DELFZIJL, 28 mei 2010 09:55
Er zit een zekere mate van tegenstrijdigheid in zijn bewering. Bouke van der Veen, directeur-eigenaar van Van der Veen Internationaal Bevrachtingskantoor in Delfzijl, erkent het. ‘Het is inderdaad paradoxaal. Ik zie zonder meer nog een toekomst voor het kleine binnenvaartschip, maar dat laat onverlet dat de schaalvergroting in de binnenvaart onverminderd doorgaat. Die is niet tegen te houden. Je kunt met dezelfde inspanningen meer verdienen met een groter schip dan met een kleiner vaartuig, het is een Wet van Meden en Perzen.'
Ook Van der Veen breekt een lans voor het op niveau houden van de kleinere kanalen, diepen en vaarten. Hij heeft het niet van een vreemde, want zijn vader Albert van der Veen was jarenlang voorzitter van Schuttevaer-afdeling Groningen-Noord-Drenthe. Tijdens de jaarvergaderingen was Van der Veen senior een warm pleitbezorger voor het open- en goed bevaarbaar houden van de haarvaten. Niet alleen in Noord-Nederland, maar ook in de rest van het land. En Frans Bieze, de huidige Gronings-Noord-Drentse afdelingsvoorzitter, trekt deze beleidslijn door. Maar hij heeft ook oog voor de realiteit.
Bezuinigen
Er is namelijk een andere kant van de medaille. Het is al geruime tijd een gegeven dat de beheerders van de vaarwegen - het rijk en de lagere overheden - het onderhoud van de kleine kanalen vaak niet (meer) als een beleidsprioriteit beschouwen. Als gevolg van de huidige economische crisis zijn er, ter illustratie, nu tal van bezuinigingsvoorstellen aan de orde met als consequentie dat er zeer waarschijnlijk zal worden gesneden in vaarwegonderhoud. Het onderhoud van de kleine vaarwegen, dat toch al geregeld in het verdomhoekje terecht was gekomen, zal op een (nog) lager pitje worden gezet. En een opschaling van deze vaarwegencategorie zal de komende jaren al helemaal niet aan de orde zijn. De protesten van de kleine binnenvaartschippers en het bedrijfsleven dat zich aan deze relatief bescheiden vaarwegen heeft gevestigd, ten spijt. Zij kozen er immers bewust voor hun goederentransporten zoveel mogelijk over het water te organiseren.
Contractbreuk
Bouke van der Veen (54) laat niet na om op de voordelen van de binnenvaart te wijzen. Zoals bekend: in doorsnee milieuvriendelijker en goedkoper in vergelijking met het weg- en spoortransport. ‘Ik heb nog geen concrete signalen gekregen dat noordelijke bedrijven die aan de kleine natte verkeersaders zijn gevestigd van plan zijn te verhuizen. Maar ik hoor wel dat er wordt gemopperd en gemord. Als ik het over de situatie in de provincie Groningen heb, dan wordt er momenteel aan het onderhoud van het A.G. Wildervanckkanaal gewerkt. Hiep, hiep hoera! Maar de aanpak van het grote achterstallige onderhoud aan het Winschoterdiep komt maar niet van de grond.'
Daar wordt trouwens al jarenlang over gepraat en de financiering van de afkoopsom leek twee jaar geleden rond te komen na een principedeal tussen rijk en provinciebestuur. De provincie zou het beheer van deze Oost-Groninger vaarweg van de nationale overheid overnemen. In Den Haag is daar nu voorlopig een streep doorgehaald, terwijl de onderhoudssituatie, met name op het traject Zuidbroek-Winschoten, broodnodig moet worden verbeterd. Het Winschoterdiep zal nog verder dichtslibben en dat is nadelig voor zowel het lokale bedrijfsleven als voor de schippers. Door bestuurders van de Koninklijke Schuttevaer werd het kabinet dan ook van ‘contractbreuk' beschuldigd. ‘We zijn simpelweg voor een fait á complis gesteld', stelt Van der Veen. ‘We kunnen hoog of laag springen, het heeft mijns inziens geen zin.'
Turfvaart
Hoewel zijn bevrachtingskantoor met een vijftal medewerkers een internationale horizon heeft, volgt hij de ontwikkelingen rond de (Noord-)Nederlandse vaarwegen vanuit zijn kantoor - gelegen aan de Farmsummer haven, nabij de zeesluizen - al jarenlang op de voet. ‘We zijn in 1979 met ons bedrijf begonnen. Aanvankelijk met bevrachtingen en de op- en overslag voor de binnenvaart en daar is in de afgelopen jaren de kustvaart bijgekomen. We zijn begonnen met de turfvaart en deze sector is nog altijd een belangrijke basis voor onze continuïteit en ons bestaansrecht. De grondstof halen we uit de Duitse regio Papenburg-Bremen en dient als basis voor de kassenindustrie in het westen van het land en als dekaarde ten behoeve van de champignonteelt in het Maasgebied.'
