam de Pioneering Spirit en kwam in 2014 vanuit Zuid-Korea naar Nederland. Met dit 382 meter lange en 124 meter brede schip kunnen platform-topsides van 48.000 ton uit zee worden verwijderd of juist in zee geplaatst. Daarnaast is het indrukwekkende vaartuig ingericht om grote pijpleidingprojecten uit te voeren. Na aankomst werd in de Rotterdamse Alexiahaven het innovatieve hefsysteem aan boord geïnstalleerd en verder geperfectioneerd. Vervolgens zou Allseas de wereld blijven verbazen met de inzet van deze gigant bij het verwijderen en installeren van megazware topsides en het leggen van pijpen. Allseas heeft al laten weten in een nog grotere versie van de Pioneering Spirit te willen investeren. Verder heeft de offshore-aannemer twee grote duikondersteuningsvaartuigen gekocht die de Pioneering Spirit een de andere grote pijpenleggers van de rederij kunnen assisteren.

Grootste kraanschip
Het eerste signaal dat Heerema Marine Contractors (HMC), ondanks de recessie, de bouw van het grootste halfafzinkbare kraanschip ter wereld toch wilde doorzetten werd al in het eerste jaar van de recessie afgegeven. Toen werd met Huisman een contract gesloten voor de levering van twee enorme kranen met een hefcapaciteit van elk 10.000 ton voor dit schip. Begin 2015 volgde de order voor de bouw van de kraangigant zelf. Dit gebeurt op de Jurong-werf in Singapore. De oplevering van dit 214 meter lange en 97,50 meter brede vaartuig, dat de naam Sleipnir heeft gekregen, staat gepland voor ­­2019. Verder investeerde de aannemer uit Leiden in twee sterke zeeslepers die de kraanschepen van HMC kunnen assisteren bij hun werkzaamheden offshore. Deze zeeslepers, met de namen Kolga en de Bylgia, vervangen twee oudere vaartuigen en beschikken elk over een trekkracht van 200 ton.

Wel viel in de recessieperiode het doek voor één van de oudere halfafzinkbare kraanschepen van HMC. De Hermod werd voor de sloop verkocht.

Heavylifters
In de zwaar-transportsector hebben Nederlandse rederijen van oudsher al in de diverse segmenten een voortrekkersrol vervuld. De bekendste in het topsegment is Boskalis-dochter Dockwise, ooit ontstaan uit de zwaar-transportdivisie van Wijsmuller en rederij Dock Express Shipping. Een jaar voordat de recessie toesloeg, kreeg deze specialist de beschikking over het grootste zware-ladingschip ter wereld. Dit was de Dockwise Vanguard die sinds kort als Boka Vanguard in de vaart is. Dit schip met een laadvermogen van 117.500 ton is 275 meter lang en 70 meter breed. In augustus 2014 kwam ze voor het eerst naar Nederland en zou vanaf die tijd diverse records breken, onder meer met het transport van grote FPSO's.

Ook nieuw in de Dockwise-vloot is de begin 2015 opgeleverde White Marlin met een laadvermogen van 72.000 ton. Door een ernstige overcapaciteit in het topsegment van de zware-ladingmarkt besloot Boskalis onlangs de helft van de zwaar-transportvloot van dochter en tevens marktleider Dockwise van de sterkte af te voeren. Dit lot was een tiental oudere omgebouwde tankschepen beschoren.

Nieuwe speler
Nieuw in het topsegment is de Chinees-Nederlandse onderneming Red Box Energy Services, die in een kort tijdsbestek twee grote halfafzinkbare zware-ladingschepen, de Red Zed 1 en de Red Zed 2, en de modulecarriers Audax en Pugnax in de vaart bracht.

Dit laatste deed ook het inmiddels ontbonden BigRoll Shipping, een  samenwerkingsverband van BigLift Shipping uit Amsterdam en RollDock Shipping uit Capelle aan den IJssel. Sinds 2015 kwamen in korte tijd de ijsversterkte modulecarriers BigRoll Barentsz, BigRoll Bering, BigRoll Baffin en BigRoll Beaufort op de markt. Schepen met een laadvermogen van 21.000 ton. De eerste en derde van deze serie zijn intussen herdoopt in BigLift Barentsz en BigLift Baffin.

Projectlading
Verder is geïnvesteerd in nieuwe schepen voor de projectladingmarkt. Zo kreeg BigLift Shipping in 2014 een nieuw vlaggenschip, de Happy Star, een bijna-zusje van de in 2013 opgeleverde Happy Sky. Laatstgenoemd schip is uitgerust met twee Huisman-kranen van elk 900 ton en de Happy Star met twee van 1100 ton. RollDock Shipping versterkte op haar beurt, in 2014, de vloot met de RollDock Star en de RollDock Storm en in 2016 met de RollDock Sky.

Jumbo Shipping, die in dit segment een voortrekkersrol vervult, bracht eveneens twee nieuwe schepen in de vaart. Eind 2015 eerst de Jumbo Kinetic en kort daarop de Fairmaster. Beide schepen zijn uitgerust met twee kranen met elk een hefcapaciteit van 1500 ton. En onlangs werd nog een opdracht verleend voor de bouw van een innovatief subsea-installatievaartuig dat Stella Synergy gaat heten en wordt uitgerust met Huisman-kranen met een hefcapaciteit van respectievelijk 2500 en 400 ton.

