Nederlandse offshore-industrie toonaangevend
Na de ontdekking, in 1959, van het Groninger gasveld bij Slochteren rees het vermoeden dat ook de Noordzeebodem olie- en gas zou kunnen bevatten. Er kwam een zoektocht op gang, met een rijke vondst aan olie- en gasreservoirs tot gevolg. Wat komt er eigenlijk allemaal kijken bij het opsporen en in productie brengen van olie- en gasvelden en welke Nederlandse bedrijven spelen hierbij een toonaangevende rol?
De pijpenlegger Audacia van Allseas. Via de stinger op het voorschip worden de pijpen in zee geleid. (Foto PAS Publicaties)
Door Paul Schaap
Als in een zeegebied olie en gas worden vermoed, vraagt een oliemaatschappij een vergunning aan en schakelt een seismische contractor (aannemer) in. Die brengt met speciale schepen de zeebodemlagen in kaart. Zogeheten ‘airguns’ geven een beeld van de bodem door met samengeperste lucht akoestische golven op te wekken. Deze geluidsgolven verplaatsen zich door het water en de hieronder gelegen bodemlagen. Door de verschillende bodemlagen worden de geluidsgolven weer naar boven weerkaatst en opgevangen door gevoelige hydrofoons die aan kilometers lange kabels door een seismisch onderzoekingsvaartuig worden voortgesleept. De opgevangen signalen worden met supercomputers verwerkt, waarna geologen ze interpreteren. Hierbij wordt gekeken of zich in de bodem gesteentelagen bevinden, bestaande uit zandsteen of zandlagen en kalksteen, waarvan zich in de poriën olie en/of gas kan hebben verzameld. Zo’n laag wordt een reservoirgesteente genoemd. Deze dient dan wel te zijn afgedekt door een ondoordringbare zoutlaag (ooit ontstaan door verdamping van zeewater) zodat er geen olie of gas uit kan weglekken. In feite zitten olie- en gas dus gevangen in reservoirgesteente. Hieronder bevindt zich nog het moedergesteente, waarin vele miljoenen jaren geleden door de omzetting van dierlijke en plantaardige resten olie en gas zijn ontstaan. Deze zijn van hieruit van lieverlee naar de hoger gelegen reservoirgesteenten ontsnapt. In het zuidelijke deel van de Noordzee liggen de reservoirgesteenten op een diepte van tussen de twee en vijf kilometer in de zeebodem.
Fugro is één van de grotere ondernemingen die wereldwijd seismisch bodemonderzoek uitvoeren. Hiervoor beschikt het ingenieursbureau uit Leidschendam over een vloot van seismische onderzoekingsvaartuigen, waarmee twee-, drie- en zelfs vierdimensionaal seismisch onderzoek kan worden uitgevoerd. Deze schepen worden in vaktermen seismics genoemd.
Boren
Als de geologen een reservoirgesteente met een ondoordringbare afdeklaag hebben ontdekt, dan kan de oliemaatschappij een exploratievergunning aanvragen. Wordt de vergunning verleend, dan wordt een drilling contractor (booraannemer) ingehuurd om een proefboring (exploratieboring) uit te voeren. Deze gaat in het zuidelijke deel van de Noordzee, tot een waterdiepte van zo’n 120 meter, aan de slag met zogeheten jack-up drilling rigs (zelfheffende booreilanden). Deze eilanden hebben drie stalen vakwerkpoten die op de zeebodem worden neergelaten. Aansluitend wordt de romp van het eiland tot circa dertig meter boven de zeespiegel opgekrikt. Nadat de boortoren naar buiten is geschoven, wordt een roterende snijkop (boorbeitel) gekoppeld aan een stalen pijp of boorstang, de zeebodem ingedreven. Deze boort een gat door de zoutlaag tot in het reservoirgesteente. Pas dan wordt duidelijk of zich hier ook daadwerkelijk olie of gas bevindt of dat een zogeheten ‘dry hole’ is geboord. Wordt raak geprikt, dan wordt eerst de put getest. Hierbij wordt gekeken hoeveel olie en gas per dag kan worden geproduceerd. Na deze test worden in de omgeving meerdere putten geboord om de precieze omvang van het veld vast te stellen. Is het veld groot genoeg om rendabel olie en/of gas te kunnen winnen, dan wordt bij de overheid een productievergunning aangevraagd.