Daarvoor worden zo'n 30 schepen, met een laadvermogen dat varieert van 600 ton tot zo'n 1300 ton, van veelal Fries-Groningse particuliere schippers ingezet en op jaarbasis worden enkele honderdduizenden kubieke meters turf getransporteerd. Als retourlading wordt onder meer veevoeder ingenomen, dat gedistribueerd wordt in Noord-Nederland en in de Noord-Duitse streek Emden-Leer-Papenburg. ‘De turfvaart is nog altijd verantwoordelijk voor een groot deel van onze jaaromzet.'
Verleden tijd
Tientallen jaren bevrachte Van der Veen hoofdzakelijk spitsen en Kempenaars, die hun lading tot in de haarvaten konden afleveren. ‘Dat is grotendeels verleden tijd', zegt Van der Veen. In de turfsector vond via de groothandel ook een schaalvergroting plaats met als resultaat steeds grotere terminals aan steeds grotere vaarwegen. ‘Kortgeleden heeft een van onze vaste schippers om die reden zijn Kempenaar verkocht. Daarentegen heeft de eigenaar van een andere Kempenaar die we regelmatig van werk voorzien, recentelijk fors in zijn schip geïnvesteerd. Er is dus een wisselend beeld ontstaan. Vergeet niet dat zo'n 65% van het Nederlandse vaarwegenstelsel uitsluitend toegankelijk is voor schepen met een lengte tot 65 meter.'
Van der Veen refereert aan het rapport ‘Een goede toekomst voor het kleine schip' dat in opdracht van de branche werd geschreven en twee jaar geleden werd aangeboden aan staatssecretaris Tineke Huizinga van Verkeer en Waterstaat. Daarin werd een pleidooi gehouden voor de nieuwbouw van tenminste 500 nieuwe kleine schepen op de middellange termijn en 50 op de korte termijn. Als gevolg van deze diversificatie kan de concurrentiepositie van de vaderlandse binnenvaartvloot ten opzichte van het wegvervoer worden verbeterd. Er werd een ‘oud-voor-nieuwregeling' voorgesteld en Kees de Vries, projectleider kleine schip, Branche Overleg Binnenvaart/EICB, betoogde dat als dat niet zou gebeuren ‘we het risico lopen dat er een ladingpakket van tenminste 20 tot 30 miljoen ton van de binnenvaart naar het wegtransport zal vloeien. Dat moeten we in ieders belang voorkomen.'
Vrachtprijs
‘Ik heb niet de indruk dat er met de aanbevelingen in dit rapport veel is gedaan', denkt Van der Veen hardop. ‘Natuurlijk spelen de economische omstandigheden ons momenteel niet in de kaart, er is een overcapaciteit aan ladingruimte en de vrachtprijzen staan onder druk en zijn te laag. Bovendien komt hier de kip-of-eikwestie in beeld, want het op orde hebben van de natte verkeersaders is onlosmakelijk verbonden met de perspectieven voor de kleine binnenvaart. Waar moeten we mee beginnen: met het inzetten van kleine schepen of met het onderhoud van deze haarvaten? Dus zeg het maar... In mijn bescheiden optiek moet het antwoord van de overheden komen. Als zij het milieu minder willen belasten en de verkeerscongestie op de wegen willen aanpakken, dan moet er een beleid komen om de (kleine) binnenvaart in alle opzichten zo optimaal mogelijk te faciliteren. Met een effectief en voorwaardenscheppend beleid, inclusief de financiën. Het is van tweeën één. Bovendien moeten de verladers de schippers van de kleine schepen via een aantrekkelijke(r) vrachtprijs in staat stellen om rendabel te varen. Zo zou het moeten, maar ik erken onmiddellijk dat het een lastige en hardnekkige materie is.'
Aquaducten
En de ene overheid is de ander niet. Van der Veen mag graag wijzen op het verschil tussen de Groningse en Friese bestuurders. Friesland is volgens hem, in vergelijking met Groningen, veel meer water- en dus binnenvaartminded. ‘Zodra je de provinciegrens oversteekt, zie en bemerk je het verschil. De Friezen hebben hun zaken veelal op orde. De aquaducten, en ik chargeer even, vliegen daar bij wijze van spreken de grond uit. Ik heb het niet alleen over het Prinses Margrietkanaal, maar eveneens over de kleinere vaarwegen. Zo worden Drachten en Heerenveen steeds interessanter voor de binnenvaart, althans daar wordt aan gewerkt. Ze doen het dan toch maar, hoewel er ook onderhoudsproblemen dreigen voor het Van Harinxmakanaal.'