Baggeraars
Baggermaatschappij Van Oord speelde tijdens de recessie slagvaardig in op de ontwikkelingen in de windenergiesector offshore en ontpopte zich als een aannemer die een compleet pakket aan diensten kan bieden ten behoeve van de aanleg van windparken. Hiervoor werden in 2014 het windturbine-installatievaartuig Aeolus en de kabellegger Nexus in de vaart gebracht. Intussen is de Aeolus alweer aangepast om ook de grootste en nieuwste windturbines te kunnen installeren. Verder kreeg Van Oord begin dit jaar de beschikking over de steenstorter Bravenes en nam het van Vroon het grootste deel van MPI Offshore over. Hierdoor werd de vloot uitgebreid met de hefschepen MPI Adventure en MPI Resolution.

Boskalis manifesteerde zich op haar beurt in de windenergiesector door eerst de nieuwe zware-ladingponton Giant 7 en vervolgens de heavylifter Finesse om te bouwen tot windturbine-installatievaartuig. Laatstgenoemd schip werd hiervoor voorzien van een Huisman-kraan met een hefcapaciteit van 3000 ton en herdoopt in Bokalift 1. Verder kocht Boskalis de zeeslepers annex ankerbehandelaars Sea Bear en Sea Lynx aan, alsmede de duikondersteuningsvaartuigen Constructor en Atlantis. Het zusterschip van de Atlantis, de Da Vinci, werd gecharterd met optie tot koop.

Offshorereders
In de zeesleepvaart zette ALP Maritime Services uit Rotterdam de toon met het bij de Niigata-werf in Japan op stapel zetten van vier zware slepers van de ALP Future-klasse. Trekpaarden met een kracht van 305 ton, waarvan de eerste, de ALP Striker, in september 2016 werd opgeleverd. Later volgden de ALP Defender, ALP Sweeper en ALP Keeper.

Rederij Vroon uit Breskens had bij het begin van de recessie een heel ambitieus nieuwbouwprogramma lopen voor de uitbreiding van de vloot van Vroon Offshore Services. Het ging om de bouw van ruim 30 schepen bij diverse werven in China, waaronder zogeheten emergency response and rescue vessels (ERRV), anchor-handling tug supply vessels (AHTS) en platform supply vessels (PSV) en subsea support vessels (SSV). Hieronder bevonden zich zes speciale bevoorraders met een X-boeg, met de namen VOS Pace, VOS Paradise, VOS Partner, VOS Passion, VOS Patience en VOS Patriot, en vier subsea support-vaartuigen met de namen VOS Sugar, VOS Star, VOS Start en VOS Stone. Al deze schepen kwamen naar Nederland. Daarnaast kocht Vroon in 2015 voor dochter MPI Offshore het hefschip Victoria Mathias aan. Dit schip werd vervolgens MPI Enterprise gedoopt. Maar de recessie hakte er in. Eind 2015 moesten 12 van de 95 schepen uit de offshorevloot worden opgelegd. Daarnaast werden oudere schepen voor de sloop verkocht. Vroon was genoodzaakt het nieuwbouwprogramma af te ronden en enkele nieuwe schepen te verkopen. Ook moesten de financiën worden geherstructureerd. Dit lukte, maar wel viel het doek voor dochter MPI Offshore uit het Britse Stokesley.

Surveyschepen
Wagenborg Offshore bracht na de succesvolle inzet van het W2W-vaartuig Kroonborg in 2018 de Kasteelborg in de vaart. Beide gingen voor NAM/Shell in de Zuidelijke Noordzee onderhoudswerk aan platformen uitvoeren.

Fugro stootte een aantal surveyschepen af en verlengde een aantal chartercontracten niet meer, maar nam begin 2017 wel het supportvaartuig Rem Etive van Solstad Offshore over. Geïnvesteerd werd verder in nieuwe surveyvaartuigen, waaronder in 2014 de coastal survey vessels Fugro Proteus, Fugro Pioneer en Fugro Frontier. En in 2017 de Fugro Venturer, de laatste van een serie van vijf standaard surveyvaartuigen voor diep water.   

Acta Marine uit Den Helder investeerde eerst in de bouw van het W2W-schip Acta Orion, die in 2015 werd opgeleverd door CIG Shipbuilding. Daarnaast besloot de rederij een soortgelijk vaartuig met X-boeg te bestellen bij de Noorse Ulstein-werf. Dit schip is inmiddels als Acta Auriga in de vaart gebracht. Verder is hiervan momenteel nog een zusterschip voor Acta Marine in aanbouw.

Andere offshorereders die in de recessieperiode in nieuwe schepen durfden te investeren, waren GloMar Offshore Wind en SeaMar Subsea Services uit Den Helder, die respectievelijk het supportvaartuig Glomar Wave en het duikondersteuningsvaartuig Deep Helder in de vaart brachten.

Tot slot bouwde SeaZip Offshore uit Harlingen een vloot op, bestaande uit zes zogeheten Damen fast crew suppliers en het surveyvaartuig SeaZip Fix. Kotug Smit Towage, Iskes Towage & Salvage en Multraship Towage & Salvage investeerden flink in nieuwe slepers en de Seafox Group bracht het hefschip Seafox 8 in de vaart.

Toppositie
Ondanks deze indrukwekkende opsomming zijn in dit artikel nog lang niet alle investeringsprojecten genoemd. Feit is, dat in de offshore-sector opererende Nederlandse ondernemers tijdens de recessie, die langer heeft geduurd dan verwacht, niet bij de pakken zijn gaan neerzitten. De meeste van de genoemde bedrijven zullen dan ook met gepaste trots hun investeringen tonen op de vakbeurs Offshore Energy 2018 en het moge ook duidelijk zijn dat Nederland haar toppositie heeft behouden of misschien zelfs wel sterker uit de recessie is gekomen.

Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook