Naupar zet tering naar de nering
De Naupar-zeilvloot is door de oprichting van de Friese Vloot en Holland Sail 45 schepen kwijtgeraakt, zodat er nog 65 over zijn. Directeur Pouwel Slurink zit er echter niet als een geslagen man bij. ‘Het was niet tegen mij als persoon gericht.’
Pouwel Slurink: …Naupar gaat naar drie samenwerkingsmodellen… (Foto Sander Klos)
Eind vorig jaar sprak Naupar met de aangesloten schippers om de gevoelens en meningen te peilen. Er was flink wat kritiek, vooral op de website, de telefonische bereikbaarheid en de afhandeling van zaken op het kantoor. Slurink erkende die fouten van de jonge fusieorganisatie. ‘Het is jammer, dat we niet nog een jaar de tijd hebben gekregen om met de hele groep door te gaan. Want hoewel je fouten nooit helemaal voorkomt, lopen de zaken nu beter en komt binnenkort bijvoorbeeld de nieuwe website in de lucht.’
Met beide groepen afgescheidenen is volgens Slurink ‘goed gesproken’. De onderlinge afspraken maken het
Naupar mogelijk de organisatie aan te passen aan de lagere inkomsten en geven de beide kleinere vloten voldoende starttijd. Tot in de loop van 2010 werken de drie vloten samen en blijft Naupar dus schepen van beide vloten doorboeken. Hoe het na de scheiding volgend jaar verder gaat, is nog niet besproken. Wel komt de ‘eigen vloot eerst’. ‘Op kantoor zal in voorkomende gevallen enigszins worden gestuurd ten gunste van de eigen schepen. Of er op de website ook een soort scheiding komt, weet ik nog niet. Voorlopig staan alle schepen er nog gewoon naast elkaar op.’
Kapitaalvernietiging
Slurink vindt de versplintering zowel getuigen van lef als een gemiste kans. ‘In Friesland was er na de overname van Lemmer-Stavoren altijd nog een drang naar zelfstandigheid en ook wat Holland Sail nu doet, speelde al langer als idee in de markt. Maar het blijft een enorme gemiste kans, net nu bij Naupar één kapitein aan het roer stond, na het uiteengaan van Laurens Winkel en ik. We konden praten met grote landelijke partijen, omdat we niet zomaar een boekingskantoortje waren. Door het inkomstenverlies hebben we bijvoorbeeld geen geld voor een campagne onder Noorse scholen. Voortaan adverteren we met z’n drieën weer in dezelfde bladen, houden we drie sites in de lucht en hebben we drie kantoororganisaties. Het is en blijft kapitaalvernietiging.’
Valkuilen
Slurink kent - ook uit eigen ervaring - de grootste valkuilen bij een fusie of samenwerking. ‘Dat zijn seks, inzet en geld. Dat eerste zal waarschijnlijk geen rol spelen, maar die twee anderen kunnen tot problemen leiden als er bijvoorbeeld kapitaal moet worden bijgestort en jouw schip net goed loopt of een collega er een baan naast heeft, terwijl jij continu met je product bezig bent. Als groep moet je marktinzicht ontwikkelen. Niet alleen voor je eigen schip, maar ook met oog voor de belangen van je collega. Laurens Winkel en ik hadden heel veel gemeen, maar ook dat was dus moeilijk’, schetst hij zijn eigen recente ervaring met fusieperikelen.
Concurrentie stelt hij op prijs, omdat het hem scherper houdt. ‘De fusie tot Naupar was bedoeld om de concurrentie tussen vloten te verminderen en de strijd aan te binden tegen andere vormen van vrijetijdsbesteding. Ik houd wel van mededinging. Wij hebben een betere marketing en een betere site, maar de vraag is natuurlijk waar deze twee vloten over drie jaar staan. En dat is altijd anders dan je nu denkt. Hun sterke kanten zijn het feit dat zij 25 verkopers hebben en meer als vloot opereren. De laatste jaren dachten schippers over het algemeen veel aan hun eigen schip, maar ik hoop dat we in Naupar-verband ook meer als vloot gaan denken. Het is niet voor niets het Darwin-jaar. Niet de sterkste, maar degene die zich het best aanpast zal overleven.’
Drie modellen
Uitgaande van een volledig verlies van de inkomsten van de vertrekkende schepen, zou dat Naupar per jaar tot 800.000 euro aan commissie kosten. In werkelijkheid is dat minder, aangezien het kantoor schepen blijft doorboeken. ‘Zoiets kun je niet in één keer opvangen. We zijn terug van 22 naar negentien voltijds banen en dat daalt waarschijnlijk nog naar circa vijftien. En zo’n Noorse campagne, die begroot was op zo’n twintig mille, kunnen we dus niet meer doen.’
Anderzijds past de ontwikkeling ook wel weer bij zijn ideeën over de toekomst. In een eerder gesprek kondigde hij al aan dat hij eind 2009 de contracten wil aanpassen. ‘Er ontstaan drie samenwerkingsmodellen. We kunnen de boekingsadministratie voor een zelfstandige verzorgen, we kunnen schepen niet exclusief bemiddelen en we kunnen exclusief bemiddelen. In dat laatste geval moeten de contracten van de onderliggende vloten worden geüniformeerd. Bemiddelen wij niet exclusief, dan sluit je een soort raamovereenkomst met afspraken over bijvoorbeeld beschikbaarheid. In dat geval moeten we wellicht ons boekingssysteem koppelen aan dat van de Friese Vloot en Holland Sail.’
Exclusiviteit heeft veruit zijn voorkeur. ‘Die bemiddelingsvorm bespaart veel overlegtijd. Die tijd is geld en als puntje bij paaltje komt betaalt de schipper die extra kosten.’
Meer kwaliteit
De crisis speelt op de achtergrond een rol. Volgens Slurink worden vooral zakelijke tochten uitgesteld. ‘Mensen wegen nog even af of ze iets met Sail Amsterdam willen. Anderen hebben net mensen ontslagen en vinden het dan ongepast iets feestelijks te gaan doen. Over zes maanden hebben we een beter beeld in hoeverre uitstel heeft geleid tot afstel.’
Die zomermaanden gaat Slurink in met een groep schippers, die ‘duidelijker en overzichtelijker’ is. ‘Ik verwacht in deze groep minder weerstand tegen veranderingen. En die zijn nog wel nodig, want bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteit kunnen we nog stappen maken. Er zijn nog schippers, die de dekbedden een weekje extra laten liggen. En ook op kantoor kunnen we het beter doen. We hebben voldoende mensen met langjarige ervaring, maar nieuwe medewerkers moet je behoeden voor fouten. We doen nu wekelijks een enquête met vragen om ze te trainen in hun schepenkennis.’
Slurink hoopt dat de rust terugkeert in de chartermarkt. ‘Ik hoop dat de beide nieuwe vloten toetreden tot Traditionele Chartervaart Nederland, zodat we zo goed mogelijk met elkaar kunnen samenwerken.’ (SK)