BVB met driekwart miljoen de boer op
De binnenvaart heeft 750.000 euro van Verkeer en Waterstaat gekregen om nieuwe lading binnen te halen. Het geld komt uit de crisispot van het kabinet. Samen met de binnenvaartorganisaties gaat het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) bedenken waaraan het geld het best kan worden besteed. Het geld is volgens BVB-secretaris Kees de Vries hard nodig, want de subsidie en de sponsors schieten tekort.
Het BVB werd twintig jaar geleden opgericht. Met slogans als 'hier vaart een file van ... vrachtwagens', ‘Kies binnenvaart voordat alles stilstaat' en ‘Vervoer over water natuurlijk beter', probeert het BVB het imago van de binnenvaart al jaren te verbeteren.
Een van de belangrijkste initiatiefnemers was toenmalig ONS-voorzitter Jan de Vries. ‘Jan was twintig jaar bezig met het reguleren van de binnenvaart’, vertelt De Vries. ‘Uiteindelijk bleek dat niet haalbaar. De overheid en verladers wilden er niet meer aan. Toen moest de binnenvaart zonder wettelijke regelingen toch een plekje zien te veroveren. Maar daarvoor moet je lobbyen. En voor lobbyen heb je een goed imago nodig. Toen zijn we met het BVB begonnen. Alle binnenvaartorganisaties deden er aan mee. Binnen een jaar hadden we meer dan 1000 sponsors. In een markt met ongeveer 4000 schippers was dat veel. De sponsors betaalden allemaal een kwartje per ton. De overheid verdubbelde dat bedrag.'
- Twintig jaar voorlichting heeft zeker vijftig nieuwe klanten opgeleverd
- ‘Boordbezoeken met politici en klanten zeer succesvol’
Met de jongste eenmalige subsidie voor acquisitie gaat het BVB proberen meer verladers over te halen naar het water. Een van de uitgangspunten bij de besteding is, dat het een bijdrage moet leveren aan de versterking van de zeehavens. 'Rotterdam heeft bijvoorbeeld de doelstelling dat het aandeel van de containerbinnenvaart moet stijgen van 37 naar 45 procent', zegt De Vries. 'De subsidie moet ook daaraan bijdragen. Verder gaat vooral geld naar de werving van droge lading. Een koppeling met het project inzake de toekomst van het kleine schip is ook mogelijk.'
Wat betreft het kleine schip gaat het BVB beginnen met een imagocampagne en komt er een marktonderzoek. 'In verband met de crisis hebben we ons plan een beetje moeten bijstellen. Het heeft nu geen enkele zin nieuwe ondernemers in de markt te zetten. Maar wat we wel alvast gaan doen is zaken voorbereiden die we kunnen gebruiken zodra de markt weer aantrekt. We willen bijvoorbeeld dat de fiscale aftrekmogelijkheden voor kleine schepen aantrekkelijker worden. Bijvoorbeeld voor investeringen in kleine schepen. Ook is de sector bezig de ROSR-overgangstermijnen te versoepelen en we gaan kijken of we een waarborgfonds kunnen opzetten voor kleine schepen. Dat fonds moet kleine schepen aankopen van schippers die stoppen. In betere tijden worden de schepen dan weer verkocht aan nieuwe ondernemers. Zo voorkom je dat kleine schepen naar de sloop of Oost-Europa gaan. Eenmaal eruit komen ze nooit meer terug. Dat moeten we voorkomen.'
Subsidie blijft
Het BVB heeft nu nog 600 schippers die jaarlijks sponsoren. Ze brengen gezamenlijk nog steeds hetzelfde bedrag op als de 1000 schippers in de beginperiode. Dat is ongeveer de helft van de 320.000 euro die het BVB jaarlijks binnenkrijgt. De rijkssubsidie bedraagt 80.000 euro, het Havenbedrijf Rotterdam draagt eenzelfde bedrag bij. De overheid wilde de subsidie dit jaar in drie jaar afbouwen naar nul, maar daar stak een amendement van de Tweede Kamer een stokje voor. De subsidie blijft dus behouden.
