Duitse scheepsbouwportefeuille halveert
Volgens het Duitse ministerie van Economische Zaken zijn er in 2008 bij Duitse werven 29 bestellingen voor schepen geannuleerd. In 2009 zijn tot nu toe elf opdrachten geannuleerd. Twintig orders, met een gezamenlijke waarde van één miljard euro, staan ernstig op de tocht, omdat de opdrachtgevers de financiering niet rond krijgen.
De containerfeeder STX Mumbai verlaat de bouwhal van de werf van de Wadan Yards groep in Wiesmar. De sterk van de bouw van containerfeeders en multipurpose schepen afhankelijke werfgroep heeft een overheidslening gekregen van 180 miljoen euro. (Foto Wadan Yards)
Als deze orders niet doorgaan is de orderportefeuille van de Duitse werven in nog geen jaar gehalveerd. De cijfers werden bekendgemaakt op de vorige week gehouden zesde Nationale Maritieme Conferentie in Rostock, waaraan een kleine 1000 kopstukken uit de Duitse maritieme sector deelnamen.
Herbert Aly, directeur van de maritieme divisie van Thyssen Krupp en vice-voorzitter van het Verband für Schiffbau und Meerestechnik (VSM), de Duitse brancheorganisatie voor de scheepsbouw, stelde in Rostock dat de stemming op de werven balanceert tussen hoop en vrees. ‘De neergang is eerder gekomen dan verwacht en raakt onze industrie harder.’
Aly drong aan op aanvullende regeringsmaatregelen voor scheepswerven die in hun voortbestaan worden bedreigd. Het gaat dan vooral over van de bouw van containerfeeders en multi-purposeschepen afhankelijke werven. De Duitse maritieme coördinator, parlementair staatssecretaris Dagmar Wöhr (CSU), voelde hier echter weinig voor. ‘We steunen de maritieme sector, maar zijn niet van plan aandelen te nemen in werven of schepen. Werven moeten hun productaanbod veranderen in plaats van rekenen op steun van de overheid. In de huidige situatie moet men zich afvragen of het zinvol is actief te blijven in de bouw van containerschepen. Werven kunnen niet meer rekenen op nieuwe orders in dit segment.’
Wöhr raadde de werven aan zich te specialiseren in winstgevende nichemarkten, zoals de offshore. ‘Duitsland is al een topland op het gebied van de bouw van speciale schepen.’
Volgens Aly is dat echter makkelijker gezegd dan gedaan. ‘De Duitse scheepswerven zijn nog altijd sterk afhankelijk van de bouw van containerschepen. Rond de helft van de in 2008 gebouwde schepen waren containerschepen.’ Aly verwacht dat de vraag naar containerschepen pas in 2015 aantrekt. ‘Het is echter de vraag of er dan nog Duitse werven zijn die daarvan kunnen profiteren.’
Wöhr zegde wel toe de Commercial Interest Reference Rate (CIRR) flexibeler te willen inzetten om de orderportefeuilles te stutten. De CIRR beschermt een investeerder tegen toekomstige rentestijgingen op zijn lening. De regeling is bedoeld om het binnenhalen van nieuwe orders in de kapitaalintensieve industrie te vergemakkelijken. De regering wil deze garantie nu ook geven op financieringen van al eerder geplaatste, maar nog niet uitgevoerde orders.
Wöhr wees er verder op dat de regering al veertig miljard euro voor leningen voor industriële orders heeft vrijgemaakt en 75 miljard euro voor kredietgaranties. ‘Werven en reders kunnen daarvan profiteren. Bedrijven kunnen via commerciële banken een beroep doen op de fondsen.’ De staat neemt dan tot negentig procent van de kredietrisico’s over bij de (voor)financiering van de bouw van schepen. De banken moeten de overige tien procent voor hun rekening nemen.
Tot nu toe hebben Duitse scheepswerven voor ruim 200 miljoen euro beroep gedaan op de kredietfondsen. Zo ontving de Wadan Yards scheepsbouwgroep in februari een door de Duitse overheid gegarandeerde lening van 180 miljoen euro, tegen een rente van 7,85 procent voor de bouw van diverse schepen.
Ook de sterk van de bouw van containerfeeders afhankelijke Peene Werft en Peters Schiffbau hebben al een beroep op door de staat gegarandeerde leningen. (HH)