DOETINCHEM, 25 december 2009 07:02
‘Ene Jacob Geluk is in 1859 met ons bedrijf begonnen. Hij deed daarvoor al werk voor de gemeente Tholen, maar dan als dijkwerker. We hebben een document waarin staat dat hij als aannemer aan de slag gaat, samen met Bartel Goedegebuure, een compagnon die lezen noch schrijven kon. Tragisch is wel, dat Jacob Geluk in hetzelfde jaar is overleden', vertelt Hans Geluk, een van de vorige directieleden van Aannemingsbedrijf Geluk in Doetinchem. Samen met neef Kees Geluk stelde hij een boek samen, dat de 150 jaar van het bedrijf beschrijft.
Kees Geluk: ‘Zijn zoon Jacob Levinus Geluk, geboren in 1841 en overleden in 1912, nam het stokje over. Wat precies na 1859 is gemaakt aan werken is moeilijk te achterhalen. Er werd meer gewerkt dan geschreven. Men had meer verstand van zand, klei, rijshout en stortsteen dan van papier.'
Uit overleveringen en oude contracten in de archieven van de gemeente Tholen is wel bekend dat de voorvaderen zowel in de kern Tholen als in de regio werkten. Veelal onderhoudswerk aan de dijken langs de Eendragt. In de eerste helft van de twintigste eeuw sloegen ze hun vleugels verder uit. Onder meer namen ze de volgende werken aan: de vluchthaven van Bruinisse; een verhoging en verzwaring van 33 kilometer Maasdijken in Overasselt en in de omgeving van Cuijk; de aanleg van industrieterreinen in Vlissingen en Middelburg. Een van de voormalige kleiputten langs de Maas heet nog steeds 'Het gat van Geluk'.
‘We werkten ook mee aan de afsluiting van het Wieringermeer, in de kop van Noord-Holland, een en ander volgens bestek nummer 3 van de Directie Zuiderzeewerken. Het materieel voor het zand- en kleitransport, zoals stoomlocomotieven, kipkarren, spoor ging per zeilschip over de rivieren en over zee naar Wieringen. Een heel karwei.'
Dat de geschiedenis van dit baggerbedrijf anderhalve eeuw omspant, is bijzonder. Veel andere bedrijven in de sector zijn verdwenen of opgegaan in een groter geheel. Geluk is een middelgrote speler met zeven zuigers, aanverwant materieel en circa 25 mensen in dienst.
Rijkswegenplan
Terwijl de grondlegger nog met beugel en schop aan de slag ging, ontwikkelde men door de jaren heen allerlei materieel om het werk vlotter te later te laten verlopen. De werken werden groter, dus mechanisatie was geen overbodige luxe. Hans Geluk: ‘Aan de aanleg van rijkswegen hebben we in het verleden ook een steentje bijgedragen. In 1896 kwamen de eerste twee auto's in Nederland op de weg. In 1939 waren het er 100.000. Hierdoor voelde men al in de jaren twintig van de vorige eeuw de noodzaak om hier wegen voor aan te leggen. In 1927 kwam het tot het eerste Rijkswegenplan. Daarna kwamen de volgende in 1938, 1948 en 1958. Dat van 1927 was het eerste plan sinds de tijd van Napoleon, begin negentiende eeuw. Het was dus hoognodig. Het moest de bestaande verbindingen in kaart brengen en verbeteren en nieuwe rijkswegen projecteren. De kosten van het plan van 1927 werden geraamd op 300 miljoen gulden en de uitvoering van zou een periode van dertig jaar beslaan. Het plan voorzag in een uitbreiding van het rijkswegennet met 2800 kilometer. Bovendien zouden ook andere provinciale en gemeentelijke wegen worden uitgebreid. Verder werden twaalf bruggen over de grote rivieren gepland om doorgaand verkeer te realiseren. Eigenlijk was het Rijkswegenplan 1927 de blauwdruk voor een totale metamorfose van ons land, een vergaande verandering die verder zijn beslag zou krijgen. Er kwam een klassensysteem voor wegen en men bepaalde dat de wegen van eerste en tweede klasse onder verantwoordelijkheid van het Rijk zouden vallen. Daarmee was het fenomeen rijksweg geboren.'
