Zware Kees: Mary Celeste
Door Kees Wiersum
Bakken laden onder het oog van de concurrent.
Onder het zeer kritische oog van onze concurrent - die aan de overkant van de haven met een groot blauw schip op lading ligt te wachten - hijsen wij twee duwbakken. Een van de bakken verdwijnt onderdeks en de andere wordt aan dek geparkeerd. Hiernaast is dan nog voldoende ruimte om ook de bijbehorende duwboot te laden.
‘Zo, die staat', zegt de stuurman opgelucht, ‘het past net.' Het is leuk, bootjes laden aan dek: jachtjes, bakken, sleepbootjes of duwbootjes, het maakt me niet uit. Wat er zo leuk aan is? Al die bootjes moeten door kapitein en stuurman worden geïnspecteerd.
Natuurlijk of ze goed gesjord staan aan dek, maar ook belangrijk is om binnen een inspectie te doen. Kleine bootjes of jachten die wij verschepen behoren maar al te vaak aan eigenaren die al bij windkracht 3 angstig een noodhaven opzoeken. En duwbakken varen in de regel op rivieren waar de hoogste golven door passerende tegenliggers worden veroorzaakt. Kortom, de inventaris en meubilair van deze bootjes kan weleens los staan. Het is mijn eer te na om op plaats van bestemming aan te komen met een versplinterd interieur in een duur jacht en dan glashard te zeggen dat dit mijn verantwoordelijkheid niet is.
Maar natuurlijk is het gewoon spannend om zo nu en dan eens in een duur jacht rond te neuzen. Zo heb ik bijvoorbeeld al eens in een jacuzzi van een miljonairsjacht gelegen en op een groot rond bed, mezelf bewonderend in spiegels die aan het onderdeks waren bevestigd. Beide keren geheel gekleed overigens.
‘Kom stuur, we gaan een kijkje nemen in die duwboot.' Met een grote koperen sleutel open ik de deur. Verrast blijf ik staan. Het is alsof we aan boord van de Mary Celeste stappen, je weet wel, die brik die 5 december 1872 onbemand werd aangetroffen, zo'n 510 mijl west van Gibraltar. Volgens sommige verhalen stond de warme zuurkool nog op tafel te dampen, maar van de bemanning geen spoor. Ook aan boord van onze duwboot staan de koffiemokken op tafel, kastdeurtjes open en stoelen, koelkasten en wasmachines niet gesjord. Het lijkt alsof de bemanning in grote haast is vertrokken.
Toch maar eens de nieuwe eigenaar gepolst of hij wel weet dat op de oceaan soms hoge golven staan waar wasmachines en koelkasten niet tegen kunnen. ‘Maakt niet uit, daar in West-Afrika snappen ze toch niet hoe die apparaten werken', is het ietwat denigrerende antwoord.