De Friezen zijn dus handiger dan de Groningers? ‘Dat weet ik niet, maar ze krijgen in Den Haag wel meer voor elkaar. Daarnaast is Friesland bij uitstek een watersportprovincie en aan de daarvoor benodigde infrastructuur wordt veel aandacht en geld besteed. En dat heeft weer een katalyserend neveneffect richting de binnenvaart. Ik wil het Groninger provinciebestuur zeker niet in een kwaad daglicht stellen, allesbehalve, maar als je de vaarwegeninfrastructuur en het onderhoud niet op niveau hebt, dan blokkeer je niet alleen de binnenvaart, maar ook de economische ontwikkeling van een regio. Veel kleine waterwegen zijn te ondiep en niet van deze tijd.'
En de situatie in Drenthe? ‘Op het Noord-Willemskanaal vindt tussen Groningen en Assen nog wat grind- en zandvervoer plaats. Het is minimaal. In Coevorden, dat zich ontwikkelt tot een transportcentrum, wordt nu via de opzet van een multimodale terminal geprobeerd om de (kleine) binnenvaart een stevige impuls te geven, maar daarvoor hebben ze wel de medewerking van de provincie Overijssel nodig.'
Vaker klein
De Delfzijlster bevrachter betrapt zich er zelf weleens op dat hij de toekomst van de kleine vaarwegen voor het goederentransport niet helemaal naar waarde inschat. Een enigszins impulsieve reactie. ‘Maar als ik er goed over nadenk, dan is dat niet terecht.' Het valt hem de laatste tijd op dat zijn kantoor steeds vaker kleine partijen goederen in opdracht van het bedrijfsleven in de Groninger Eemshaven moet verzorgen. Voor de binnenvaart richting het westen en zuiden van het land. ‘Het kan aan de recessie liggen, maar het is zeer wel mogelijk dat ze hun voorraadbeheer hebben aangescherpt. Ik weet het niet precies, maar als deze trend zich doorzet dan liggen er weer nieuwe mogelijkheden voor de kleine binnenvaart.'
Het onderscheidend vermogen van Van der Veen Internationaal Bevrachtingskantoor is volgens de directeur-eigenaar het gegeven dat ‘wij op vrijwel elk moment op verzoek van de klant in heel Europa een schip beschikbaar hebben'. ‘We beschikken over een groot netwerk, je moet goed weten waar de schepen zijn en daar op een inventieve wijze mee omgaan. Je moet snel een klik tussen klant en schip, groot of klein, kunnen leggen. Dat is voor ons de crux.'
Er ligt samengevat een toekomst voor het kleine binnenvaartschip? Nadenkend: ‘Ja, ik vind van wel, ik geloof erin. Als je alles bij elkaar neemt, zal er vroeg of laat toch een omslag in het denken komen ten aanzien van het gebruik van de natte haarvaten in ons land.'
Hee luister is; ik ken er nog een...
Ik vaar met een schip van 150 ton en ik kan je verzekeren; het is echt dik geld verdienen. Het betreft een omgebouwde onderzeeer uit de WO2 en we opereren voornamelijk op het diepe vaarwater.
Destijds werden wij benaderd door een niet nader te noemen bevrachter die transporten met \\\"een luchtje er aan\\\" in de aanbieding had. Uiteindelijk is het idee van die onderzeeer geboren. In Rusland werd een type gevonden met een geringe hoogte. Dit type, de \\\"ONSIGTBAR40/45\\\", destijds ontwikkeld om te opereren in de benedenloop van de grote rivieren aldaar, bleek uitermate geschikt voor het ARA-verkeer.
Echter, twee problemen doemden er op; het passeren van sluizen en het laden/lossen. Met Rijkswaterstaat hebben we duidelijke afspraken kunnen maken betreffende het schutten. Dit verklaart misschien ook de discussie met de sluismeester die er soms ontstaat n.a.v. het voor je neus dichttrekken van een halfvolle sluiskolk. Maar dit terzijde.
De oplossing voor het probleem laden /lossen was zeer innovatief. In verband met de verwachte concurrentie willen we hier niet al te transparant over zijn. Dit kunnen we wel zeggen; het betreft het digitaliseren van atoomeigenschappen van de betreffende lading. Deze gegevens worden gecomprimeerd en tenslotte getransporteerd.
Uiteraard levert dit transport ons bepaald geen windeieren op, maar dit medium als podium te gebruiken om onze cijfers te publiceren riekt naar ongepaste trots. Overigens willen we wel benadrukken dat het heel wat meer opbrengt dan die turftransportjes van Johan T.....