In de Nederlandse Noordzee is de Amerikaanse boormaatschappij
Noble Drilling met meerdere booreilanden actief. In deze maatschappij is eerder de Nederlandse boormaatschappij
Neddrill opgegaan. Noble heeft een eigen vestiging in Beverwijk, die door Nederlanders wordt geleid. Van hieruit worden alle booroperaties van deze maatschappij op de Noordzee aangestuurd.
Bij het ontwerpen van booreilanden speelt ons land een toonaangevende rol. Het in Schiedam gevestigde ingenieursbureau
GustoMSC heeft al een scala aan geavanceerde booreilanden ontworpen. Dit betreft zowel zelfheffende booreilanden voor boorwerk in ondiep water als halfafzinkbare booreilanden en boorschepen die tot waterdieptes van circa drie kilometer boorwerk kunnen verrichten. GustoMSC mag de grootste boor- en oliemaatschappijen tot haar klantenkring rekenen.
Ontwerp en bouw
Als het besluit is genomen dat een veld in productie wordt gebracht, dan dient hiervoor een productieplatform te worden ontworpen en gebouwd. Ook op dit gebied blaast Nederland een behoorlijke partij mee. Iv-Oil & Gas uit Papendrecht is een bekend ontwerper van productieplatformen. De bouwopdracht voor deze platformen kan worden aanbesteed bij
Mercon in Gorinchem,
HSM Offshore in Schiedam,
Nami in Ridderkerk en de
Heerema Fabricage Groep , met offshoreconstructiewerven in Zwijndrecht, Vlissingen en Hartlepool (UK). De Nederlandse werven bouwen niet alleen voor de Nederlandse markt, maar ook voor de export naar onder meer de Engelse en Noorse sector van de Noordzee, Middellandse Zee, Kaspische Zee en West-Afrikaanse wateren.
Voordat een productieplatform offshore wordt geïnstalleerd, is eerst ter plekke bodemonderzoek gedaan. Ditzelfde geldt voor de tracés voor de pijpleidingen waardoor de olie en het gas worden afgevoerd. Ook hierbij speelt Fugro met haar vloot van surveyvaartuigen en onderwaterrobots (ROV’s) een belangrijke rol.
Een productieplatform bestaat uit een stalen draagconstructie (jacket) die met behulp van stalen fundatiepalen in de zeebodem wordt verankerd. Op deze onderbouw wordt de bovenbouw (topsides) geplaatst. De bovenbouw bestaat uit één of meerdere modules, met daarin de installaties waarop de geboorde putten worden aangesloten en waarmee de olie en het gas van meegeproduceerd water worden gereinigd en de hoeveelheid wordt gemeten. Hierna worden de olie en het gas naar de vaste wal gepompt. Aan boord van het platform komt tevens een module te staan die de benodigde energie opwekt, alsmede een regelkamer en een woonaccommodatie (living quarters) voor het bedienings- en onderhoudspersoneel.
Bovenop het platform bevindt zich het helikopterdek. De offshorewerkers werken meestal twee weken op, twee weken af en worden met helikopters van en naar hun werkplek gebracht. Voor de Nederlandse sector van de Noordzee gebeurt dit vanaf Den Helder Airport. De gewichten van de platform variëren van enkele honderden tot vele duizenden tonnen. Bij de Heerema-werf in Zwijndrecht wordt op dit moment een supermodule gebouwd met een gewicht van ruim 11.000 ton. Deze is bestemd voor een Noors offshoreproject.
Spierballen
Voor de installatie van de platformen offshore worden grote kraanschepen ingezet. Wereldmarktleider op dit gebied is Heerema Marine Contractors (HMC) uit Leiden, die over de grote halfafzinkbare kraanschepen Balder (hefcapaciteit 6300 ton), Hermod (hefcapaciteit 8100 ton) en Thialf (hefcapaciteit 14.200 ton) beschikt. De Thialf is het sterkste halfafzinkbare kraanschip ter wereld.
De hefgiganten worden wereldwijd ingezet, waaronder in heel diep water in de Golf van Mexico. De Balder is zelfs multifunctioneel inzetbaar, aangezien met dit vaartuig ook pijpleidingen in diep water kunnen worden gelegd.
Met haar kraanschepen heeft HMC menig grensverleggend installatieproject uitgevoerd en zijn tal van wereldhefrecords gevestigd. De drie voornoemde kraanschepen zijn overigens gebouwd naar Nederlands ontwerp. Deze kolossen worden gevormd door twee drijflichamen (floaters) waarop kolommen zijn aangebracht ter ondersteuning van de zogeheten deckbox. Hierop zijn twee grote hefkranen geplaatst. Door deze vaartuigen deels af te zinken, heeft de golfslag minder invloed en kan er ook onder slechtere weersomstandigheden langer worden doorgewerkt.
