RDM

Reddingsactie voor 75-jarige stoomsleepboot Dockyard V

De stoomketel van de historische Rotterdamse sleepboot Dockyard V is dringend aan revisie toe. Het Maritiem Museum Rotterdam is hiervoor op zoek naar geld.

De Dockyard V. Foto Vereniging Stoomsleepboot Dockyard V.

De Dockyard V werd in 1947 opgeleverd en was de laatste in een serie van acht stoomsleepboten die de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) vanaf 1933 voor eigen rekening heeft gebouwd. De sleepboot heeft al jaren een vaste ligplaats in de museumhaven van het Maritiem Museum en wordt af en toe ingezet bij evenementen, zoals de intocht van Sinterklaas. Maar nu is de stoomketel aan revisie toe. Alle 114 vlampijpen – het kwetsbaarste onderdeel van de ketel – en 56 steunpijpen moeten worden vervangen. Een kostbare klus die alleen met financiële steun van de maritieme sector en stoomliefhebbers kan worden uitgevoerd.

Einde stoomtijdperk

De Dockyard III, V, VIII en IX, elk met een trekkracht van 7,7 ton, waren met hun forse rood en zwart-witte schoorsteen een karakteristieke verschijning in de Rotterdamse haven. Ze waren de werkpaarden van de RDM. De reparatieafdeling zette de sleepboten in voor het in- en uitdokken en verhalen van schepen en drie tot vier keer per jaar bij tewaterlatingen van beroemde, bij de RDM gebouwde schepen, zoals de Nieuw-Amsterdam, de Rotterdam, de Zeven Provinciën en de SeaLand containerschepen. Eén Dockyard deed ’s ochtends en ’s avonds dienst als veerboot voor de bazen en het kantoorpersoneel. In de loop der tijd zijn twee van de vier Dockyards, waaronder Dockyard V, uit de serie omgebouwd van kolengestookte naar oliegestookte stoomsleepboot.

Jaren tellen

De vier deden opmerkelijk lang dienst, maar aan alles komt een einde. Als eerste ging in 1974 de kolengestookte Dockyard VIII uit dienst, in 1978 gevolgd door nummer IX en V en in 1980 – als definitieve afsluiting van het stoomtijdperk – de Dockyard III.

Het Maritiem Museum kreeg de V en IX in bezit voor het symbolische bedrag van een gulden per stuk. Ze werden ondergebracht in een bruikleenvereniging. Maar de kosten voor het onderhoud en in bedrijf houden van de boten waren zo hoog, dat het museum besloot alleen de V te behouden. Sindsdien houdt de bruikleenvereniging de boot in samenwerking met het museum in goede staat. Maar de jaren tellen en vertoont de ruim 25 meter lange en ruim zes meter brede oude dame gebreken.

Kosten: een ton

De vrijwilligers van de bruikleenvereniging zullen samen met de medewerkers van het Maritiem Museum zoveel mogelijk restauratiewerk zelf doen. Maar de ketelrevisie moet door een gespecialiseerd bedrijf gebeuren en is begroot op 100.000 euro. Later in 2023 staat ook nog de vijfjaarlijkse dokbeurt op het programma.

Lees ook:

Stadsgraanzuiger 19 keert in goede, maar niet in oorspronkelijke staat terug in museum

Opleidingsschip Prinses Beatrix gaat naar museum van Vereniging De Binnenvaart in Dordrecht