Jubileumviering

Tuchtcollege: ‘Goed zeemanschap staat niet in de wet gedefinieerd’

Coronaperikelen hadden een jubileumviering de afgelopen twee jaar tot twee keer toe onmogelijk gemaakt. Maar vrijdag 1 juli was het toch zover. Het Tuchtcollege voor de Scheepvaart vierde haar 12,5-jarig bestaan – op de kop af, dat dan weer wel.

Het Tuchtcollege en haar voorvanger de Raad voor de Scheepvaart spreken al sinds 1914 recht in de Beurs van Berlage in hartje Amsterdam. (Foto's Bart Oosterveld)
Het Tuchtcollege en haar voorvanger de Raad voor de Scheepvaart spreken al sinds 1914 recht in de Beurs van Berlage in hartje Amsterdam. (Foto's Bart Oosterveld)

  • Tuchtcollege voor de Scheepvaart viert 12,5-jarig bestaan

De stemming onder de meer dan 100 gasten zat er direct goed in. Dat had ongetwijfeld met de uitstekende voorbereiding te maken. Een recept voor een geslaagde bijeenkomst: houd de genodigden in de weken vooraf op de hoogte, heet iedereen bij de ingang hartelijk en persoonlijk welkom en zorg dat alles klopt. Biedt de gasten een niet te zwaar, maar toch uitdagend programma aan, en zorg voor perfecte catering. Oh ja, en een mooie locatie helpt ook mee. Maar die hebben ze bij het Tuchtcollege, waarvan ook de rechtsvoorgangers al in de prachtige Beurs van Berlage waren gevestigd. 

Gemêleerd

Voorzitter Peter Santema van het Tuchtcollege, in het dagelijks leven rechter bij de rechtbank in Rotterdam, toonde zich in zijn welkomstwoord duidelijk opgelucht dat het er eindelijk van kon komen, na twee jaar van uitstel. ‘We hebben een heel gemêleerd gezelschap vandaag. We hebben vertegenwoordigers van het ministerie, van het ILT, van het OVV, van het functioneel parket, collega’s van de maritieme kamer, de advocatuur, de kapiteinsvereniging, redersvereniging, Nautilus. En heel veel mensen uit het onderwijs.’ Die straalden ook uit zin te hebben in het programma: zes workshops over zaken die met het Tuchtcollege te maken hebben, zoals de rol en werkwijze, de gevolgen van een tuchtrechtelijke behandeling en de nazorg en de verschillende vormen van onderzoek die tegelijk kunnen spelen.

Voorzitter Pieter Santema van het Tuchtcollege.
Voorzitter Pieter Santema van het Tuchtcollege.

Praktijk

Eerst nog wat over het instituut zelf. Het Tuchtcollege voor de Scheepvaart is een vorm van interne rechtspraak voor de zeevaart. Leden van het Tuchtcollege gaan uit van goed zeemanschap. ‘Goed zeemanschap staat niet in de wet gedefinieerd’, dus is een ervaren oordeel noodzakelijk wanneer er zich aan boord een aanvaring of een ernstig ongeval voordoet. Degenen die (mogelijk) verantwoordelijk zijn, worden beoordeeld door collega’s. De leden van het Tuchtcollege (de ‘rechters’) zijn kapiteins, schippers in de zeevisserij en boordwerktuigkundigen. Verder is er een grote pool aan plaatsvervangende leden. De eis van het dichtbij de praktijk staan is zelfs zo strikt, dat van de leden wordt geëist dat ze hun vaarbevoegdheid hebben. Indien die vervalt, moet het lid het Tuchtcollege verlaten. Hoe wrang dat voor sommigen ook kan zijn. 

Schorsing

Het Tuchtcollege kan optreden in zaken die zijn voorgevallen aan boord van alle Nederlandse schepen. De gedaagde hoeft niet per se de Nederlandse nationaliteit te hebben. De laatste jaren groeide het aantal Russische en Oekraïense kapiteins dat werd gedaagd. Soms werden die via een beeldverbinding bij de zitting betrokken. In verband met de oorlog zal hun aandeel ongetwijfeld weer afnemen. Het Tuchtcollege heeft de bevoegdheid een oordeel te vellen en straffen op te leggen. De straf kan bestaan uit een waarschuwing of een berisping, een geldboete of een schorsing van de vaarbevoegdheid. Een geldboete is maximaal 4500 euro,  een schorsing maximaal twee jaar. Beide kunnen ook voorwaardelijk worden opgelegd.

Workshops

Na het voorwoord en een verfrissing kon iedereen zich naar de gekozen workshops begeven. Dat betekende tevens een interessante speurtocht door de Beurs van Berlage, waar over ieder detail is nagedacht en waar elk wandtegeltje speciaal passend op maat lijkt te zijn gebakken. Alle workshops waren ongetwijfeld interessant, maar elke gast had zich maar voor twee bijeenkomst mogen inschrijven.

Flitsende afvaardiging

Interessante materie is, wanneer onderzoeken van verschillende diensten samenlopen. Want het gebeurt regelmatig dat verschillende organisaties zich melden wanneer er ergens aan boord een incident heeft plaatsgevonden. Wat gebeurt er dan? Wie gaat er voor in het onderzoek? Is er iemand leidend? Hierover werden we bijgepraat door een flitsende, compleet vrouwelijke afvaardiging: Katja van der Wall, senior inspecteur van de ILT, Mimi van Hövell, senior parketsecretaris bij het functioneel parket en Arzu Umar, onderzoeksmanager bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Geheimhouding

Van dit drietal is Van der Wall degene die vanuit haar positie bij de ILT zaken aandraagt bij het Tuchtcollege. Zij is de verzoeker die de betrokkene ‘aanklaagt’ en het college om een oordeel vraagt. Haar twee collega’s hebben andere rollen: het OM van Van Hövell voor het strafrecht, het OVV van Umar voor onderzoek naar veiligheid. Maar ze kunnen elkaar inderdaad aan boord tegenkomen. Uitgangspunt is, dat ze elkaar helpen in het onderzoek. Er is één belangrijke beperking: de OVV garandeert partijen die meedoen aan onderzoek geheimhouding. Daarom kan de OVV wel aansluiten bij een verhoor van de maritieme politie, maar kan dat andersom niet. Daar wordt heel praktisch mee omgegaan, volgens het drietal: de OVV luistert als het zo uitkomt mee met het verhoor van de anderen.

Arzu Umar, Mimi van Hövell en Katja van der Wall.
Arzu Umar, Mimi van Hövell en Katja van der Wall.

Binnenvaart

In een panel onder leiding van oud-reder Albert de Heer werd gediscussieerd over twee onderwerpen die je gerust controversieel kunt noemen. Ten eerste: wie heeft de verantwoordelijkheid voor een schip bij autonome vaart? Ten tweede: zou er niet ook tuchtrecht moeten komen voor de binnenvaart? Laat ik u geruststellen, de deelnemers aan de workshop hadden voor geen van beide vragen een pasklaar antwoord.

Lees ook:

Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2010-2020: Ruim 70 uitspraken in eerste decennium

Maritieme Autoriteit blijkt na zes jaar te duur