OOSTENDE, 1 december 2009 06:40
De tuigploeg van Mennens Amsterdam heeft afgelopen winter de tuigage van het voormalige Belgische opleidingsschip Mercator in Oostende vernieuwd. Een klus ter waarde van ruim 300.000 euro. De Mercator werd in 1931 gebouwd bij scheepswerf Ramage and Ferguson in het Schotse Leith in opdracht van de Belgische staat.
Het eerste Belgische vrachtvarende opleidingsschip was de Comte de Smet de Nayer, een driemast volschip van 3030 ton en in 1904 gebouwd in Schotland. Zij verging 19 april 1906 op haar tweede reis. Haar opvolgster was de 3600-tons viermast bark L'avenir, die Rickmers in Bremerhaven in 1908 bouwde. L'avenir was fortuinlijker dan haar voorgangster en maakte tussen 1908 en 1932 24 voorspoedige reizen. In 1932 werd zij verkocht aan de Finse reder Gustav Erikson.
De Mercator
De Mercator was met 779 ton veel kleiner dan haar voorgangsters bij de Association Maritime, maar het was ook niet de bedoeling vracht te vervoeren. Ook de tuigage was bijzonder, want van een barkentijn. Die tuigage werd veel gebruikt op de toenmalige grote vissersschepen. Aan haar fokkemast draagt zij vier ra's en aan de grootmast en de bezaanmast gaffelzeilen en gaffeltopzeilen met stagzeilen tussen de grootmast en de fokkemast. In totaal voerde zij 1600 vierkante meter. Ze was uitgerust met een dieselmotor en voor die tijd moderne communicatieapparatuur.
Tot Paaseiland
Aansprekende reizen van de Mercator voerden in 1935 via Panama naar Paaseiland, Pitcairn (waar de nazaten van de muiters van de Bounty wonen), Tahiti, Papeete, de Marquezas, Hawaï en weer via Panama terug. Op deze reis bracht zij de leden van een wetenschappelijke expeditie die zes maanden op Paaseiland hadden verbleven terug naar Europa. Tot de lading behoorden twee van de reusachtige beelden van Paaseiland, elk ongeveer zes ton zwaar. Op de terugreis nam de Mercator in Christobal ook de lijkkist van pater Damiaan in ontvangst. Deze Belgische zendeling had onder de leprozen op het eiland Molokai gewerkt en werd later heilig verklaard.
In 1938 werd de Mercator met een wetenschappelijke expeditie voor het onderzoek naar de geisers op IJsland gezonden en in 1940 nam zij deel aan een karteringsproject van de kust van toenmalig Belgisch Kongo. Zij zat dus op de Afrikaanse westkust toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De Britse admiraliteit vorderde haar en tot 1947 diende zij onder meer als depotschip voor duikboten. In dat jaar keerde zij terug naar België, waar het tot 1950 duurde voordat zij was hersteld. Vervolgens voer zij tot 1960 als opleidingschip voor cadetten.
De Mercator maakte in haar actieve leven tussen 1932 en 1960 41 reizen met een gelogde afstand van 337.742 mijl, wat overeenkomt met zestienmaal de wereld rond. Circa 1000 cadetten werden aan boord opgeleid. Het vaargebied was doorgaans de Atlantische Oceaan met als geregelde bestemmingen de Canarische eilanden, de Azoren, het Caribisch gebied en de westkust van Afrika.
Museumschip
De Mercator was inmiddels zo'n dertig jaar oud en de vraag was of zij uit de vaart moest worden genomen of een grondige en kostbare renovatie kreeg. Daarbij speelde mee, dat in 1957 het bekende Duitse opleidingsschip Pamir was vergaan met slechts drie overlevenden. Dit drama van wereldformaat temperde het enthousiasme om jonge cadetten naar zee te sturen op een windjammer en België besloot de Mercator uit de vaart te nemen en geen opvolgster meer te bouwen. Maar slopen of naar het buitenland verkopen was weer wat anders vanwege de emotionele waarde van het schip. Dus werd zij museumschip en heeft sinds 1960 een vaste ligplaats.
In 1996 kreeg de Mercator de status van ‘Monument, liggend in Oostende'. Wel een bijzonder monument, want zij mag voor perioden van maximaal drie maanden deelnemen aan maritieme manifestaties. Haar machines worden daarom onderhouden door vrijwilligers en zij is nog steeds vaarklaar. Ook de tuigage is compleet en zeilgereed. Alle lopend want is aangeslagen of aan boord en de zeilen liggen in de zeilkooi. Een hele opgave, want de driekoppige bemanning moet alle voorkomende werkzaamheden aan boord doen en ook nog in wisseldiensten aan boord wachtsman zijn.