De Vries vindt al jaren dat niet kan worden gedaan wat nodig is. ‘Een heel erg beperkt deel van de sector realiseert zich dat goede reclame veel geld kost. Een groot deel profiteert dus mee zonder er aan mee te betalen. Daardoor kunnen we veel te weinig de troeven van de binnenvaart uitspelen. Ik heb dus ook heel veel respect voor de vaste groep van sponsors die begrijpt dat nieuwe lading niet zomaar uit de lucht komt vallen. Daar moet je hard aan trekken.’
Wat gedaan
In de afgelopen twintig jaar heeft het BVB contact gehad met meer dan 1000 verladers. Om een verlader zover te krijgen dat hij over water gaat vervoeren, duurt volgens het BVB vier tot acht jaar. Enkele honderden verladers kregen het BVB op bezoek. Met tientallen is doorgepraat. In het begin werden de verladers nog ontvangen op het promotieschip Hanzestad. Maar al snel bleek dat het geen zin heeft grote groepen verladers tegelijk te benaderen. Het gaat om maatwerk. ‘Om verladers te interesseren biedt het BVB ze gratis twee dagen een logistiek adviseur aan. En we kunnen op alle vragen een antwoord geven. Hoe ziet de vaarweg er over tien jaar uit, hoe kun je subsidie krijgen, zelfs een indicatieve vrachtprijs kunnen we geven. Want meestal gaat het de verlader toch om het geld. Hoewel dat ook wel anders wordt. Vroeger ging een verlader pas over naar vervoer over water als hij tenminste dertig procent goedkoper uit was. Nu wil hij ook wel iets van de binnenvaart weten als hij niet duurder uit is. En af en toe mag het zelfs nog wel iets duurder zijn.
'Wij maken dus als BVB de eerste stap naar de verlader. Vervolgens laten we verladers kennismaken met de binnenvaart. We organiseren werkbezoeken en gaan met een patrouillevaartuig aan boord van verschillende binnenschepen tijdens de vaart. Dat vergeten de meeste verladers nooit meer. Als ik ze tien jaar later tegenkom, dan hebben ze het er nog over. Met de directie en logistieke medewerkers van een groot Amerikaans bedrijf zijn we een keer de containerterminals langs de Rijn afgeweest. En als het nodig is, dan gaan we zelfs met ze mee naar Den Haag of Brussel.
‘In totaal is het BVB denk ik betrokken geweest bij de overstap naar het water van zo’n vijftig bedrijven. Daaronder zitten grote bedrijven zoals Heineken, General Electric, Corus, DSM en AKZO. Maar ook veevoeder- en afvalbedrijven in Brabant en Twente.'
Kontje geven
Pallets tot dertig procent van het wegvervoer moet volgens De Vries over water kunnen. Vooral containers en droge lading. Ondanks het mislukken van het project Distrivaart, ziet hij ook nog steeds mogelijkheden voor het vervoer van pallets over het water. 'De palletmarkt is groter dan de containermarkt. Binnen tien tot vijftien jaar moet de binnenvaart makkelijk een groot deel van het palletvervoer kunnen overnemen. We hebben nog steeds de contacten om dat te realiseren. Maar voorlopig zijn er nog te weinig verladers die er in geloven. Om pallets te vervoeren moet de verlader wel investeren in kranen en dergelijke, maar hij wil niet teveel risico lopen. Daarom zou het goed zijn als de extra opstartkosten voor de verlader worden gesubsidieerd. We moeten zo'n project even een kontje geven. Bijvoorbeeld door de Quick-wins voor de havens uit te breiden met de verladers. We hebben zoiets al een keer eerder gehad. Dat kostte bijna niets. Met achttien miljoen euro haalden we tien miljoen ton lading naar het water.’
