EVO: ‘Zorg voor een betere bereikbaarheid van de binnenwateren’
Verladersorganisatie EVO heeft een tienstappenplan voor reductie van broeikasgassen opgesteld, die de onderhandelaars in Kopenhagen kunnen gebruiken om op een simpele manier uitstoot van CO2 terug te dringen. In het plan doet EVO tien aanbevelingen die beleidsmakers kunnen inzetten om het aantal vervoerbewegingen te verminderen, schoner transport te stimuleren en de brandstofefficiëntie te verbeteren. Een van de stappen is het beter bereikbaar maken van de binnenwateren.
1. Betrek de lucht- en zeescheepvaart in een mondiaal stelsel van emissiehandel (ETS): Een wereldwijd systeem van emissiehandel is eerlijker en effectiever dan een regionaal systeem omdat het voorkomt dat Europese bedrijven vanwege oneerlijke concurrentie hun heil zoeken in landen buiten de EU waar een minder streng regime geldt.
2. Geef de LZV meer ruimte in Europa:?LZV’s kunnen 12 procent meer lading vervoeren dan normale vrachtauto’s, waardoor minder vrachtauto’s nodig zijn. Door de inzet van de LZV kan zodoende een CO2-reductie opleveren van maar liefst 3,5 procent voor de hele sector zonder nadelige effecten voor de infrastructuur en verkeersveiligheid.
3. Vereenvoudig douaneregels voor Short Sea Shipping:?De invoerprocedure voor kustvaart binnen de EU (Short Sea Shipping) is erg omslachtig en is daardoor tijd- en geldrovend. Daarom kiezen veel verladers voor minder duurzame vervoersopties dan scheepvaart. Afschaffing van overbodige douaneregels maakt het relatief milieuvriendelijke Short Sea Shipping weer aantrekkelijker en draagt zodoende bij aan vermindering van de uitstoot van broeikasgassen van de transportsector.
4. Geef cabotage volledig vrij: Doordat cabotage niet is vrijgegeven mogen vrachtautochauffeurs nu maximaal drie buitenlandse ritten uitvoeren in zeven dagen. Hierdoor wordt het leegrijden bevorderd. Als vrije cabotage mogelijk wordt gemaakt worden voertuigen optimaal benut en zijn er minder voertuigen nodig, wat direct leidt tot reductie van broeikasgassen.
5. Liberaliseer het Europese spoor: In 24 van de 25 EU-lidstaten is het spoor nog onvoldoende geliberaliseerd. Monopolisten bedienen de markt en goederen worden bij landsgrenzen geconfronteerd met lange wachttijden en veel ongemak. Hierdoor is goederenvervoer over spoor niet aantrekkelijk voor verladers terwijl spoorvervoer een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan het verminderen van de CO2-uitstoot.
6. Heroverweeg venstertijden:Door het strikte venstertijdenregime in veel gemeenten mogen vrachtauto’s alleen rond de spitsuren binnensteden bevoorraden, waardoor zij worden gedwongen in de spits te rijden. Door het verruimen of opschorten van venstertijden kunnen vrachtauto’s buiten de spits rijden en zijn er bovendien minder vrachtauto’s nodig om in dezelfde hoeveelheid goederen te vervoeren. Hierdoor kan de uitstoot van broeikasgassen van de stadsdistributie maar liefst met 30 procent omlaag.
7. Leg Europese spoorcorridors versneld aan:?Het spoor in Europa is nog erg onbetrouwbaar omdat de eisen per land verschillen. Hierdoor maken veel Europese verladers nog weinig gebruik van deze vervoersmogelijkheid. Spoorcorridors kunnen zorgen voor meer harmonisatie zodat één Europees netwerk met een grotere betrouwbaarheid ontstaat. Dit zal leiden tot meer goederenvervoer over spoor en uiteindelijk een lagere totale uitstoot van broeikasgassen. Het spoorvervoer is per ton kilometer veel CO2 effectiever dan het wegvervoer.
8. Zorg voor een betere bereikbaarheid van de binnenwateren:Het vervoer over het water is een duurzame manier van transport, omdat de CO2 -uitstoot van schepen naar verhouding laag is. Per ton kilometer is transport over water tot zo’n vijf keer energie-efficiënter dan transport over de weg. Op dit moment wordt een groot aantal waterwegen echter niet optimaal benut en ontbreken er nog verbindingen tussen belangrijke waterwegen. Daarom is het van groot belang dat het Twentekanaal snel wordt doorgetrokken naar Duitsland, de sluizen bij Ternaaien worden verbeterd en de flessenhalzen in de Donau worden weggenomen.
9. Zet in op alternatieve brandstoffen en innovatieve technieken:?Hoewel er in de transportsector nog geen reële alternatieven voor fossiele brandstoffen voorhanden zijn, kunnen investeringen wel helpen de derde generatie tot volwaardig alternatief te ontwikkelen. De overheid zou daarom een regiefunctie moeten vervullen ten aanzien van alternatieve brandstoffen. Dit kan zij doen door duidelijk te maken welke alternatieve brandstofsoorten aan de duurzaamheideisen voldoen en deze fiscaal te stimuleren en te investeren in onderzoek ter verbetering van huidige technieken. Door inzet van alternatieve brandstoffen neemt de CO2 -effectiviteit van het goederenvervoer toe en de schadelijke gevolgen voor het klimaat af.
10. Laat de vervuiler betalen, maar wel op een eerlijke manier:Door de maatschappelijke schade die het vervoer van personen of goederen over weg, water, spoor en door de lucht veroorzaakt, te verrekenen in de kostprijs, zal de vervoerder of zijn opdrachtgever rekening houden met de uitstoot van broeikasgassen en loont het om klimaatvriendelijk te investeren. EVO omarmt het principe van ‘de vervuiler betaalt’, maar wil wel dat dit dan voor alle vervoersmodaliteiten en zowel voor vracht- als personenverkeer gaat gelden. Ook zou de opbrengst van de heffing geïnvesteerd moeten worden in maatregelen die bijdragen aan het verminderen van de maatschappelijke schade.