Een belangrijke rol daarin speelt bootsman Philippe Vanthournhout, een zeilliefhebber, die kans heeft gezien met beperkte middelen het schip naar omstandigheden in redelijke staat te houden. Als museumschip is de Mercator een toeristische trekpleister en een ‘landmark' voor Oostende. Zij trekt circa 120.000 bezoekers per jaar.
Beheer en behoud
Het eerste contact tussen Mennens Amsterdam en de Mercator stamt uit 2004. Ontwerpbureau Cadhead werd dat jaar gevraagd de staat van de tuigage te evalueren. Men wilde weten wat het zou kosten om het schip weer zeilend te maken. Cadhead vroeg Mennens Amsterdam en ondergetekende om respectievelijk een expertise van het staande want en een keuring van rondhouten en lopend want. Daaruit bleek, dat de tuigage en vooral de rondhouten zich in zo'n slechte staat bevonden, dat overhalen van de complete tuigage noodzakelijk was.
In 2007 werd een aanbesteding uitgebracht door de dienst DAB Vloot, de Belgische evenknie van Rijkswaterstaat.
De Oostendse werf Industrie de Pecherie (IdP) schreef erop in. Deze vrij kleine, maar goed geoutilleerde werf bestond oorspronkelijk van de Oostendse visserij, maar nu die steeds verder inkrimpt, wordt veel technisch onderhoud gedaan aan de ferry's. Ook verricht zij reparaties aan de kade of op de eigen schepenlift en worden nieuwe schepen gebouwd.
De werf heeft naast de schepenlift tot veertig meter een ijzerwerkerij, een pijpfitterswerkplaats en een draaierij, waar vrijwel alle voorkomende werkzaamheden kunnen worden verricht. Daarnaast is er een mobiele kraan van vijftig ton.
IdP zag het overhalen van de Mercator als een prestigeproject, maar besefte dat de expertise op het gebied van dergelijke tuigages moest worden ingehuurd. Die expertise werd gezocht bij ondergetekende en Mennens Amsterdam.
In België gaat een project als dit over veel schijven. Zo is er een Vlaamse regering met een verantwoordelijke minister en tevens een federale regering in Brussel met nog een verantwoordelijke minister. Deze twee ministers zaten niet op één lijn; de een wilde het schip permanent in een dok plaatsen, de ander wilde haar weer in de vaart brengen. Deze situatie vertraagde de besluitvorming, waardoor het project niet in april, maar in oktober 2008 begon.
Het aftuigen
Een kleine ploeg begon met aftuigen en in kaart brengen van de originele tuigage. Op 13 november lag als laatste rondhout de boegspriet op de kade en was het schip compleet afgetuigd. Dat de rondhouten aan groot onderhoud toe waren, bleek wel uit het feit dat onder meer de rakken van de fokkera en de ondermarsra niet meer te demonteren waren en moesten worden losgebrand. Ook brak de fokkeondermast bij het vlak leggen na het uithijsen.
In tegenstelling tot de meeste masten uit deze periode zijn de ondermasten van de Mercator geheel gelast. De lastechniek stond in de jaren dertig van de vorige eeuw nog in de kinderschoenen, met als gevolg dat de veertien millimeter dikke platen waaruit de mast bestaat maar voor de helft waren doorgelast. Dat leidde tot een groot aantal vermoeiingsscheurtjes, waardoor de mast bij het neerleggen letterlijk kon afbreken.
Onderhoud aan masten
Het doormidden breken van de fokkemast toonde in elk geval duidelijk aan dat onderhoud hard nodig was. Men nam dan ook geen enkel risico meer met de masten en rondhouten en alles werd door de Röntgen Technische Dienst onderzocht. Alle lasnaden werden gefotografeerd en gerepareerd als zij onder de norm zaten.
Het marsplatform en de bramzaling van de fokkemast werden geheel vernieuwd. Aan de boegspriet werd een hele plaat vernieuwd en op een aantal plaatsen in de ra's gebeurde dat eveneens. Ook een van de gaffels moest worden vervangen.