Successen
Als een van de grote successen van het BVB noemt De Vries de werkbezoeken aan boord van binnenvaartschepen met leden van de Tweede Kamer of andere geïnteresseerden. ‘Dat doen we nu ongeveer tien jaar. Kamerleden zeggen nu ook al tegen elkaar dat je niets over de binnenvaart kunt zeggen als je niet bent meegeweest met een werkbezoek aan een binnenvaartschip. En van de schippers mogen we altijd aan boord. Ze zijn trots op hun bedrijf en praten er dan ook vol overgave over. Zo enthousiast zelfs, dat ze weleens vergeten dat ze aan het varen zijn. Daar letten wij dan goed op.'
Ook slaagde het BVB er regelmatig in om in de serie RTL Transportwereld op televisie te komen. De zendtijd moest wel voor 9000 euro per aflevering worden gekocht. Daarvoor brachten BVB zelf en sponsors geld bijeen. ‘Dan moet je toch per aflevering flink wat sponsors weten te vinden vinden.'
Missers
Als een van de grote missers noemt De Vries de placemats met verschillende typen binnenvaartschepen erop. 'We waren ervan overtuigd dat dit een goed idee was. We hebben ze aangeboden aan restaurants langs het water en aan rondvaart- en pannekoekboten. Het leek ons wel leuk dat mensen tijdens het eten van een pannekoek konden zien wat voor schip er langs kwam varen. Maar toen ze de placemats moesten kopen, kwamen er maar een paar aanvragen. We eten er nu af en toe nog lekker zelf van.'
Een keurmerk voor duurzame verladers stierf jaren geleden een vroege dood. Het BVB had al een logo laten maken en het merk laten deponeren. Toch kwam het niet van de grond. ‘We waren er te vroeg mee, misschien kan het nu wel. Wat achteraf ook niet lukte, was het idee kinderen vanaf de wieg te laten opgroeien met de binnenvaart. 'Kinderen spelen nu met autootjes. Ons idee was kinderen ook te laten spelen met schepen. Daarvoor hebben we een universiteit gevraagd op welke leeftijd het zin heeft iets te doen wat op latere leeftijd nog invloed heeft op de beroepskeuze. Dat bleek pas na de leeftijd te zijn dat de kinderen met autootjes spelen. Dat had dus geen zin. Maar het geeft wel aan hoever we soms zijn gegaan als BVB.’
Bedreiging
Een van de grootste bedreigingen, ook voor het imago, is nu de crisis. ‘De binnenvaart heeft de afgelopen jaren een geweldige groei gekend. We zijn dwars door de vorige crisis heengegroeid. Maar nu moeten we zien te voorkomen dat er grootschalig binnenvaartondernemers failliet gaan. Want die schepen hebben we over vijf jaar weer allemaal nodig. En dat is ook belangrijk voor onze klanten. Die moeten er op kunnen vertrouwen dat de binnenvaart een goede toekomst heeft. De toekomstperspectieven zijn geweldig, we zijn van alle modaliteiten de bedrijfstak met de meeste toekomst en de beste uitkomsten op het punt van kosten, veiligheid, duurzaamheid en capaciteit. Maar we moeten niet verspelen wat we de afgelopen jaren hebben opgebouwd.’ (EvH)
Moderne site
ROTTERDAM
Om ook andere vormen van communicatie mogelijk te maken, presenteert het BVB over enkele maanden een nieuwe site.
'De manier waarop mensen communiceren verandert snel', zegt BVB-voorlichter Wilco Volker. ‘Nu doen we dat nog met onze eigen site en via columns, maar misschien moeten we wel gaan twitteren als we bij een verlader zijn geweest. En misschien moeten we wel camera's aan boord van binnenvaartschepen zetten die live uitzenden op de site. We moeten meer met beeld doen. Bijvoorbeeld met een eigen kanaal op Youtube. Zo kunnen we ook meer jongeren bereiken. Want die halen steeds meer van internet.' (EvH)