Van het Rijkswegenplan 1927 voerde Geluk uit: de aanleg van een gedeelte van de Rijksweg A44 te Sassenheim; de aanleg van een gedeelte van Rijksweg 16 te Princenhage; de aanleg van een gedeelte van Rijksweg 27 te Gorinchem en de opritten van de Waalbrug te Nijmegen. Gemaakt in 1935.
Groningen
Johannes Jacob Geluk, de derde generatie, was hier nauw bij betrokken. Een van zijn bekende uitspraken was: ‘Neem geen laarzenwerk aan als je pantoffelwerk kunt krijgen.'
In het begin van de jaren veertig trok hij zich terug uit de aannemerij en deed zijn aandeel in het bedrijf over aan zijn zonen Cornelis, Jan Jacob en Marinus Geluk. Tot die tijd was het kantooradres in Tholen. De firmanaam werd gewijzigd en het kantoor verhuisde naar Gorinchem, centraler in het land. Het werd: Firma C. en J.J. Geluk, Aannemingsbedrijf, kantoorhoudende aan de Varkensmarkt en later aan de Kleine Haarsekade 42 in Gorinchem.
De Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp van 1953: twee gebeurtenissen die veel invloed hadden op ons land in het algemeen en de waterbouwers in het bijzonder. Aannemingsbedrijf Geluk heeft in dat kader diverse werkzaamheden in Zeeland uitgevoerd. Ook was men betrokken bij de aanleg van de havendammen in de Sloehaven. Andere werkzaamheden van net na de oorlog waren de aanleg van het Pannerdens kanaal en een deel van de kanalisatie van de Neder-Rijn bij Pannerden, de verhoging en verzwaring van de Baakse overlaat en de aanleg van een deel van het Aduarderdiep bij Groningen. Ook elders in het land kwam men de medewerkers van Geluk steeds vaker tegen bij dergelijke werkzaamheden.
Kees Geluk: ‘Over het Aduarderdiep valt nog wel iets bijzonders te vertellen. Het was een aanbesteding van de Dienst Uitvoering Werken (DUW), onder leiding van de Provinciale Waterstaat van Groningen, met de voorwaarden dat alle graafwerkzaamheden zouden plaatshebben met mankracht. Dit in verband met de grote werkloosheid in Groningen. Alleen het vervoer van de uitkomende specie mocht gebeuren door middel van smalspoor. De directie van de Provinciale Waterstaat meldde dat voldoende deskundige arbeidskrachten in de regio aanwezig waren. De jongste firmant van ons bedrijf, die het werk uitvoerde, raakte er na een maand bijna overspannen. Na onderzoek bleek dat van de bijna negentig arbeidskrachten er geen enkele grondwerker bij zat. Het waren werkloze bakkers, slagers, loodgieters en dergelijke, waar je in dit werk niets mee kon. Na diverse besprekingen en onderhandelingen met de directie kregen we het uiteindelijk voor elkaar het werk geheel machinaal uit te voeren. Nog tijdens dit werk vond de watersnoodramp van 1 februari 1953 plaats, terwijl de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog nog volop aan de gang was.'
Combinatie
Hans Geluk: ‘Na de ramp in 1953 kwam de behoefte bij ons aan nat materieel: zuigers en baggermolens. Hierdoor is de combinatie met Baggermaatschappij Holland geboren. Ons bedrijf zocht nat materieel en Holland droog materieel.'
In de periode van 1953 tot 1960 zijn door deze combinatie onder meer de volgende werkzaamheden uitgevoerd: coupure met Spuidijk en wijzigen haven in Den Bommel; verhoging en verzwaring van de dijk van de Uitslag- en Molenpolder in Den Bommel; de verhoging en verzwaring van de dijk Van de Rietveld en Adrianapolder te Ooltgensplaat; de verhoging en verzwaring van de zeedijk van de Sabrinapolder te Dinteloord; de aanleg van een inlaagdijk te Ouwerkerk.
De jaren zestig van de vorige eeuw beginnen met de aanleg van de meerdijk in Zuidelijk Flevoland en van bouwputten voor de schutsluizen te Nijkerk. Het betrof hier het gedeelte meerdijk van Nijkerk tot Spakenburg, met een lengte van zes kilometer. Ook deze werkzaamheden werden aangenomen door de aannemingscombinatie 'Geluk-Holland'.