Jaap
01-06-2010 op 09:59
beste johan t.
ik heb een hoop fantasie maar hier geloof ik echt helemaal niets van. jij laad 310 ton x 4,50= 1395 euro. nemen we gemiddeld 3,5 reis zoals jr zegt per dag is dus 1395 x 3,5=4882 euro per dag x 22 werkdagen in de maand wordt dus 4882 x 22=107.000 euro per maand. over 10 maanden ben jij dus elk jaar miljonair. met een schip van circa 350 ton elke maand een ton bij elkaar varen? niets is onmogelijk maar dit zit er wel heel dicht in de buurt.
kleine schipper
01-06-2010 op 07:47
Kleine schipper, wat vaar jij? Waar vaar jij? Ik heb een schip, laad 310 ton, en kan het werk niet aan. Ik vaar voornamelijk in het Westland, met potgrond. Krijg rond de € 4.50 de ton, doe 3 tot 4 vrachten per dag. En heb plannen om, in deze maat, nieuwbouw te plegen. Maar dan wel met een eigen losinstallatie, Ik heb GEEN crisis. Ik onderhandel zelf met de opdrachtgevers. Er is werk zat, maar ga zelf onderhandelen. Dat is mijn prijs, daar vaar ik voor. Ik hoef geen 500 of 5000 tonner. Kan ik hier niet meer komen. Moet ik de erts in voor € 1.50 de ton, in de file de waal af. Wat ik tegen kom, zijn jachtjes, ik hoef geen concollega's tegen te komen. Nu bepaal IK de prijs. Ik ben nog goedkoper, en sneller, dan de vrachtwagen. Zoek zelf werk, wees uniek. Succes Johan T.
Johan. T.
31-05-2010 op 15:06
500 nieuwe kleine schepen bouwen? waar wil je het werk vandan gaan halen? dan moeten de nieuwe schepen en het nieuwe ladingpakket tegelijk op de markt komen en dat is iets wat never nooit gaat gebeuren. kom je eerst met nieuw werk en heb je niet genoeg schepen ben je het werk kwijt. komj je eerst met bv 200 nieuwe schepen is er weer te weinig werk. een nieuwe 500 tot 1000 tonner gaat gewoon circa 1,5 miljoen kosten. hoe moet je dat terug gaan verdienen met deze vrachtprijzen. dus oplossing vrachtprijzen moeten verdrievoudigd worden. komt o.a de evo weer, kleine schip is te duur en hop weg werk en 500 kleine schepen tegen de dijk. of denken zu nu echt dat je met 4 en 5 euro per ton binnenlands die 1,5 miljoen terug kan verdienen. dan kun je de pensioenleeftijd wel optrekken tot 150. ik vaar zelf met een klein schip en ken genoeg mensen die met een klein schip willen beginnen maar geen geld van de bank krijgen. als er nu eerst is een fatsoenlijk tarief werdt betaald kwam de rest vanzelf. want als er genoeg verdiend wordt kan het schip aan de nieuwe eisen voldoen goed doorgerepareerd worden en kan er ook een nieuwe woning in zodat het aantrekkelijk wordt. want feit blijft je hebt met een klein schip een mooi en ook nog sociaal leven maar de verdiensten zijn nog van voor de oorlog.
kleine schipper
29-05-2010 op 20:14
Ik wil als starter dolgraag met een klein schip (tot 55m) varen maar de bank werkt niet echt mee.
Luc
29-05-2010 op 13:10
Dit zeg ik al jaren, er is toekomst voor een klein schip. Maar de schippers moeten zelf ook willen.
Johan T.
29-05-2010 op 12:34
Nieuws per rubriek
Focus op...
Aanmelden nieuwsbrief
Wilt u ook 2x per week op de hoogte worden gehouden van nieuws uit de maritieme sector?
Meldt u zich dan nu aan voor de gratis nieuwsbrief van Schuttevaer.nl!
Klik hier voor het aanmeldformulier.
2x per week alle actualiteiten uit de branche in uw e-mailbox!
Proefabonnement
Een proefabonnement ter kennismaking!
Wilt u gedurende 8 weken kennismaken met Weekblad Schuttevaer?
Neem dan een proefabonnement voor
slechts € 17,50 (excl. BTW)
Disclaimer|Huisregels|Contact|Colofon (mail & bel)|Adverteren|RSS|E-mailnieuwsbrief|Sitemap|Service|Abonneren
Wacht te Kooi|VAART! |Vraag en Aanbod|Wie Levert|Aandrijven en besturen|EngineersOnline|Scheepvaart|Scheepsbouw|Cruise|Sleep & Duw|Havens|Motoren|Boordtelefoongids|Opleidingen en cursussen|Scheepvaart Prikbord
© 2011MYbusinessmedia bv