Een ander bedrijf dat over de hele wereld offshore-installatiewerk uitvoert, is
Seaway Heavy Lifting Engineering in Zoetermeer. Deze maatschappij beschikt over het monohull (scheepsrompvorm) kraanschip Stanislav Yudin, met een hefcapaciteit van 2500 ton. Bij
IHC Merwede is verder voor deze maatschappij nog in aanbouw de Oleg Strashnov, die straks na de oplevering het grootste monohull kraanschip ter wereld zal zijn. Dit vaartuig krijgt een hefcapaciteit van 5000 ton, twee keer zoveel als de Stanislav Yudin. Voornoemde kraanschepen worden niet alleen ingezet voor het installeren van nieuwe platformen, maar sinds kort ook bij het ontmantelen van platformen die uit leeggeproduceerde velden moeten worden weggehaald. Verder wordt door de Rotterdamse bedrijven
Bonn & Mees en
Smit nog met grote drijvende bokken installatiewerk offshore verricht. Bekende ontwerpers van kraanschepen zijn GustoMSC uit Schiedam en Ulstein Sea of Solutions uit Vlaardingen.
Pijpleidingen
De afvoer van gas en olie gebeurt via pijpleidingen. Alleen voor de afvoer van olie uit afgelegen velden of velden in heel diep water worden shuttletankers ingezet. Het leggen van pijpleidingen is eveneens een Nederlands specialisme. Marktleider op dit gebied is de onderneming Allseas Marine Contractors, die de offshoresector verbaasde door als eerste ter wereld met een dynamisch positioneerbaar pijpenlegvaartuig op de markt te komen. Met dit vaartuig, de Lorelay, zijn intussen wereldwijd talloze pijpleidingen gelegd.
Na de Lorelay bracht Allseas de Solitaire in de vaart. Dit is tot nu toe het grootste en meest geavanceerde pijpenlegvaartuig ter wereld. Hierna volgde de Audacia, die qua legcapaciteit tussen de Lorelay en Solitaire in zit. Voor het leggen van pijpen in ondiep water gebruikt Allseas de Tog Mor. Voor het ingraven van pijpleidingen wordt een sleuvengraver (trencher) ingezet. Die beweegt zich als een soort rupsvoertuig over de zeebodem voort.
Allseas wil de grenzen nog verder verleggen door in 2013 de Pieter Schelte, het grootste catamaran hef- en pijpenlegvaartuig ter wereld, te introduceren.
Bekende Nederlandse baggermaatschappijen zoals Boskalis en Van Oord worden veelal ingehuurd om zandduinen in voorgenomen pijpleidingtracés weg te baggeren en de pijpleidingen, als deze zijn gelegd, met stortsteen af te dekken en te stabiliseren. Tevens worden met geavanceerde steenstorters deklagen rond platformen aangebracht om uitschuren van de bodem door de sterke stroming te voorkomen. Ook bij het aanlanden van pijpleidingen wordt door de baggermaatschappijen veel specialistisch werk verricht, waaronder het graven van sleuven door de brandingszone.
Transportwerk
Een ander specialisme waarmee Nederland de internationale concurrentie de loef afsteekt, is maritiem zwaar transport. Wereldmarktleider op dit gebied is
Dockwise in Breda, ooit ontstaan door de samenvoeging van de zwareladingvloten van Wijsmuller Transport uit IJmuiden en van Dock Express Shipping uit Rhoon. Dockwise beschikt over een vloot van twintig halfafzinkbare zwareladingvaartuigen (heavylifters), waarmee jaarlijks talloze transporten met zelfheffende en halfafzinkbare booreilanden worden uitgevoerd, evenals van duizenden tonnen wegende modules bestemd voor de bouw van platformen. Het laden en lossen van deze boorunits gebeurt via de float-on/float-offmethode. Met deze schepen wordt tegenwoordig ook, via de float-overmethode, de bovenbouw van platformen op de al eerder in zee geïnstalleerde onderbouw (jacket) geplaatst. Verder worden met de heavylifters allerlei baggermaterieel en grote componenten voor fabriekscomplexen, raffinaderijen en energiecentrales getransporteerd.