De zeebodem waarop de meerdijk moest komen, bestond uit een laag veen en slappe klei met een dikte van vier meter. Die laag moest worden weggebaggerd. Dat gebeurde met de baggerpersmolen Dintel. De specie perste men via een lange drijvende leiding weg en werd 500 meter uit het tracé van de aan te leggen dijk, aan de Noordzijde gestort.
Hans Geluk: ‘De grondzuiger Roompot spoot het uitgebaggerde tracé vol zand, dat kwam uit de parallel aan de dijk lopende aan te leggen vaargeul, aan de zuidzijde van de toekomstige meerdijk. Daarna werd de bovenslag opgespoten. De noordzijde van de dijk kreeg kraagstukken en stortsteen met daarboven een bekleding van asfaltbeton. De andere zijde kreeg een bekleding van klei en keileem. Tijdens de uitvoeringsperiode van de meerdijk volgde de aanbesteding door Rijkswaterstaat Directie Zuiderzeewerken van de aanleg van de bouwputten voor de te maken schutsluizen te Nijkerk. Ook dit werk namen we aan en voerden we met de combinatie uit. Al met al een groot werk met een grondverzet aan zand, baggerspecie, grond en klei van rond de vier miljoen kuub en een aannemingssom van twaalf miljoen gulden.'
Eigen materieel
Kees Geluk: ‘We zijn altijd onafhankelijk gebleven, ook al hebben we vergaande samenwerkingscontacten gehad met andere bedrijven. Eind 1964 besloten we de combinatie met de Holland om diverse redenen te beëindigen. Onze vader koos er om principiële redenen voor geen lid te worden van de Centrale Baggerbedrijven (CB) een prijsregelende organisatie. Aangezien de directie van de Holland daar anders over dacht was het niet mogelijk bij openbare aanbestedingen als combinatie in te schrijven. De baggermaatschappij Holland nam al het combinatiematerieel over.
‘Onze onderneming zat inmiddels niet stil, maar dacht na over de toekomst. We maakten de havendammen in het Sloe en we namen een droog grondwerk aan in de Europoort. Financieel waren dit zeer goede werken. In 1966 namen we het werk Rondweg Zwolle aan. Hiervoor was baggermaterieel nodig. Gezien de verkoop van het combinatiematerieel, het resultaat van de werken in het Sloe en Europoort, was de kas goed gevuld. Eind 1965 besloten we zelf baggermaterieel te laten bouwen.'
Maasvlakte
Hetzelfde jaar volgde de aanleg van grondwerk voor de olieraffinaderij voor British Petroleum in de Europoort. ‘In een periode dat er weinig of geen werk was, namen we van de Koninklijke Maatschappij voor Havenwerken in onderaanneming het complete grondwerk aan. Het werk bestond uit de aanleg van zandterpen voor de fundatie van zo'n veertig olietanks, de aanleg van dijken rondom deze tanks en het maken van ontgravingen voor de transportleidingen vanaf de aanlegsteigers voor tankschepen naar deze tanks. Het ging om een groot grondwerk, dat we in een zeer korte periode moesten realiseren. Daarvoor schakelden we een in groot grondverzet gespecialiseerd bedrijf in en alles liep voorspoedig.'
Aangezien een aantal olietanks moest komen op de uitloop van de enorme zandvlakte kwam tijdens het werk aan het licht, dat zich juist daar grote slibophogingen bevonden. De Engelse directie besloot dit slib te ontgraven en ergens op de Maasvlakte te dumpen. Deze ontgravingen moesten we weer aanvullen met schoon zand. Hiervoor moesten we een prijs per kuub opgeven. De Engelse taal, waarin alles in het bestek was omschreven, was echter niet ons sterkste punt. Achteraf bleek dit euvel een geluk bij een ongeluk. In Nederlandse bestekken bestaat de regel dat men voor grond ontgraven, vervoeren en elders verwerken één prijs berekent. Het wordt gezien als één handeling. In dit geval, ontgraven 0,50 cent per kuub, vervoeren 1,50 gulden per kuub en verwerken 0,50 cent per kuub, dus een eenheidsprijs van 2,50 gulden per kuub. De Engelsen doen dat anders. Zij rekenen voor elke handeling een prijs. Onze onderhandelaars begrepen dit niet en de Engelsen begrepen ons niet. Een van de firmanten zei laconiek: 'Vul overal hetzelfde maar in, dan zien we het wel.' Het resultaat kregen we betaald: ontgraven 2,50 gulden, vervoeren 2,50 gulden en verwerken 2,50 gulden per kuub. Het ging over een hoeveelheid van 50.000 kuub. Jammer dat we niet meer slib moesten verwijderen. Het werd al met al een zeer winstgevend werk, maar ook technisch gezien was het mooi.'
