MILLINGEN AAN DE RIJN, 10 juni 2011 13:25
Lange spijkers die van buiten door de huidplank en het spant worden geslagen, daarna worden omgebogen en terug in het spant worden geslagen. Dat is volgens scheepsbouwmeester Kees Sars het meest bijzondere aan de bouw van de Millingse liburna, een replica van een Romeinse patrouillevaartuig uit het begin van onze jaartelling. De manier van bouwen met deze stevige kram-verbinding zorgt er volgens Sars voor dat zijn liburna hufterproof wordt.
Met de bouw van de replica werd in februari 2010 op het terrein van Scheepswerf Bodewes in Millingen aan de Rijn begonnen. Volgens coördinator Alieke van Bockel van het infocentrum Liburna was het in eerste instantie de bedoeling om een liburna te bouwen met twee rijen roeiers. ‘Maar dit bleek te kostbaar. Het schip dat we nu aan het bouwen zijn krijgt 14 roeiers. Dit waren overigens geen slaven zoals veel mensen denken, maar gewoon Romeinse soldaten.'
De bouw wordt op dezelfde manier aangepakt als de Romeinen dat destijds deden. Op hun beurt hadden zij die methode weer overgenomen van de Grieken. Dat betekende dat ze met de romp begonnen. Om seriematig te kunnen bouwen, gebruikten de Romeinen mallen. Die werden om de meter geplaatst. Op de mallen werden de huidplanken vastgemaakt. Daarna werden op elke meter drie spanten geplaatst. Daarna konden de mallen weer weg en worden gebruikt voor een volgend schip.
Details
Sars begeleidt als scheepsbouwmeester de bouw van de Millingse liburna. Hij was onder meer leermeester op de Bataviawerf in Lelystad en was betrokken bij de bouw van het Utrechtse Statenjacht en de bouw van de 19de-eeuwse palingaak Korneliske Ykes II in Heeg. Sars wil met de bouw van zijn liburna het origineel zo exact mogelijk benaderen. ‘Het meest typische aan deze liburna zijn de lange spijkers die worden gebruikt. Ze zijn zo kenmerkend voor dit type schepen dat ik de spijkers zo perfect mogelijk voor elkaar wilde hebben. Daarom heb ik ze met de hand laten smeden. Omdat bij de bouw van zo'n schip wat mij betreft de kracht in de details zit, waren de spijkers natuurlijk niet direct helemaal goed. Zo moest de kop nog wat groter en wat dikker. Maar nu hebben we het perfect voor elkaar. Ze zien er heel mooi uit. Ik denk dat er in de hele Liburna zo'n 3000 tot 3500 in gaan.'
Sars denkt dat de Romeinen de lange spijkers gebruikten om de schepen robuuster te maken. ‘De Romeinen gebruikten voor veel schepen spanten van rechthout. De Romeinen waren typische systeembouwers en wilden snel bouwen. Kromhout is bewerkelijk en kost dus veel tijd. Het rechthout leverde echter vaak zwakke spanten op. Dat werd met de lange spijkers een beetje voorkomen. Maar bij deze Liburna is dat niet het geval, daar werd wel kromhout gebruikt. Hier zijn de spanten om en om uit drie en twee delen gemaakt. Het voordeel hiervan is dat de lassen verspringen. Dat zorgt voor een robuust schip, echt hufterproof. De grootste uitdaging in dit project was voor mijn dan ook het vinden van de juiste krommes voor de spanten. Voor het overige is dit schip niet zo moeilijk te bouwen.'
Na de bouw
De liburna wordt met steun van de provincie, de Euregio en de gemeente Millingen aan de Rijn gebouwd en moet een toeristisch trekpleister worden. Aan het schip werken behalve Sars en een collega, stagiaires van het hout- en meubileringscollege uit Amsterdam, stagiaires van de Ambachtsschool in Kleve, verschillende mensen die reïntegratieprojecten doorlopen en vrijwilligers. De Millingse liburna moet in oktober 2011 klaar zijn en dan mogelijkheden bieden voor presentaties op tentoonstellingen, bij Romeinse evenementen en andere toeristische doeleinden.
Romeinse marineMILLINGEN AAN DE RIJN
Liburna's bewaakten in de tijd van de Romeinen de noordgrens van het Romeinse Rijk, die werd gevormd door de Rijn.
De Romeinen kwamen rond het jaar 18 voor Christus in ons land. Drusus liet, als zoon van keizer Augustus, vlakbij Millingen een dam in de Rijn aanleggen om het water tussen Rijn en Waal te reguleren. Ook liet hij het Drususkanaal graven. Dit kanaal lag tussen de Rijn en de Oude IJssel.
Keizer Claudius riep in het jaar 47 de Rijn definitief uit tot noordgrens van zijn Rijk. Langs de Oude Rijn lagen toen van Katwijk aan Zee tot Carvium bij Millingen ongeveer 15 forten. Tussen deze versterkingen stonden wachttorens. De schakel tussen al deze forten werd gevormd door de marine. Aangenomen worden dat elk Romeins fort langs de grens faciliteiten had voor marineschepen. De veiligheid op de rivier werd gewaarborgd door patrouilles van de Romeinse marine. Die werden uitgevoerd door de Classis Germanica met het hoofdkwartier in Keulen. Waarschijnlijk voeren op de Rijn zo'n 45 liburna's. (EvH)
Er zijn nog geen reacties op dit artikel.
Nieuws per rubriek
Focus op...
Aanmelden nieuwsbrief
Wilt u ook 2x per week op de hoogte worden gehouden van nieuws uit de maritieme sector?
Meldt u zich dan nu aan voor de gratis nieuwsbrief van Schuttevaer.nl!
Klik hier voor het aanmeldformulier.
2x per week alle actualiteiten uit de branche in uw e-mailbox!
Proefabonnement
Een proefabonnement ter kennismaking!
Wilt u gedurende 8 weken kennismaken met Weekblad Schuttevaer?
Neem dan een proefabonnement voor
slechts € 17,50 (excl. BTW)
Disclaimer|Huisregels|Contact|Colofon (mail & bel)|Adverteren|RSS|E-mailnieuwsbrief|Sitemap|Service|Abonneren
Wacht te Kooi|VAART! |Vraag en Aanbod|Wie Levert|Aandrijven en besturen|EngineersOnline|Scheepvaart|Scheepsbouw|Cruise|Sleep & Duw|Havens|Motoren|Boordtelefoongids|Opleidingen en cursussen|Scheepvaart Prikbord
© 2011MYbusinessmedia bv