Een flinke slag kleiner, maar daarom niet minder indrukwekkend, zijn de zwareladingvaartuigen van
BigLift Shipping uit Amsterdam en
Jumbo Shipping uit Rotterdam. Deze schepen zijn uitgerust met zwaremastkranen van Huisman uit Schiedam. Dit bedrijf heeft zich als bouwer van kranen en speciale pijpenleg- en boorinstallaties in de wereld een goede reputatie verworven. BigLift en Jumbo transporteren onder meer zware componenten voor de offshore-industrie. De Jumbovloot is onlangs uitgebreid met vier nieuwe zwareladingvaartuigen die elk zijn voorzien van twee 900-tons zwaremastkranen, die in tandem lasten tot 1800 ton kunnen laden en lossen. Twee van deze schepen kunnen de kranen ook gebruiken voor het installeren van zware componenten op de zeebodem en zijn om in diep water in de juiste positie te blijven, uitgerust met een dynamisch positioneringssysteem.
Een andere ‘zware jongen’ die actief is in de offshoresector, is
Mammoet Transport . Deze onderneming beschikt over een vloot van hefunits en zelfaangedreven platformtrailers die op allerlei offshoreconstructiewerven in de wereld worden ingezet om zware platformdelen en modules te verplaatsen van de productiehal tot op de zeegaande transportpontons.
Scheepsbouw
Nog een ander voorbeeld waarin Hollanders uitblinken is de bouw van specialistische offshorevaartuigen. IHC Merwede Offshore & Marine heeft de afgelopen jaren een hele reeks geavanceerde offshorevaartuigen gebouwd voor het uitvoeren van installatie-, reparatie- en onderhoudswerk en het leggen van pijpleidingen. Projecten waarbij vaak ROV’s worden ingezet. Hierbij is nauw samengewerkt met Huisman in Schiedam, die voor deze schepen de pijpenleginstallaties en kranen heeft ontworpen en geconstrueerd. Vanaf 2007 heeft IHC Merwede Offshore & Marine al zeven van deze geavanceerde vaartuigen gebouwd, terwijl de achtste op stapel staat. Grootste afnemer van deze Nederlandse topproducten is offshoreaannemer Subsea 7, waarvoor in totaal vier van deze schepen zijn gebouwd.
Andere werven die zich met de bouw van offshorevaartuigen bezighouden, zijn Scheepswerf De Hoop met werven in Lobith en Foxhol, waar met name voor buitenlandse afnemers bevoorraders en duikondersteuningsvaartuigen worden gebouwd, en Scheepswerf Damen waar verschillende typen slepers, bevoorraders, bijstandsboten en crewtenders van stapel lopen. Damen heeft ook de vier superheavylifters voor Jumbo Shipping gebouwd.
Dienstverlening
Verder verleent Smit uit Rotterdam met haar slepers, bevoorraders, bokken en duikondersteuningsvaartuigen de offshoresector belangrijke ondersteunende diensten. Dit geldt ook voor Vroon Offshore Services (VOS) uit Den Helder die wereldwijd met meer dan honderd schepen actief is. Hier gaat het om bevoorraders, duikondersteuningsvaartuigen, ankerbehandelingsvaartuigen en bijstandsboten. De werf van Keppel Verolme in Rotterdam profileert zich als het juiste adres voor inspectie-, reparatie-, onderhouds- en modificatiewerk aan onder meer booreilanden, kraanschepen, pijpenleggers, FPSO’s, hefplatformen en shuttletankers.
Tot slot mogen ook SBM Offshore/GustoMSC uit Schiedam en Bluewater Energy Services uit Hoofddorp niet ontbreken. Deze bedrijven ontwerpen, bouwen en verhuren grote drijvende olieproductie/op- en overslagvaartuigen (FPSO’s) die wereldwijd worden ingezet. FPSO’s worden vaak toegepast in heel diep water en op locaties waar geen pijpleidinginfrastructuur aanwezig is. Bij de inzet van deze vaartuigen zijn altijd shuttletankers nodig om de geproduceerde olie naar de vaste wal te kunnen afvoeren.
Duidelijk is dat de Nederlandse offshoresector, na de vondst vijftig jaar geleden van het megagrote gasveld in Groningen en de hierop volgende ontwikkelingen in de Noordzeeregio, is uitgegroeid tot een wereldspeler van formaat. Iets waarop we als klein land best trots op mogen zijn.
Lang niet alle bedrijven die specialistisch werk ten behoeve van de offshoresector uitvoeren of die hiervoor speciale technieken hebben ontwikkeld zijn in dit artikel aan bod gekomen. Wie meer wil weten over de Nederlandse bedrijven die actief zijn in de interessante offshoresector kunnen terecht op de site van de in Zoetermeer gevestigde branchevereniging IRO: www.iro.nl of www.iro-noc.nl.