Verhuizing
Hans Geluk: ‘Begin jaren zeventig kregen we een werk in de Achterhoek: de aanleg van de A18. We hadden inmiddels een aantal zuigers. Door de vele reparaties aan de zandpompen van de zuiger en de tussenstations ontstond de behoefte aan een eigen werkplaats. Hiervoor hebben we een halve hectare weiland afgehuurd in Wijnbergen bij Doetinchem. We zetten een paar romneyloodsen op, voorzien van de benodigde apparatuur voor lassen, branden en draaien en een salonwagen voor de chef van de werkplaats. Het overblijvende terrein diende als opslagplaats voor perspijpen, slijtdelen voor de zandpompen en dergelijke.'
De werkplaats in Doetinchem heeft ongeveer 25 jaar dienst gedaan. Ook was Doetinchem inmiddels de woonplaats van een van de firmanten. In 1989 is in Doetinchem een nieuw kantoor gebouwd op industrieterrein De Huet. Het kantoor in Gorinchem werd opgeheven. Geluk vestigde zich aan de Hanzestraat 10 in Doetinchem. Vlak voor de eeuwwisseling werd een nieuwe moderne werkplaats betrokken op het industrieterrein in Cuijk. In verband met het vele werk in die omgeving was de verhuizing naar deze locatie noodzakelijk.
‘We kregen steeds meer werk in Limburg, vooral aan de Maas. Als eerste de bochtafsnijding van de Maas bij Boxmeer tussen 1979 en 1982. Dit grote werk, het grootste in geld uitgedrukt, namen we eind 1979 aan voor 29,6 miljoen gulden. Door allerlei omstandigheden en vele staten van meerwerk beliep de eindafrekening drie jaar later om en nabij 40 miljoen gulden. Het werk hield in dat we vier kilometer nieuw kanaal moesten aanleggen om twee zeer scherpe bochten in de waterweg weg te werken voor de veiligheid van de scheepvaart.'
Overname
In Limburg werkte Geluk lange tijd samen met Van den Biggelaar uit Kerkdriel. In die periode kwamen er ook contacten met Grint- en Zandexploitatie Maatschappij Smals. Smals is actief in het delven van zand en grind voor de industrie, met zand- en grindputten in Midden-Limburg en Noord-Brabant. Het bedrijf was eigenaar van een groot zandwingebied in Cuijk in oostelijk Noord-Brabant. Na een aantal onderhandelingen kwam het tot een samenwerkingsovereenkomst. Daarin stond dat Geluk alle herinrichtingswerken voor Smals ging maken, inclusief de herinrichtingswerken van de Kraaijenbergse Plassen te Cuijk.
Kees Geluk: ‘De samenwerking met Smals verliep voortreffelijk. Er was wederzijds vertrouwen en waardering. Dit had tot gevolg dat na een aantal jaren van samenwerking de vraag kwam of er belangstelling bestond om ons aandelenpakket aan Smals te verkopen. Die vraag kwam vrij onverwacht. We moesten wel even slikken. Een belangrijke overweging was de continuïteit van het bedrijf garanderen in een tijd van vergaande sanering en schaalvergroting. Op 1 april 1995 was de overname een feit. Desondanks zijn we een zelfstandig bedrijf gebleven, met hetzelfde personeel, onder dezelfde naam, met dezelfde principes. Mijn zoon Jan Geluk werd de nieuwe directeur. Nu, vijftien jaar na de overname, werken we ook buiten de Nederlandse grenzen. We hebben onder meer baggerwerk gedaan voor de aanleg van het ondergrondse metrostation Lehrter Bahnhof in Berlijn. Daarnaast hebben we diverse baggerwerken in Oostenrijk gedaan, onder meer voor de verdieping van een stuwmeer. Ook in Schotland en Duitsland hebben we vrij recent baggerwerk verricht.'