Alle stalen onderdelen werden gestraald en opnieuw gespoten. Veel losse stalen onderdelen, zoals spanschroeven en schijven, werden chemisch gereinigd om straalschade te voorkomen. Het grote aantal onderdelen van de tuigage was wat onderschat, waardoor filevorming ontstond bij het reinigen en opnieuw behandelen. Zodoende trad niet eerder dan 19 januari 2009 de tuigploeg aan voor het weer optuigen van de Mercator.
298 Weeflijnen
Op 21 januari arriveerde de kale fokkemast op de werf. Na assemblage werd deze 5 februari samen met de marssteng in het schip geplaatst. Nu kon de tuigploeg met negen man aan de gang om de door één helft van de ploeg gereedgemaakte wanten en stagen op te brengen.
Besloten was om de onderste eindverbindingen, bestaande uit een massieve kous, vier staaldraad bindsels en bronzen dop, ter plaatse te maken om een zo mooi mogelijk resultaat te bereiken. In totaal werden zo een kleine 300 dubbele staaldraad bindsels gezet in het relatief eenvoudige staande want van 74 draden.
Ook werd het klimwant aangemaakt, bestaand uit 232 stangen, 298 weeflijnen en achttien dwarspaarden. Ra's werden, voorzien van deels vernieuwd lopend want, weer aangebracht.
Uiteindelijk werd 7 april het laatste vlaggenlijntje ingeschoren en droeg de ploeg het schip informeel over aan bootsman Vanthournhout.
De tuigploeg
Tijdens de bouw van de clipper Stad Amsterdam leerden Richard Tefsen, toen tuigmeester voor Damen Oranjewerf, Chris Damen van Mennens Amsterdam kennen. Damen is zo'n veertig jaar bedrijfsleider van Mennens Amsterdam (voorheen Staalkabel BV) en staat ook wel bekend als Mister Staalkabel. Zijn kennis van materialen en zeilschepen was doorslaggevend voor de kwaliteit van de tuigage van de Stad Amsterdam.
De tuigploeg van de Stad Amsterdam bleef in grote lijnen intact en overhaalde in 2001 de tuigage van VOC-replica De Amsterdam van het Amsterdams Scheepvaartmuseum, hertuigde in 2003 de Noorse bark Statsraad Lehmkuhl en deed datzelfde in 2004 met de VOC-replica Prins Willim, toen die na twintig jaar in Japan naar Nederland terugkeerde. In 2007 werd het driemastvolschip S?rlandet compleet overhaald en in 2008 volgde de Mercator.
Naast Chris Damen bestaat de tuigploeg uit Chris Vrolijk, oud-bootsman van de KNSM en al vele jaren werkzaam bij Mennens Amsterdam, Monchito Regio van Mennens Amsterdam, die zijn laatste werkdagen voor zijn pensioen en terugkeer naar de Filippijnen aan de Mercator besteedde, zeilschipreder Thomas de Nijs en scheepstimmerman Paul Dams.
Sinds het werk aan de S?rlandet is de ploeg uitgebreid met de Friese schippers en tuigers Johan ten Hoor en Anne Kooistra. In Oostende maakten schipper Marijn Lemmers en kunstenares en voormalig stuurman van de Stad Amsterdam Marjolijn Markink hun debuut.
Er zijn nog geen reacties op dit artikel.
Nieuws per rubriek
Focus op...
Moyersoen NV verkoopt regelmatig vaartuigen na faling. Kijk snel op onze online veiling website:...
Aanmelden nieuwsbrief
Wilt u ook 2x per week op de hoogte worden gehouden van nieuws uit de maritieme sector?
Meldt u zich dan nu aan voor de gratis nieuwsbrief van Schuttevaer.nl!
Klik hier voor het aanmeldformulier.
2x per week alle actualiteiten uit de branche in uw e-mailbox!
Proefabonnement
Een proefabonnement ter kennismaking!
Wilt u gedurende 8 weken kennismaken met Weekblad Schuttevaer?
Neem dan een proefabonnement voor
slechts € 17,50 (excl. BTW)
Disclaimer|Huisregels|Contact|Colofon (mail & bel)|Adverteren|RSS|E-mailnieuwsbrief|Sitemap|Service|Abonneren
Wacht te Kooi|VAART! |Vraag en Aanbod|Wie Levert|Aandrijven en besturen|EngineersOnline|Scheepvaart|Scheepsbouw|Cruise|Sleep & Duw|Havens|Motoren|Boordtelefoongids|Opleidingen en cursussen|Scheepvaart Prikbord
© 2011MYbusinessmedia bv