Wel of niet verkocht?

Motorjacht ontsnapt aan faillissementsverkoop

Je koopt een motorjacht van 200.000 euro en twee jaar later moet je het inleveren omdat de verkoper failliet is gegaan. Het overkwam een jachteigenaar, maar die liet het er niet bij zitten en haalde via een kort geding zijn gelijk.

Jachten in Dokkum (het motorjacht in dit verhaal staat niet op de foto). 2022, iStock, Nisangha

Het bedrijf dat op de fles ging, hield zich bezig met de in- en verkoop van motorjachten. In april 2019 werd zo’n jacht voor bijna 200.000 euro gekocht door iemand die het vaartuig in drie termijnen afbetaalde. In de koopovereenkomst staat onder meer dat het jacht vrij van hypotheken, beslagen en andere financiële verplichtingen van eigenaar wisselde, en dat het jacht niet in enig register was ingeschreven.

Ruim twee jaar later ging de jachthandelaar failliet en werd een curator aangesteld om het faillissement af te wikkelen. Daarbij kwam aan het licht dat het bedrijf eind 2018 het eigendom van het schip in het register van het Kadaster had laten noteren. En op de datum van het bankroet stond de handelaar nog steeds als eigenaar in dat register.

Sleutels inleveren

Aan de verkoop en overdracht had volgens de curator een notaris te pas moeten komen. Omdat dit niet was gebeurd en de koopovereenkomst was ondertekend door een niet bevoegde BV, die verwant was aan het verkopende bedrijf, zou de overeenkomst niet rechtsgeldig zijn. De curator droeg de koper op de sleutels en andere toebehoren in te leveren en het schip niet meer te gebruiken. Het werd formeel toegevoegd aan de failliete boedel en zou worden verkocht ten behoeve van de schuldeisers. De man die dacht dat hij eigenaar was, zou bij die verkoopprocedure een bod kunnen uitbrengen.

Hij ging met deze gang van zaken echter niet akkoord. De curator deed aangifte vanwege onttrekking van het schip aan de boedel. Dat wilde de koper ongedaan gemaakt hebben. En bovendien wilde hij via de rechter laten vaststellen dat de koop wel degelijk rechtsgeldig was.

Zwaar gedupeerd

De eisende partij voerde bij de rechter aan dat niet duidelijk is of ‘zijn’ schip hetzelfde schip is dat bij het Kadaster staat ingeschreven. De naam was namelijk niet uniek en een brandmerk ontbrak op het schip. Verder stelde de man dat te goeder trouw is gehandeld en een zogenaamd leveringsgebrek niet te wijten is aan de kopende partij. Er is een marktconforme prijs betaald en er waren geen signalen om aan te nemen dat het schip was geregistreerd. Hij en zijn vrouw hebben het als particulieren gekocht en worden ten onrechte gedupeerd, zo betoogde hij in de rechtszaal.

Volgens de rechter komt het niet uitschrijven van het schip uit het register neer op een vergissing en hij droeg de curator op dit alsnog te doen. Dat leidt ertoe dat de koper weer de beschikking krijgt over zijn kostbare bezit.

Lees ook over deze rechtszaken:

Matroos krijgt drie jaar cel voor betrokkenheid bij invoeren cocaïne

Rotterdam eist halve ton binnenhavengeld op via rechter

Slachtoffers speedbootongeval Lemmer krijgen 73.000 euro schadevergoeding