Directeur Jan Geluk: "Baggeren doen we overal"
‘Onze onderneming behoort niet tot de grootste spelers, maar we zijn wel specialist', zegt Jan Geluk. ‘Geen project is te omvangrijk of te klein. We beschikken over moderne zuigers. In de grotere projecten zijn we de ene keer hoofdaannemer, de andere keer onderaannemer. Ons onderscheid zit in de combinatie van een relatief klein bedrijf met hightech materieel, uitstekende mensen en goede oplossingen. Zo kunnen we bijvoorbeeld aan de strengste milieu-eisen voldoen, door inzet van elektrische zuigers. Wij baggeren op plaatsen waar verbrandingsmotoren niet zijn toegestaan.
Behalve voor het standaardwerk zijn de zuigers eenvoudig aan te passen voor diverse specialistische doeleinden. We kunnen de zuiger zelfs op afstand bedienen. Ook bezitten we sinds kort een dompelpompzuiger voor zeer diep en specialistisch zuigwerk. En op de zandzuiger IJsselmeer na, kunnen we alle zuigers over de weg vervoeren. Praktisch onbereikbare locaties zijn zo bereikbaar. Wij voeren werken uit waar anderen niet kunnen komen. Midden op het Drentse platteland? We komen er altijd.
Verder gaan we de meer gewone werkzaamheden niet uit de weg. Zoals het uitbaggeren van de Eemshaven, na de bouw van een nieuwe kade. We hebben deze opdracht op de decimeter nauwkeurig uitgevoerd volgens de specificaties. Het lijkt een routineklus, toch vraagt ook dit soort werk een aantal specialismen. De opdrachtgevers weten dit als geen ander. Zo hebben we de baggerwerkzaamheden van de onderwatertaluds voor onze rekening genomen en daarbij het opspuiten van een deel van het haventerrein met de vrijkomende residuen.'
Haarrijnse Plas
Geluk is dit voorjaar begonnen aan het project Haarrijnse Plas. In opdracht van Ballast-Van Oord Grondstoffen VOF. (BAVOG) - een nieuwe opdrachtgever voor Geluk - spuit de zandzuiger Linge wekelijks een grote hoeveelheid specie in de zandverwerkingsinstallatie op de wal.
Het project van Geluk valt binnen het plangebied Leidsche Rijn in Utrecht en behelst de realisatie van de ontgronding van circa tachtig hectare in de polder Haarrijn. De centrale waterplas die daardoor ontstaat zal binnen het Vinex-project Leidsche Rijn in de toekomst dienen als recreatieplas en waterreservoir. In totaal wordt twaalf miljoen kuub gefaseerd ontgrond. Het project is al in 1996 begonnen en de plas is nu tot een diepte van 25 meter uitgebaggerd door Boskalis. Boskalis gebruikt het ophoogzand voor het project Verbreding A2.
De Linge zal de laag van 25 tot 35 meter baggeren. Deze zandlaag is kwalitatief hoog en geschikt als industriezand. De specie wordt na de winning direct aan de kant op de walinstallatie verwerkt. Het totale project duurt een tot twee jaar. Voor de winning van het ophoogzand en industriezand schrijft de ontgrondingsvergunning heldere ontwerpeisen voor om zettingsvloeiingen te voorkomen.
Er zijn nog geen reacties op dit artikel.
Nieuws per rubriek
Aanmelden nieuwsbrief
Wilt u ook 2x per week op de hoogte worden gehouden van nieuws uit de maritieme sector?
Meldt u zich dan nu aan voor de gratis nieuwsbrief van Schuttevaer.nl!
Klik hier voor het aanmeldformulier.
2x per week alle actualiteiten uit de branche in uw e-mailbox!
Proefabonnement
Een proefabonnement ter kennismaking!
Wilt u gedurende 8 weken kennismaken met Weekblad Schuttevaer?
Neem dan een proefabonnement voor
Disclaimer|Huisregels|Contact|Colofon (mail & bel)|Adverteren|RSS|E-mailnieuwsbrief|Sitemap|Service|Abonneren
VAART! |Vraag en Aanbod|Wie Levert|Aandrijven en besturen|EngineersOnline|Scheepvaart|Scheepsbouw|Cruise|Sleep & Duw|Havens|Motoren|Boordtelefoongids|Scheepvaart Prikbord
© 2010MYbusinessmedia bv